Eeuwige studente Marie-Hélène De Spiegeleer (75): ‘Ik heb nog nooit gebrost’

Ze wil geen haantje-de-voorste zijn, zegt ze zelf, maar bijzonder is ze wel. Reisbegeleidster Marie-Hélène De Spiegeleer trok op 51-jarige leeftijd naar de universiteit en verdiept zich sinds die tijd in oosterse culturen en religies. ‘Het lijkt wel een verslaving.’

19 mei 2011

Delen

Marie-Hélène De Spiegeleer
“Ik vraag altijd of ik mijn examen mondeling mag afleggen. Bij een schriftelijk examen krijg ik een black-out” (Marie-Hélène De Spiegeleer, auteur ‘De Islam in China’)

Een ware spraakwaterval, blijkt ze te zijn. Marie-Hélène De Spiegeleer, ondertussen 75 jaar, verwelkomt me bij haar thuis in Oudenaarde. De boekenkasten puilen uit en overal om me heen schittert Chinees aardewerk. Het meeste werd hier gekocht, want het is niet gemakkelijk om dit soort schatten de grens over te krijgen. Dat weet Marie-Hélène - die verschillende keren per jaar als reisbegeleidster naar China trekt - maar al te goed. Ook de boeken en het lesmateriaal dat ze sinds 1993 inzamelt voor een Chinees schooltje, krijgt ze met moeite het land in. De afgelopen tijd schreef ze, na vele jaren van reizen en studeren, zelf een boek, over de Islam in China. De opbrengst ervan gaat eveneens naar de school.

‘Mijn professor archeologie, die ook veel interesse heeft voor China, raadde me aan om mijn ervaringen en ontmoetingen op te schrijven’, vertelt Marie-Hélène. ‘Schrijven is niets voor mij, maar ik ben toch begonnen met veel teksten te lezen en hier en daar informatie toe te voegen. Zo is het boek uiteindelijk ontstaan.’

Waar komt uw interesse voor China eigenlijk vandaan?

Aanvankelijk volgde ik avondles Japans in Gent. Op de middelbare school kende ik een Japanse jongen die mijn interesse voor de cultuur had aangewakkerd, en ik stond ook in contact met een Japanse vrouw. Ik kwam tot de conclusie dat het Japans – dat bestaat uit drie verschillende soorten schriften – eigenlijk sterk samenhangt met het Chinees. Meer nog: China ligt aan de basis van alle culturen in die regio. Als je dan toch iets wil leren, dan kan je beter beginnen bij de basis, vond ik. Na twee jaar Japans ben ik dus overgeschakeld op Chinees.

Na verloop van tijd begon ik ook overdag les te volgen, aan de universiteit van Gent. In 1982 besloot ik om alleen naar China te trekken. Als je meteen met een groep op reis trekt, dan moet je met die mensen bezig zijn. Ik wilde het land eerst in mijn eentje verkennen. Hoe ziet die muur eruit? Hoe zijn de hotels hier? Ik wilde als reisbegeleidster stevig in mijn schoenen te staan.

Heel wat mensen hebben mij dat toen afgeraden, maar ik ben voor niets bang. Ik heb heel wat reizen gemaakt: naar Peking, Taiwan ... Ik ging ook naar Japan, maar daar heerste toen een heel andere mentaliteit. Als je daarheen ging als vrouw alleen, dachten ze dat je enkel kwam om in bed te duikelen. De mensen waren helemaal niet vriendelijk tegen mij. Vandaag de dag staan Japanners daar veel meer voor open.

Ondertussen heb ik tussen Japan en Canada zowat alles gezien wat boven de evenaar ligt. Eén keer heb ik de evenaar overgestoken, naar Peru, maar dat is me niet goed bekomen. Ik ben ziek naar huis moeten terugkeren, met veertig graden koorts. Toen besefte ik dat ik niets te zoeken had over de evenaar. Bovendien: als je je echt ergens in wil vastbijten, dan moet je je ook op die regio concentreren.

Waarom wilde u zo graag les gaan volgen aan de universiteit?

Ik heb altijd de drang gehad om kennis te vergaren. Ik zou het geen haantje-de-voorste-gedrag willen noemen, maar je weet nooit wie je bij je hebt wanneer je reizen begeleidt. Er kan een prof tussen zitten, een leraar, een werkmens … Als er iemand onverwacht een vraag stelt, en je kan die niet beantwoorden, dan is dat vreselijk beschamend. Zowel tegenover de firma die je vertegenwoordigt, als tegenover jezelf. Als je eenmaal begint met studeren, kan je niet meer stoppen. Je leert iets over tempels in een cursus over godsdiensten, en voor je het weet zit je in een les architectuur of volg je een geschiedkundig vak. Op die manier klikt het ene in het andere. Je komt immers heel uiteenlopende dingen tegen. De mensen die je begeleidt, hebben een flinke som neergeteld voor hun reis. Je moet hen toch te woord kunnen staan met een degelijke uitleg? Voor mij is dat essentieel: ik wil die mensen iets meegeven.

