‘Mensen werk geven is de beste manier om te controleren of ze willen werken’

Drie maanden geleden werd ze tot ieders verrassing gebombardeerd tot federaal minister van Werk. Monica De Coninck (sp.a) staat bekend als een harde tante, maar zelf is ze het daar niet mee eens. ‘Ik denk dat ik de woorden ‘harde aanpak’ nog nooit heb gebruikt.’

23 maart 2012

Delen

Monica De Coninck
“alle vrouwen zouden maximaal - dus voltijds - moeten werken, en alle regelingen rond de combinatie van arbeid en gezin zouden het best door mannen en vrouwen gelijkmatig worden ingevuld. dan zou je geen loonkloof meer hebben” (monica de coninck, federaal minister van werk)

‘Veranderen van voedsel versterkt de eetlust en veranderen van partner zou bevorderlijk zijn voor de liefde. Ik denk dat veranderen van job ook weer meer goesting geeft in werk’, zegt Monica De Coninck. De voormalige voorzitster van het Antwerpse ocmw is blij met haar verantwoordelijkheden als federaal minister van Werk. Al is het in haar ogen minder snel duidelijk wat de concrete resultaten zijn van haar inspanningen. ‘Bij het algemene beleid zijn er zoveel factoren die een rol spelen en die effect hebben.’

Vindt u het lastig dat u niet meteen kan zien wat de concrete impact is van bepaalde beslissingen?

‘Goh ja, de beslissing rond de overheveling van bevoegdheden is langetermijnwerk. We zullen pas later zien welke concrete resultaten dat zal opleveren. Als federale minister van Werk moet je algemene maatregelen nemen, maar de realiteit in de verschillende gewesten is heel verschillend. In de grote steden is de problematiek redelijk gelijklopend in heel België: je zit er met veel werkloze, laaggeschoolde jongeren - dikwijls jongens met een migrantenachtergrond.’

‘In de streek rond Kortijk en Ronse schreeuwt men om arbeidskrachten, terwijl er 50 kilometer verder in Henegouwen heel veel werklozen zijn. De gewesten moeten samenwerken om daar naar oplossingen te zoeken. We hebben bijvoorbeeld mooie resultaten neergezet hier in Brussel. Door de samenwerking tussen Brussel en Vlaanderen gaan er ongeveer 13.000 Brusselaars in Zaventem en Vilvoorde werken. Ik vermoed dat we meer van dergelijke initiatieven kunnen stimuleren.’

Hoe vlot het overleg met de gewesten?

‘Goed, ik heb samengezeten met de regionale ministers van Werk, behalve minister Antoine van de Waalse regering, die nog aan de beurt komt. In de technische delegatie hebben we een werkwijze afgesproken. Enerzijds zullen we ons concentreren op concrete maatregelen die de verschillende niveau’s willen nemen om de crisis te bezweren, anderzijds gaan we ons bezighouden met de overheveling van bevoegdheden en de voorbereiding daarop.’ ‘Ik ben mij ervan bewust dat ik voor een stuk mijn eigen functie aan het afschaffen ben. Maar ik hecht meer belang aan resultaten dan aan structuren. Als het de bedoeling is van iedereen om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen, dan sta ik daar voor honderd procent achter.’

U wil de werkzaamheidsgraad optrekken van 68 naar 73 procent. Hoe wil u dat doen?

‘We moeten jongeren stimuleren om op de arbeidsmarkt te geraken. Dat kan door te sleutelen aan het onderwijs, maar ook door jongeren eerste werkervaringen en voldoende omkadering aan te bieden. Ik vind het absoluut fout om jongeren een jaar in de hoek te laten zitten en ze dan pas vast te pakken. In die tijd verliezen ze al heel veel competenties. We moeten sneller op de bal spelen, meer controle uitoefenen, maar óók meer kansen geven. Als jongeren hun best doen, als ze echt willen werken, dan moet je hen ook mogelijkheden geven. Niet alle jongeren kunnen zich goed verkopen op papier of mondeling, maar dat betekent niet dat ze in de praktijk geen goed werk leveren. Ze moeten de kans krijgen om zich te bewijzen.’

Uw voorstel om een vorm van flexibele arbeidscontracten in te voeren om langdurige werklozen en werkzoekende jongeren een duwtje in de rug te geven, kreeg heel wat kritiek van de vakbonden.

