De restaurateurs van het KIK: ‘Na maanden wordt het jouw kunstwerk’

Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium bereidt zich voor op de restauratie van het Lam Gods. Een blik over de schouder van de restaurateurs in hun Brusselse ateliers, tussen high-tech en ambacht, tussen scanner en wattenstaafje.

27 januari 2012

Delen

KIK
“Wanneer je zoveel maanden voor het doek doorbrengt, begrijp je het helemaal. Je gaat op in het werk, zoals in een roman” (Françoise Rosier, restaurateur)

In het atelier schilderkunst van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) heerst een sacrale stilte. In de hoge, minimalistische ruimte zijn een vijftal werkplekken afgebakend. Op elke werkplek wordt een kunstwerk van onschatbare waarde onder de loep genomen, gereinigd, desnoods ingrijpend hersteld. Hier, in de schaduw van het Jubelpark, lijkt de drukte van de hoofdstad ver weg.

Brueghel & co

‘Het KIK heeft een grote expertise over het werk van de Vlaamse Primitieven. Kunstwerken die een link hebben met het Belgisch kunstpatrimonium, komen in aanmerking voor onderzoek en restauratie in onze ateliers’, legt atelierverantwoordelijke Livia Depuydt uit. ‘Zo kan het gebeuren dat bijvoorbeeld een Brueghel uit een buitenlandse collectie in ons atelier terechtkomt.’

Françoise Rosier houdt zich met de bewuste Brueghel bezig. Het werk is afkomstig uit een Roemeense collectie en moet niet zozeer gerestaureerd worden, maar wel grondig klaargemaakt voor een tentoonstelling. De verflaag zelf is in redelijk goede staat, maar het houten paneel waarop het werk geschilderd is, is er erger aan toe. Het resultaat van een eerdere restauratie, zo blijkt.

Geen authentieke materialen

Opvallend: hoewel het KIK heel wat kennis verzamelde over de materialen en technieken waarmee de oude meesters werkten, gaan de restaurateurs niet noodzakelijk met diezelfde pigmenten en vernissen aan de slag.

‘Het is al lang niet meer de gewoonte om bij de restauratie ook die authentieke materialen te gebruiken’, zegt Rosier. ‘De materialen die we gebruiken, moeten vooral stabiel zijn én omkeerbaar: bij een volgende restauratie moet je het desnoods kunnen verwijderen zonder sporen na te laten.’

Elektrische spatula

De werktuigen zien er redelijk eenvoudig uit: watten, penseeltjes, potjes oplosmiddel. Uitzondering is de elektrische spatula; een vervaarlijk uitziend apparaat om verf, lijm en vernis mee op te warmen. Wie met dergelijk materiaal een vijftiende-eeuws doek te lijf gaat, kan maar beter zeker zijn van zijn stuk. Is Rosier dan nooit bang om iets kapot te maken?

‘Neen’, klinkt het beslist. ‘Je brengt zoveel tijd door met het werk dat je het jezelf eigen maakt. Wanneer je zoveel maanden voor het doek doorbrengt, begrijp je het helemaal. Je gaat op in het werk, zoals in een roman. Het wordt jouw Brueghel, jouw Jordaens. Je voelt concentratie, maar geen angst.’

Jordaens

Even verderop buigt Hélène Dubois zich over een schilderij van die Jacob Jordaens: De bewening van Christus, uit 1620-1650. Het omvangrijke werk stamt uit de collectie van het Antwerpse Maagdenhuis. De restaurateurs hebben er hun handen mee vol. Voorgaande restauraties hebben de scherpte van sommige gezichten helemaal teniet gedaan. Ook de vernislagen zijn door de jaren heen verkleurd tot donkerbruin, alsof het schilderij jarenlang in een doorrookt café gehangen heeft. Langzaamaan komen verborgen details naar boven, tot en met de uitgelopen verfsporen die Jordaens in zijn haast op het doek achterliet.

‘Jordaens was een even geniale als soms slordige schilder’, zegt Dubois. ‘De kleuren die opnieuw te voorschijn komen, zijn overigens verrassend helder. Daarom verwijder ik op sommige plaatsen het patina niet helemaal. Anders zouden sommige kleuren bijna schreeuwerig worden.’

Lam Gods

In de werkruimte van haar collega Marie Postec zie je pas echt wat voor monnikenwerk dit is. Met een wattenstaafje, gedoopt in een oplosmiddel, verwijdert ze voorzichtig de vernislaag op een zestiende-eeuws drieluik. De voorafgaande research en vooral de zoektocht naar een oplosmiddel dat net genoeg vernis meeneemt om de verflaag niet te beschadigen, namen heel wat tijd in beslag. Met engelengeduld wordt de triptiek vierkante centimeter per vierkante centimeter schoongemaakt, met kleine retouches aan de beschadigde verflaag. Postec schat dat ze het werk in augustus kan afronden, om in september haar handen vrij te hebben voor een absoluut prestigeproject: de restauratie van het Lam Gods.

Het KIK mag dan wel zijn meest ervaren restaurateurs inzetten, aan het beroemde altaarstuk van de gebroeders Van Eyck heeft het achtkoppige team een hele kluif. Aan het eigenlijke restauratiewerk ging een uitgebreide researchfase vooraf. ‘We verwachten geen grote verrassingen meer’, zegt Livia Depuydt. Toch wordt de restauratie een huzarenstuk. Het Lam Gods bestaat uit verschillende panelen, waarvan sommige er al beter aan toe zijn dan andere.

