4 trends inzake werk en bouw

“De bouwsector betaalt niet slecht.” (Freddy Thuysbaert, adjunct-directeur Confederatie Bouw Brussel Vlaams-Brabant)

Strikt genomen daalt het percentage werknemers in de Belgische bouwsector. “Dat is op zich een vreemde paradox. Terwijl de bouwactiviteiten groeien, daalt de werkgelegenheid in de sector” stelt Freddy Thuysbaert, adjunct-directeur Confederatie Bouw Brussel Vlaams-Brabant. Met hem overlopen we de trends inzake werk en bouw.

“Er is enerzijds een tekort aan geschoolde bouwvakkers en anderzijds is er jaarlijks een instroom van 15 procent nodig om personeel te vervangen in de bouwsector”, stelt Freddy Thuysbaert.

“Die instroom kan niet alleen gebeuren met schoolverlaters maar wordt ook opgevuld door een grote instroom van buitenlandse krachten waaronder groepen Polen en Bulgaren. Om concurrentieel te blijven vinden heel wat aannemers het noodzakelijk om met buitenlandse medewerkers aan de slag te aan. Ofwel functioneren deze als werknemer of als zelfstandige, of als een combinatie van de twee,” aldus Thuysbaert. Met hem overlopen we de trends inzake werk en bouw.

1. Jobs voor laaggeschoolden vallen weg

Freddy Thuysbaert: “We zitten in een sector die heel snel evolueert, ook op technisch vlak. Vroeger was er in een schrijnwerkerij vooral sprake van handenarbeid, nu gaat het om machines die bediend moeten worden. Robotisering rukt op en voor bouwbedrijven is het moeilijk om medewerkers te vinden die deze robots kunnen bedienen. De instap om aangenomen te worden ligt met andere woorden steeds hoger, jobs voor laaggeschoolden vallen weg. Er is dan ook veel meer ondersteuning nodig om laaggeschoolden te begeleiden naar werk. Laaggeschoolden zijn immers niet direct inzetbaar. Een schoolverlater die gaat werken bij bijvoorbeeld een verandabouwer heeft ongeveer twee jaar nodig om echt rendabel te zijn. Wanneer een werkgever gelooft in een dergelijke medewerker zal hij zeker investeren in bedrijfsinterne opleidingen.”

2. Volop carrièremogelijkheden

Thuysbaert: “De bouwsector betaalt niet slecht. Gemotiveerde jongeren kunnen vrij snel een carrière maken binnen deze sector. Ze kunnen doorgroeien tot ploegbaas, werfleider of calculator. Ook assistent-werfleider behoort tot de mogelijkheden, hiervoor bestaat een opleiding van zes maanden die zowel technisch als administratief gericht is. Een aantal werknemers kiest ervoor om op zelfstandige basis een bouwbedrijf te starten. Dat is niet altijd een garantie voor succes hoewel het aantal faillissementen daalt. Het driemaandelijkse gemiddelde komt voor de laatste drie maanden in 2015 (september-oktober-november) op 137 faillissementen. Dit is het laagste cijfer sinds 2012. De trend is dus dalend.”

3. Jongeren opvolgen en stimuleren

Thuysbaert: “Uit de statistieken blijkt dat er een grote groep jongeren die bouwonderwijs heeft gevolgd in het middelbaar (TSO of BUSO) niet aan de slag gaat in de bouwsector. Deze jongeren werken liever met vaste uren in een comfortabele omgeving, ver weg van regen en wind. Vanuit de sector worden er talrijke initiatieven ontwikkeld om deze jongeren toch op te pikken tijdens het laatste studiejaar. We motiveren hen om te solliciteren in de bouwsector en bieden ook stageplaatsen aan. Daarnaast doen wij ook nog een gerichte opvolging achteraf in samenwerking met de VDAB. Gemotiveerde jongeren die afstuderen in een bouwschool hebben absoluut geen moeite om aan een job te geraken. Vorig jaar organiseerden we een jobbeurs in Halle waarbij alle aanwezige studenten meteen aan de slag konden.”

4. Er zijn nog een aantal knelpuntberoepen

Thuysbaert: “Knelpuntberoepen zijn onder andere nog buitenschrijnwerkers, monteurs van cv-installaties, calculator bouw, conducteur bouw en werfleiders. Er is sprake van een knelpuntberoep wanneer bedrijven een vacature doorgeven aan de VDAB en deze niet ingevuld geraakt. Omdat niet alle vacatures doorgegeven worden aan de VDAB worden bepaalde beroepen niet meer erkend als knelpuntberoep. De vacatures die er toch zijn in de bouwsector worden voornamelijk ingevuld door buitenlandse werknemers.”

Bouwopleidingen in Vlaams-Brabant

Vanuit de Confederatie Bouw Vlaams-Brabant worden er opleidingsinitiatieven genomen voor zowel arbeiders als bedienden in bouwbedrijven. “Het is niet altijd evident om - vooral kleinere - bouwbedrijven te overtuigen om in het systeem van opleidingen te stappen. Sommige ondernemingen zijn gewoonweg niet op de hoogte van het bestaan van deze opleidingen”, aldus Freddy Thuysbaert, adjunct-directeur Confederatie Bouw Brussel Vlaams-Brabant. “Onze opleidingen bereiken 23 procent van de bouwbedrijven, van de kleine bouwbedrijven met 1 tot 5 werknemers bereiken we 13 procent.”

Mits ze voldoen aan een aantal kwaliteitseisen en de inzet van een mentor en een erkend begeleidingsprogramma kan een bedrijf genieten van een financiële ondersteuning van 15 euro per opleidingsuur, met een maximum van 120 opleidingsuren. Voorts behoren ook technische opleidingen bij fabrikanten tot de mogelijkheden, net als opleidingen bij de VDAB waar de bouwsector ook zorgt voor een financiële tussenkomst.

(bv)

Meer info over Welke job past bij mij? , Waar vind ik jobs? , Bouw

20/04/2016