‘We zouden graag stages ontwikkelen voor jonge mensen die bijvoorbeeld al zes maanden begeleid worden, maar geen werk vinden. Ik zou graag de werkgevers oproepen om een aantal stageplaatsen te creëren om jongeren een eerste werkervaring te geven. Op die manier krijgen jongeren de kans om zichzelf te bewijzen. Als je na die stage bedrijven ondersteunt om die mensen aan te werven, dan kan er een win-winsituatie ontstaan. Veel werkgevers - vooral in kleine bedrijven - zeggen dat ze wel iemand kunnen gebruiken, maar dat ze er bijvoorbeeld geen goede ervaringen mee hebben. Als een werkgever twee keer een slechte ervaring heeft gehad, dan krijgen ze vooroordelen. We willen werkgevers over de brug krijgen om jonge mensen de kans te geven zich te bewijzen. We kunnen ze toch niet allemaal een kans geven binnen de overheidssector? De private sector is daar ook mee gebaat.’

Uit cijfers van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) bleek vorige week dat de uitstroom naar werk driemaal groter is na een sanctie. Het bewijs dat een harde aanpak loont?

‘Ik denk dat ik de woorden ‘harde aanpak’ nog nooit heb gebruikt. De media vertalen dat zo (de minister sprak van een ‘kordate activering’, red.). Voor alle duidelijkheid: we hebben in dit land een goede sociale zekerheid. Sociale zekerheid is gebaseerd op solidariteit. Dat betekent dat je een aantal rechten hebt, maar ook een aantal plichten. Als mensen aanspraak maken op uitkeringen in het algemeen, dan moet daar ook controle op zijn. Het gaat immers over de centen van iedereen. Is dat hard? Nee, dat is redelijk. Ik zeg er wel altijd bij dat dat geen vrijgeleide mag zijn voor een heksenjacht. Wanneer je aan mensen plichten oplegt, moet je ze ook rechten geven. Als je hen verplicht om werk te zoeken en ze doen echt hun best, maar ze worden niet aangeworven, dan moeten wij kansen creëren.’

‘Ik heb altijd gezegd: de beste manier om te controleren of mensen willen werken, is hen werk te geven. Komen ze niet? Dan hebben ze het blijkbaar niet nodig. Ofwel zit er een ander probleem achter, dan moeten we daar iets aan doen. Of misschien werken ze in het zwart, en komen ze niet omdat ze het niet rendabel vinden. Dan weten we dat tenminste en kunnen we optreden.’

Er is één groot probleem waar blijkbaar niemand een oplossing voor heeft: de kwalitatieve mismatch die er al jaren is en die maar niet lijkt te verdwijnen, ondanks alle inspanningen.

‘Er bestaat ook geen mirakeloplossing voor dat probleem. We moeten onder andere naar het onderwijs kijken. Waarom verlaten zoveel jongeren het onderwijs zonder diploma? Ook de studiekeuze van jongeren speelt mee, de invloed van ouders, migratie ... En dan zijn er de bedrijven die graag kant en klare werknemers willen aanwerven die ze onmiddellijk kunnen inschakelen, wat ook lang niet altijd lukt. Afhankelijk van hun competenties zijn mensen in staat om bepaalde dingen te doen, maar andere dingen zullen ze nog moeten leren. Ondernemingen investeren in machines en onderhouden die uitstekend. Waarom kunnen ze dat dan niet met mensen doen? Zeker als je weet dat mensen veertig jaar moeten meedraaien op de werkvloer. Je moet innovatief zijn, ook in personeelsbeleid. Bedrijven die dat kunnen, zullen overleven.’

Als we langer moeten werken, zullen we ook anders moeten werken.

‘We moeten ouderen - en dan bedoel ik vijftigplussers, waar ik zelf trouwens ook toe behoor - zodanig omkaderen dat ze goesting blijven hebben om te werken. Opleiding is daarbij belangrijk, net als een soort jobrotatie.’

‘De tijd van het zeer monotone werk zoals je dat zag in de films van Charlie Chaplin is grotendeels voorbij, maar ook vandaag zie je in de dienstensector, de schoonmaaksector, bepaalde jobs waarbij het werk misschien niet altijd even interessant is. We kunnen erover nadenken hoe we dat beter kunnen organiseren. Door in te spelen op de intermenselijke relaties op een arbeidsvloer, bijvoorbeeld. Door mensen een zekere mate van autonomie te geven, macht over hun werksituatie.’

U wil dat bedrijven een werkgelegenheidsplan opstellen voor vijftigplussers. Zal dat veel zoden aan de dijk zetten?