Bovendien verlaten de restaurateurs hun vertrouwde atelier voor dit project. ‘Ik vind het niet erg om naar Gent te pendelen om aan het schilderij te werken’, zegt Hélène Dubois. ‘Per slot van rekening krijgen we in het Gentse Museum voor Schone Kunsten een heel atelier ter beschikking, speciaal voor de restauratie van het Lam Gods. En voor de bezoekers is het natuurlijk mooi om de restauratie live te volgen.’

De Rechtvaardige Rechters

Voor Dubois is het een jeugddroom die uitkomt. ‘Ik was vijftien toen ik het Lam Gods voor het eerst ging bekijken. Toen wist ik al: ooit wil ik aan dit schilderij werken.’

Of Dubois ooit op zoek gegaan is naar het paneel van De Rechtvaardige Rechters, dat in 1934 verdween? ‘Ik denk alleszins niet dat het tijdens de restauratie plots zal opduiken. Als het paneel nog zou bestaan, is het in de tussentijd waarschijnlijk erg beschadigd geraakt.’

Vergrijzing

Kunstrestauratie en -conservatie is een kleine beroepswereld. Restaurateurs worden in België vooral gerekruteerd uit de gespecialiseerde vijfjarige opleiding van La Cambre in Brussel, de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen of Ecole Superieure des arts St-Luc in Luik. Een aantal van de medewerkers van het KIK doceert ook aan deze scholen.

Maar ook in deze branche slaat de vergrijzing toe. In die mate dat enkele experts aan de alarmbel gingen hangen toen ze vaststelden dat de opvolging na hun pensionering niet helemaal verzekerd was. Het Panel Paintings Initiative, een internationaal opleidingsprogramma voor restaurateurs van werk op houten panelen, geruggensteund met geld van de Amerikaanse Getty Foundation, moet soelaas brengen. In de Brusselse Musea voor Schone Kunsten worden negen 15de- en 16de-eeuwse schilderijen op houten panelen uit de collectie onderzocht en gerestaureerd over een termijn van twee jaar. Tegelijk worden jonge restaurateurs klaargestoomd voor het grote werk.

George Bisacca

Bij een eerste expert meeting in de Musea voor Schone Kunsten steelt George Bisacca van het New Yorkse Metropolitan Museum de show. Tegen een wand van het atelier staan twee 15de-eeuwse altaarstukken. De New Yorker geeft druk gesticulerend zijn visie op de restauratie ervan. Het paneel is zo vervormd dat er kieren gapen tussen het schilderij en de lijst. ‘In het extreemste geval laat je de situatie zoals ze is, maar er zijn alternatieven. Bijvoorbeeld de omlijsting aanpassen en zo het schilderij weer vastzetten. Of de kromming van het hout tegengaan door kleine gewichtjes aan te brengen. Maar dat is een proces van lange adem, en het resultaat is op lange termijn onvoorspelbaar.’

De brede kieren in het schilderij slaan Bissaca niet uit zijn lood. ‘Ik heb ze al veel erger gezien.’

Parkettering

Sommige werken dragen de sporen van eerdere restauraties. Een woord dat steeds terugkeert is parkettering, een techniek die in de 19de eeuw ontwikkeld werd, waarbij de achterkant van de houten panelen versterkt wordt met een rasterwerk van schuivende latjes. Door de jaren heen zijn de latjes zelf aan restauratie toe. Immers, wanneer de houten panelen door temperatuur- en vochtigheidsschommelingen beginnen vervormen en het rasterwerk niet voldoende meegeeft, kan het paneel ernstig beschadigd raken en de verf onherstelbaar afbladderen.

Hoewel honderden eeuwenoude werken op die manier werden gerestaureerd, is het niet gemakkelijk om geld te vinden voor de herstelling van de parkettering. De steun van de Getty Foundation is dan ook meer dan welkom. ‘Het is lang niet evident om middelen los te krijgen voor de restauratie van de achterkant van een schilderij’, klinkt het bij conservator Liesbeth De Belie. ‘De drager is niet sexy, maar wel essentieel voor het voortbestaan van het werk.’

Nederig

Ook het KIK pikt zijn graantje mee van het Panel Paintings Initiative. Aline Genbrugge, die het team van het KIK het laatst vervoegde, neemt aan het project deel. In het atelier aan het Jubelpark wordt ze omringd door maar liefst 17 panelen met beeltenissen van de graven van Vlaanderen. Het oudste dateert uit de 15de eeuw, het recentste uit de 18de.

Om beter zicht te krijgen op de staat waarin de verflagen en ondergrond zich bevinden, kan ze beroep doen op röntgen- en UV-foto’s, die door de afdeling wetenschappelijke beeldvorming van het instituut worden vervaardigd. Als ze allemaal even ingrijpend gerestaureerd moeten worden, ben je er jaren-, zoniet decennialang mee zoet.

Een vraag blijft hangen: als je al die jaren doorbrengt, gebogen over eeuwenoude schilderijen, wil je dan zelf ook kunstenaar zijn? ‘Toch niet. Als restaurateur moet je vooral nederig en respectvol zijn, in dienst van deze unieke kunstwerken.’

(ml) – Foto: (kb)

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.