Tom Naegels: "Ik heb niet over alles een mening"

Tom Naegels
"Als een stuk op zaterdag verschijnt, wil ik op woensdag al weten waarover ik het ga hebben" (Tom Naegels, auteur/columnist)

"Ik was 23 toen ik mijn eerste column kreeg. Ik was daar zo blij mee dat ik nauwelijks stilstond bij de inhoud." Auteur/columnist Tom Naegels vertelt …

"In je jonge jaren experimenteer je wat met stijl. Je aapt andere auteurs na. Zijn imitatie en een grote dadendrang niet de drijfveren van elke jonge kunstenaar? Pas later kwam het besef: ik héb nu een column, ik kan die maar beter nuttig gebruiken om iets mee te delen."

"Uiteindelijk kwam ik tot de conclusie dat ik iets over de samenleving wou vertellen. Ik heb altijd al veel belangstelling gehad in de wereld rond mij; dat sociale engagement zat ook in onze familie. Een boek mag ook niet vrijblijvend zijn. Daarvoor steek je er te veel tijd en energie in."

Eigen ogen

"Ik lees zelf het liefst boeken die me andere mensen doen begrijpen. Zo heeft De Correcties van Jonathan Franzen mij een beter inzicht gebracht in hoe Republikeinen denken, ook al staan die ver van mij af. Romans kunnen voor meer begrip zorgen dan non-fictie omdat je de vrijheid hebt om met standpunten te spelen. De voeding haal ik dus uit de realiteit. Ik baseer me vaak op wat ik zelf heb meegemaakt. Voor de research gebruik ik reportagetechnieken. Liever dan te vertrouwen op wat de kranten schrijven, wil ik de dingen met mijn eigen ogen zien."

"Het is niet zo dat ik over alles een mening heb. Het aantal thema’s waar ik iets van afweet, is beperkt. Ik aanvaard enkel opdrachten voor een column als ik over het gesuggereerde onderwerp een uitgesproken mening heb. Ik neem er ook altijd genoeg tijd voor. Als een stuk op zaterdag verschijnt, wil ik op woensdag al weten waarover ik het ga hebben. In het begin heb je de neiging om té fel te reageren. Die reflex wil ik overwinnen, zodat ik een duidelijk, maar genuanceerd standpunt kan formuleren."

Meesterwerken

"Het was in 2004, met mijn column voor De Standaard, dat ik mijn élan vond. Dat mijn daarop volgende roman Los mijn doorbraak betekende, vond ik dan ook logisch. De boeken die ik voordien publiceerde, zijn nu gelukkig enkel nog in bibliotheken te vinden. Achteraf bekeken was het voor de gaafheid van mijn oeuvre misschien beter geweest dat die eerste romans niet het licht hadden gezien, maar anderzijds waren het wellicht noodzakelijke stappen om verder te geraken."

"Soms lees ik boeken waar ik gefrustreerd van geraak, zoals De Sjaal van Cynthia Ozick. Omdat ik datzelfde niveau niet haal. Ik troost mezelf met de gedachten dat de makers van meesterwerken meestal rond de 60 zijn. Dat me nog wat tijd rest, is hoopgevend. Auteurs zijn niet zoals popmuzikanten, die hun hoogtepunt tussen hun 18de en 25ste beleven. Ja, het aangename idee steeds beter te kunnen worden, houdt me aan de gang."

(pvd) 

30/03/2011

  • 30 maart 2011