‘De vraag naar Belgisch vlas neemt globaal toe’

“In de vlasnijverheid is het altijd balanceren op een slappe koord.” (Paul Debaere, zaakvoerder Devanta Waregem)

De vraag naar vlas vanuit Azië kan de komende jaren wel eens flink toenemen. Dat is goed nieuws voor onze vlasnijverheid, die zich vooral in West- en Oost-Vlaanderen bevindt. Maar de vlasverwerkende bedrijven blijven voorzichtig en realistisch.

Op de jongste Europese conferentie van de vlas- en hennepsector maakten afnemers uit vooral India en China duidelijk dat er op hun markten sterke groeiprognoses zijn voor (bast)vezels, zoals vlas en hennep. Aangezien die landen hun vlasvezels vooral uit Europa en Wit-Rusland halen, kunnen de Belgische vlasverwerkende bedrijven – die vooral in het Leiegebied van West- en Oost-Vlaanderen actief zijn – daar hun voordeel mee doen.

In 1986 namen Paul Debaere en zijn schoonbroer Ronny Taeleman het familiale vlasbedrijf in Waregem over; in 1996 vormden ze het om tot Devanta. Het bedrijf verwerkt vlas dat het in Wallonië oogst. “Een verhoogde globale vraag betekent uiteraard dat we sterker op de markt staan en dat de prijs omhoog gaat”, zegt Paul Debaere. “Ten opzichte van twee jaar geleden is de vlasprijs nu al twee keer zo hoog. Die sterke prijsschommelingen zijn typisch voor vlas. Begin dit jaar was ook onze gigantische stock, opgebouwd tijdens de laatste vijf jaar, helemaal op. Dat zijn nu al positieve signalen voor de toekomst.”

Kijken op langere termijn

Niet dat bijvoorbeeld de grote Chinese interesse in ons vlas nieuw is. “De jongste twaalf jaar gaat al 85 procent van het vlas dat we hier verwerken naar China”, zegt Paul Debaere. “Het grote verschil is dat 20 tot 35 procent van de afgewerkte producten nu in China maar ook in India blijft, terwijl zij vroeger bijna allemaal werden geëxporteerd naar Europa en de VS. De binnenlandse vraag naar afgewerkte producten op basis van vlas is er sterk toegenomen.”

Betekent dit dan op langere termijn een grotere stabiliteit voor onze vlasnijverheid, die nog altijd 2.000 mensen tewerkstelt? “Het is nooit echt stabiel”, stelt Paul Debaere. “Het weer is bijvoorbeeld een erg belangrijke factor voor de kwaliteit van het vlas en de productie. We moeten er ook voor zorgen dat de prijs door de relatieve schaarste niet te hoog oploopt. In de beide gevallen kan men in China en India gemakkelijk zijn toevlucht nemen tot andere basisgrondstoffen in combinatie met vlas. In de vlasnijverheid is het altijd balanceren op een slappe koord. Typisch voor ons is dat we altijd op de lange termijn moeten kijken, en niet mogen panikeren als het eens één of twee jaar slechter gaat.”

Niet euforisch worden

Paul Debaere meent dat men nu ook niet euforisch moet worden. “De verleiding is groot om nu te veel uit te zaaien, met het risico op een overaanbod. Daar mogen we ons niet aan laten vangen. Een verdubbeling van het areaal aan uitgezaaid vlas, zoals afnemers uit Azië nu suggereren, is niet realistisch. Als de vraag groot genoeg is, is een uitbreiding van 20 tot 25 procent wel mogelijk.”

Sowieso oogt de toekomst best mooi. De vraag naar vlasvezels neemt globaal toe. “Op dit moment kan iedereen goed zijn boterham verdienen en voor het eerstkomende anderhalf jaar verwacht ik geen dal in onze sector”, besluit Paul Debaere.

 

(jd) 

19/12/2014

  • 19 december 2014