Column

Werkgeluk

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. Van haar verschenen de romans Poolijs en Feestelijk Zweet.

Joris Abbeels’ arbeidsvreugde wordt overschaduwd door één enkele collega. Als Vera Truys niet bij Rex Textiles werkte, zou hij de firmadraaideur elke ochtend een stevige snok geven, immer goedgeluimd. Zijn rendementscurve zou op slag van een slappe lijn in een krachtige boog veranderen, meent hij. En als zijn loon werd gestort, zou het haast aanvoelen als een onterechte vergoeding. Een gemoedelijke volwassenenopvang lijkt het bedrijf immers zonder Vera Truys, waar ‘werken’ slechts een voorwendsel is, een reden om de leden van de club samen te roepen, die evengoed kaarten of petanquen had kunnen zijn.

‘Werken’ is voor Joris inmiddels gaan betekenen: overeind blijven in het bijzijn van Truys. Ware arbeid heeft met ‘debiteurenbeheer’, zijn echte taak, niets meer te maken, maar slechts met het ontwijken van Vera’s oogopslag. Haar blik, die zijn vingers doet veranderen in klamme, oncontroleerbare grijpers. Haar stem, die zijn ontbijt omzet in brandend maagzuur en het adertje in zijn slaap heftig doet kloppen, als spande er een nerveus diertje onder zijn huid.

Aanvankelijk hadden al zijn collega’s zo’n onthutsend effect op hem, maar langzaamaan hebben zij zich ontpopt tot gewone mensen, alleen Vera is beangstigend gebleven. Zijn zwarte beest is zij, die altijd in zijn buurt blijkt als hij op zijn bek gaat, flatert. Een ondersoort voelt hij zich ten opzichte van haar, die alleen bij gratie van haar zwijgen nog steeds deel uitmaakt van het team.

Er zit voor Joris dan ook niets anders op dan zijn werktijd in bijzijn van Truys zo veel mogelijk te beperken. Hij plant zijn verlof steeds op andere dagen dan zij, wat hem al drie weken werkwelzijn oplevert. Hij neemt vaak vrijwillig extra taken zoals klasseerwerk op zich, waardoor hij even kan vertoeven op een andere etage. En als hij ingewikkelde telefoongesprekken moet voeren, gaat hij op de overloop bellen met zijn persoonlijke gsm. Kosten noch moeite spaart hij om de foutenlast die hij reeds heeft bij Vera, te bevriezen, het slechte beeld dat zij van hem heeft niet nog te verergeren.

Als zij het verlangen uit om in de vastgoedsector te gaan werken, aarzelt hij uiteraard geen seconde om haar daar een handje bij te helpen. Hij pluist websites en kranten uit op zoek naar haar droombaan en laat jobadvertenties die haar mogelijk interesseren, rondslingeren in de vergaderruimte en kantine.

Pas maanden later lijkt zijn opzet geslaagd: hij hoort haar razend enthousiast vertellen over een immojob die hem bekend voorkomt. Nog even, denkt Joris, en zijn leven zal volkomen zorgeloos zijn, vol waardering en vrij van enig werkverdriet. Maar Vera heeft het bedrijf amper verlaten, of daar is ze reeds vervangen door een spichtig serpent van een ander filiaal, dat hem nog verwijtender aanstaart dan haar voorgangster. Eén vingerknip van haar lijkt te volstaan om hem in de geheime schacht vol ontoereikend werkvolk te keilen. Die koker, u kent hem wel, wemelend van rompen, armen, hoofden smekend om professionele amnestie.

(rl)

08/03/2012

  • 08 maart 2012