‘Bedrijven moeten al veel plannen maken: de ene overheid vraagt een diversiteitsplan, de andere een plan voor man en vrouw ... Ik wilde vermijden om weer een extra plan bij wet op te leggen. Maar we willen wel sensibiliseren en bedrijven ondersteunen door verschillende modellen van zo’n werkgelegenheidsplan aan te bieden. Daarom zeggen we: denk erover na, zorg dat je een plan hebt, zorg dat je dat met de vakbonden in de ondernemingsraad hebt besproken. We zullen onze vijftigplussers nog nodig hebben, dus het is belangrijk dat bedrijven nadenken over de leeftijd van hun personeel, over hoe ze daarmee omgaan. Maar ik laat bedrijven de keuze. Of ze dat nu doen door een bijkomend plan op te stellen of door een luik over leeftijd toe te voegen aan het diversiteitsplan - dat op gewestelijk niveau toch al verplicht is - dat moeten ze zelf weten. Mocht ik een bedrijf leiden, dan zou ik een diversiteitsplan opstellen waarin ik al die elementen mee zou nemen: leeftijd, origine, gender ...’

Arbeidsmarktexpert Jan Denys zei afgelopen week dat de loonkloof tussen man en vrouw eigenlijk maar een loonkloofje is, als je rekening houdt met alle mogelijke correcties.

‘Vrouwen zouden zich liever laten uitbetalen in tijd dan in geld. Maar waarom laten vrouwen zich uitbetalen in tijd? Omdat mannen hun verantwoordelijkheden - bijvoorbeeld de zorg voor kinderen - vaak afschuiven op hun vrouw. Ondertussen veranderen steeds meer mensen tijdens hun leven van partner, waardoor het uiteindelijk de vrouwen zijn die met een heel laag pensioen zitten opgescheept. Het zijn zij die op het einde van de rit de rekening betalen.’

‘Ik ben daarin nogal een feministe, in die zin dat ik vind dat alle vrouwen maximaal - dus voltijds - zouden moeten werken. Alle regelingen rond kinderen of gezin in combinatie met arbeid zouden het best door de twee geslachten gelijkmatig worden ingevuld. Dan zou je geen loonkloof meer hebben.’

‘Natuurlijk ligt de verantwoordelijkheid ook een stuk bij de vrouwen zelf. Dikwijls zijn ze niet assertief genoeg. Ze durven niet te zeggen dat ze in aanmerking komen voor een bepaalde job, maar ze moeten worden aangesproken en gestimuleerd en tien keer te horen krijgen dat ze er wel degelijk de capaciteiten voor hebben. Vervolgens durven ze ook niet te zeggen wat ze ervoor in de plaats willen krijgen. Vrouwen zijn bescheidener. Ze kiezen ook vaker een job voor de inhoud of de betrokkenheid en niet meteen voor de verloning.’

Er komt heel wat kritiek uit werkgevershoek op de uitbreiding van het ouderschapsverlof met één maand.

(kort) ‘Europa legt dat op. We moeten naar vier maanden ouderschapsverlof. Als we dat niet doen, worden we veroordeeld.’

Europa verplicht ons niet om die vierde maand ouderschapsverlof ook te vergoeden.

‘Dat is zo, maar als we die maand onbetaald laten, dan wordt het enkel een maatregel voor degenen die het kunnen betalen. Terwijl zoiets eigenlijk bedoeld is voor mensen die het echt nodig hebben, zoals alleenstaande moeders. Zo hoog is die RVA-uitkering overigens niet (693 euro per maand in voltijds ouderschapsverlof, red.).’

Unizo zegt: extra ouderschapsverlof moet gecompenseerd worden door tijdskrediet in te korten.

‘We hebben hun voorstel bekeken. Wettelijk is dat niet uit te voeren, omdat je op die manier ongelijkheid creëert. Wat met mensen die geen recht meer hebben op tijdskrediet? Ik begrijp heel goed dat Unizo een probleem heeft met de cumulatie van allerlei verlofstelsels en de ondoorzichtigheid ervan. Er zijn mensen die eerst vijf jaar werken en dan bij wijze van spreken zes of zeven jaar thuisblijven. Mensen die lang thuis zitten, hebben het vervolgens moeilijk om weer aan de slag te gaan. Ik heb het daar zelf ook moeilijk mee, dus ik wil daar zeker de discussie over aangaan. Het is bijvoorbeeld best mogelijk om een aantal verlofstelsels aan geleverde prestaties te koppelen.’

‘Maar het is niet correct om nu het ouderschapsverlof te gebruiken als inzet van die discussie. Dat ouderschapsverlof hangt samen met ‘ouder worden’, in de zin van ‘ouderschap opnemen’. Dat mensen kinderen krijgen, is een biologisch feit. Daar is niet zoveel aan te doen. Het ouderschapsverlof dient om werkende mensen de kans te geven om ‘ouder’ te worden en toch aanwezig te zijn op de arbeidsmarkt. Dat is belangrijk, zeker als we de participatie van vrouwen willen verhogen.’

(mo) – Foto: (kb) 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.