De Belgische arbeidsmarkt: jobs komen en gaan

nieuwe job (jvc)
“Zelfs in volle crisistijd werden er nog 3.600 jobs per week gecreëerd” (Karen Geurts, HIVA)

In crisistijden vliegen ze ons om de oren: de cijfers en statistieken over honderden, zo niet duizenden jobs die op de tocht staan of verloren gaan. Maar cijfers zeggen niet alles. Onze arbeidsmarkt blijkt zich aan een relatief stabiel tempo te vernieuwen, iedere dag opnieuw.

Massale ontslagen bij grote bedrijven, waarbij soms tientallen tot honderden mensen in één keer op straat belanden, zijn al bij al uitzonderlijk. Het grootste deel van de jaarlijkse jobcreatie en -destructie blijft voor het grote publiek onzichtbaar. ‘Vaak gaat het om ontslagen die we normaal gezien helemaal niet opmerken’, vertelt Karen Geurts, onderzoekster aan het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving HIVA (KULeuven). ‘Denk aan kleine ondernemingen die over de kop gaan of hier en daar een werknemer die ontslagen wordt. Als je al dat jobverlies bij duizenden kmo’s optelt, dan kom je aan veel hogere aantallen dan je op het eerste zicht zou denken.’

Interessante cijfers

In samenwerking met de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) - die de data leverde - en Federgon, de federatie van partners voor werk, bracht het HIVA deze dagelijkse turbulentie op onze arbeidsmarkt in kaart. Voor België gaat het om pionierswerk. ‘We zien nu al dat onze cijfers onmiddellijk gebruikt worden door andere instellingen, zoals de Nationale Bank. Een duidelijk teken dat het om relevant materiaal gaat. In de VS wordt dit soort gegevens ieder kwartaal bekendgemaakt. Men gebruikt er de cijfers als een belangrijke beleidsindicator’, verklaart Geurts.

De methodologie achter het onderzoek lijkt eenvoudig, maar is dat in de praktijk niet. Wie louter op basis van administratieve databestanden nagaat welke ondernemingen jobs gecreëerd hebben, en waar er jobs vernietigd zijn, komt bedrogen uit. Zo veranderen ondernemingen vaak van ondernemingsnummer, bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe eigenaar komt, wanneer het bedrijf van een nv in een bvba verandert of wanneer er fusies of splitsingen plaatsvinden.

Te weinig nieuwe jobs

‘Je ziet een enorme turbulentie in de administratieve cijfers, maar die komt niet overeen met de economische realiteit van jobcreatie en jobverlies. Het is een complexe oefening om daar de relevante cijfers uit te halen. We hebben ons voor de berekening laten inspireren door het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics.’ Die cijfers zijn nu, sinds september, beschikbaar en zullen in de toekomst regelmatig aangevuld worden.

De nieuwe gegevens moeten de dynamiek ontbloten die schuilgaat achter de oppervlakkige netto-statistieken. Als de overheid weet waar de jobcreatie en -destructie zich voornamelijk afspelen, dan kan ze haar beleid daarop enten. ‘Er bereiken ons vaak berichten over jobverlies in de industriële sector, maar relatief gezien ligt de vernietiging van bestaande jobs daar niet hoger dan elders’, weet Geurts. ‘Het cruciale probleem van onze industrie is dat er te weinig nieuwe jobs gecreëerd worden, waardoor de sector achteruitboert in de werkgelegenheidsstatistieken.’

Te weinig innovatie

Zo werd vorig jaar in de dienstensectoren ongeveer zes procent van de bestaande jobs vernietigd, terwijl er acht procent nieuwe werkgelegenheid bijkwam. Daardoor groeide het aantal dienstenjobs met twee procent. In de industrie lag de jobdestructie even hoog maar kwamen er per honderd jobs nog geen drie nieuwe jobs bij. ‘Ziedaar het probleem van onze industriële sectoren: bedrijven trekken weg of investeren te weinig in innovatie. Kleine industriële kmo’s krijgen te weinig ademruimte om nieuwe productie en werkgelegenheid te creëren. We zullen daar de komende jaren volop op moeten inzetten’, concludeert Geurts.