U hebt nooit hoger onderwijs gevolgd toen u jong was?

Nee, ik heb enkel middelbare school gedaan. Daarna ben ik naar de normaalschool gegaan – want mijn twee ‘tante nonnekes’ waren onderwijzeres en ik wilde ook graag in het onderwijs. Maar toen werd mijn moeder ziek, vlak voor het examen, en moest ik thuis blijven. Ik begreep dat wel, maar ik heb het haar nooit echt kunnen vergeven. Het was mijn droom om les te geven ... Maar in jaren vijftig hoorde je nog onderdanig te zijn en je ouders te gehoorzamen.

Maar later hebt u die droom dan toch kunnen waarmaken.

Mijn zoon was het huis uit en mijn man had zijn televisie. Ik werkte nog fulltime, en ben toen begonnen met lessen Frans en Engels om mijn talen weer op te frissen. Pas later heb ik voor de universiteit gekozen. Het eerste jaar draaide trouwens uit op een flop. Hoewel ik heel gegeneerd was dat het eerst niet wilde lukken, ben ik het jaar daarna opnieuw begonnen. Opeens ging het wel. Het is zoals wanneer je een klein kind leert eten. Eerst eet het enkel kleine hapjes en dan komt plots die eerste grote hap. Voor mij was het zelfs een lekkernij. Alle vakken die ik kon volgen over China, heb ik gevolgd. En dan al die godsdiensten. Daarna ben ik vakken van archeologie gaan opnemen. Ook dat viel zo goed mee: het was als rijstpap met gouden lepeltjes. Op den duur werd het een verslaving. Hoe meer ik studeerde, hoe meer plezier ik erin kreeg.

Na de zomer trok ik telkens weer naar de universiteit. En maar noteren! (trots) Ik heb nooit gebrost, behalve wanneer ik een reis moest begeleiden. Ondertussen werkte ik nog, maar ik ging zoveel mogelijk op zaterdag en zondag werken om meer verlofdagen te kunnen opnemen. Ik vraag ook altijd of ik mijn examens mondeling mag afleggen. Bij een schriftelijk examen krijg ik een black-out.

U hebt heel uiteenlopende vakken gevolgd, van talen tot archeologie en van Noord-Europakunde tot geschiedenis van het Midden-Oosten.

(enthousiast) Ja, alles zit aan elkaar vast! (haalt er een grote kaart van China bij) Uit Scandinavië kwamen er Vikingen die zich vestigden aan de Zwarte Zee. Verschillende volkeren uit het noorden zijn door Dzjengis Khan meegenomen voor grote bouwwerken in China. Hij kon daarvoor geen bouwvakkers uit zijn eigen streek nemen, want dan kon het land niet meer bewerkt worden. De vreemde volkeren brachten hun cultuur mee. Ze hadden bijvoorbeeld rendieren bij, wat erg handig was, want dat vlees bewaarde veel langer wanneer het in de wind gedroogd was dan paardenvlees of rundsvlees.

Het ging me dus niet alleen om China, maar om al die volkeren die het land samen gemaakt hebben tot wat het is. Wat zijn ze daar komen zoeken? Wat hebben ze daar gedaan? En welke rol heeft de vrouw daarbij gespeeld? Mao Zedong heeft de vrouw ten tijde van de Culturele Revolutie onrechtstreeks haar vrijheid teruggegeven. Iedereen moest toen verplicht twee jaar op het platteland gaan werken. De boer leerde aan de leraar hoe hij moest planten en oogsten, de leraar leerde de boer het Rode Boekje lezen. Ook vrouwen moesten aan het werk gaan, en soms keerden ze na twee jaar niet meer terug naar huis. Ze gingen aan de slag als opvoedster, in het huishouden of bij het leger. Die vrouwen kregen aanzien. Weet je trouwens hoe sollicitaties eraan toegaan in China?

Nee ...

Het gebeurt dat boeren - die rijk geworden zijn door handel maar die niet kunnen lezen of schrijven - een hostess of steward inhuren om hen te helpen. Als beloning krijgen die meisjes of jongens een visitekaartje. Wanneer Chinese jongeren gaan solliciteren, nemen ze niet enkel hun sollicitatiebrieven mee, maar ook al die visitekaartjes. Voor hun potentiële werkgever zijn die kaartjes immers een signaal dat zij in het verleden goed hebben gewerkt. (haalt album boven) Kijk, ik spaar ook alle visitekaartjes die ik op reis krijg. Als ik naar China ga, gaat dit boekje altijd mee.

‘De Islam in China’ van Marie-Hélène De Spiegeleer is uitgegeven bij Uitgeverij Kramat.    

(mo) – Foto: (ip)   

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.