Pensioensparen via je werkgever: ook voor jou interessant?

Sinds 1 april 2019 kunnen werknemers die nog geen of weinig bijkomend pensioen opbouwen via hun werkgever, zelf een stukje loon opzijzetten voor later. Dat kan via het VAPW, of Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers. Maar hoe gaat dat in zijn werk? En is dat wel voor iedereen interessant?

4 april 2019

Delen

Pensioen

Het VAPW is een initiatief van MR-minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine, met de bedoeling om de ‘tweede pijler’ van het pensioen - lees: de groepsverzekering die ruim 3,1 miljoen Belgen van hun werkgever aangeboden krijgen (zie meer info onderaan, nvdr.) - te versterken.

Volgens een enquête van AON uit 2018 heeft ongeveer 30% van de Belgische loontrekkenden immers geen of amper toegang tot zo’n groepsverzekering. Speciaal voor hen werd het VAPW bedacht.

Wat is het VAPW?

Via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers kan elke werknemer zelf aan zijn werkgever vragen om een deel van zijn nettoloon te storten in een pensioenplan bij een verzekeraar of een pensioeninstelling naar keuze. Anders dan bij de groepsverzekering moet je zelf op zoek naar een aanbieder. Die bezorgt je een formulier dat je aan je werkgever overhandigt en waarin je die laatste de toestemming geeft om een bepaald percentage van je nettoloon door te storten.

Opgelet! Nog niet elke verzekeraar of pensioeninstelling biedt dit momenteel al aan. AXA sowieso wel. Allianz, Belfius en P&V later dit jaar. AG Insurance en KBC kijken voorlopig nog de kat uit de boom.

Hoeveel kan je sparen?

“Het bedrag is geplafonneerd op maximaal 3% van het brutoloon van twee jaar eerder”, zegt Jef Wellens, fiscalist bij Wolter Kluwers. “Verdient de werknemer minder dan 53.333 euro bruto, dan kan hij jaarlijks toch minstens 1.600 euro laten inhouden.”

Al wordt dat bedrag wel gecorrigeerd voor loontrekkenden die via hun werkgever al een groepsverzekering of pensioenfonds hebben. “Daarbij moet je nagaan hoeveel twee jaar eerder al is gestort in dat bedrijfspensioenplan, en dat bedrag wordt dan van de VAPW-bijdrage afgetrokken”, weet Wellens.

Voorbeeld: als de reeds opgebouwde pensioenreserve bij jouw werkgever twee jaar geleden met 1.000 euro is aangegroeid, dan mag je nog hooguit 600 euro laten storten in je VAPW. Kwam er meer dan 1.600 euro bij, dan is het VAPW niet voor jou weggelegd.

Wat levert het je op?

Op het bedrag dat de werkgever van je loon afhoudt en doorstort, geniet je een belastingvoordeel van 30%, net als bij het pensioensparen. “Maar anders dan bij individueel pensioensparen betaal je wel 10% belasting op het eindkapitaal plus een reeks parafiscale lasten die de pensioenen van de tweede pijler kenmerken: een Riziv-bijdrage van 3,55% en een solidariteitsbijdrage die kan oplopen tot 2%”, aldus nog Wellens. En dat heeft een directe inpak op het rendement.

Is het rendement gegarandeerd?

“Neen. En dat is meteen een essentieel verschil met de groepsverzekering via de werkgever, waar je zeker bent van een minimaal rendement van 1,75% per jaar”, vertrouwt Wellens ons toe.

Bij het VAPW sta je voor dezelfde keuze als bij pensioensparen: of je opteert voor meer zekerheid, of je gaat voor een potentieel hoger rendement:

  1. In het eerste geval ben je aangewezen op een tak21-levensverzekering, waarbij de verzekeraar je een bepaald rendement garandeert over een welbepaalde periode (1 jaar, 8 jaar of de volledige looptijd).
  2. Kies je voor een tak23-levensverzekering of een pensioenfonds, dan hangt de opbrengst af van hoe de onderliggende beleggingen (aandelen, obligaties,...) presteren. En dat is niet te voorspellen.

BESLUIT

“Het VAPW geniet niet de lusten van de tweede pijler, maar wel de lasten”, besluit Wellens. “Daarom heeft het niet zoveel zin om in het VAPW te stappen als je nog niet aan pensioensparen doet. Die laatste formule geeft een vergelijkbaar fiscaal voordeel, maar geniet wel een lagere eindbelasting (slechts 8% in plaats van 10%, nvdr.) en er zijn evenmin extra parafiscale heffingen die het rendement afromen.”

Op pensioen

De 3 pensioenpijlers, voortaan geldig voor álle werknemers

  1. Wettelijke pensioen
    Dat hangt af van je loon, het aantal jaren dat je gewerkt hebt en je statuut (loontrekkende, ambtenaar, zelfstandige of gemengde carrière).
     
  2. Aanvullend pensioen via groepsverzekering
    Heel wat (vooral grotere) werkgevers bieden een groepsverzekering aan als extralegaal voordeel. Daarbij betalen zij een deel van de premie en jij het andere deel. Biedt je werkgever die optie niet aan, dan kun je voortaan terugvallen op het VAPW.
     
  3. Individueel pensioensparen via een pensioenspaarfonds of een pensioenspaarverzekering
    Dit jaar (aanslagjaar 2019) kun je tot 960 euro aan premies storten met een fiscaal voordeel van 30%, of tot 1.230 euro met een fiscaal voordeel van 25%.

(ks/kv) - Bron: Nieuwsblad.be / Financien.belgium.be 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.