De studie van het HIVA werpt ook een nieuw licht op de verschillen tussen economisch vruchtbare tijden en periodes van crisis. In 2010 gingen er in België wekelijks zo’n 3.300 jobs verloren, terwijl er ongeveer 3.900 werden gecreëerd. Kijk je naar de crisisjaren 2008-2009, dan blijkt dat er in die periode sprake was van een lagere jobcreatie (3.600 nieuwe jobs per week) en een hogere jobdestructie (4.100 jobs verloren per week). ‘Eigenlijk is dat maar een lichte verschuiving’, vindt Geurts. ‘Zelfs in volle crisistijd werden er nog 3.600 jobs per week gecreëerd.’

Goed nieuws, geen nieuws?

In totaal zouden er tijdens de economische crisis van 2008 en 2009 nog bijna 200.000 jobs per jaar gecreëerd zijn. ‘Die jobcreatie gebeurt geleidelijker en haalt zelden het nieuws, maar ze vindt wel degelijk plaats’, benadrukt Geurts. ‘Twee jaar na datum zien we dat de Belgische arbeidsmarkt veel beter heeft standgehouden dan in de meeste andere Europese landen. Het aantal jobs dat verloren ging bij faillissementen en krimpende ondernemingen werd ruimschoots gecompenseerd door nieuwe jobs die gecreëerd werden door starters en groeiende bedrijven.’

Het aantal jobs dat wekelijks verdwijnt en verschijnt in ons land mag dan betrekkelijk hoog lijken, volgens Geurts is de Belgische arbeidsmarkt al bij al erg rigide. ‘De dynamiek op onze arbeidsmarkt is nogal beperkt in vergelijking met andere landen. In de Angelsaksische wereld liggen de cijfers stukken hoger en ook in Duitsland liggen ze hoger. In Frankrijk ligt de jobcreatie en -destructie dan weer lager dan bij ons. Onze arbeidsmarkt is eerder behoudgezind. Het behoud van bestaande werkgelegenheid lijkt belangrijker dan het bevorderen van het dynamisch proces. Daar ligt zeker een uitdaging voor de toekomst.’

Starre arbeidsmarkt

In de lange lijst met knelpuntberoepen ziet de onderzoekster een oorzaak voor de starheid van onze arbeidsmarkt. De knelpuntberoepen zetten een rem op de vlotte overgang van de ene job naar de andere. In tijden van crisis doen werkgevers er alles aan om met behulp van allerlei crisismaatregelen hun werknemers te behouden, uit angst dat ze na de crisis geen werknemers meer vinden. ‘Dat creëert een potentieel welvaartsverlies. Tijdens de voorbije crisis werden we geconfronteerd met de paradox dat er enorm veel vacatures bleven openstaan, terwijl werkgevers hun personeel nog liever even wat minder lieten werken dan hen te ontslaan. Het stelsel van economische werkloosheid zou dan ook gekoppeld moeten worden aan een opleidingsverplichting’, vindt Geurts.

Oudere werknemers houden dan weer halstarrig vast aan hun job, omdat de arbeidsmarkt er niet op gericht is om hen goede transitiekansen te geven. ‘De overheid moet er een prioriteit van maken om de mobiliteit van oudere werknemers op de arbeidsmarkt te bevorderen. We zitten met een generatie veertigplussers - ervaren en goedgeschoolde arbeidskrachten - die nog 25 jaar actief zullen zijn op onze arbeidsmarkt. Zij moeten alle kansen krijgen.’

(mo) – Illustratie: (jvc) 

Meer info over Waar vind ik jobs? , Waarom vind ik moeilijk een job?

07/03/2012