Bedankt

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. In 2007 won ze met haar roman Poolijs de Debuutprijs.

Soms droomt Tony Cleys dat hij naakt op een bankettafel ligt tijdens het personeelsfeest. Hij is van kop tot teen versierd met peterselie en ziet hoe zijn collega’s aanschuiven om elk een lichaamsdeel van hem af te hakken en op hun bord te leggen. De nachtmerrie eindigt immer hetzelfde: zijn baas snijdt zijn grote tenen af en zegt ‘Dank u’, voor hij ze naar binnen schrokt.

Woorden zijn het, die zijn overste in werkelijkheid nooit tegen hem heeft gezegd, beseft Tony eenmaal hij wakker is en weer dat knagende gevoel ervaart in zijn maag. Hij voelt het sinds zijn gezin hem de rug heeft toegekeerd, zijn oudere collega’s met pensioen zijn en zijn baas zowat de enige persoon is die hem rest van de voorbije dertig jaar. Soms blijft het geknaag even uit, tot Tony de lederen bekleding van de bedrijfswagen ruikt die hij heeft gekregen bij zijn laatste promotie of de flatscreentelevisie ziet, gekocht met een zoveelste bonus. Materiële dankbetuigingen zijn het, geregeld via de boekhouding en personeelsadministratie. Op wat handtekeningen na, is Beckers er nauwelijks bij aan te pas gekomen.

Als Tony een megagroot project binnenhaalt en nog geen dankjewel krijgt, wordt het bijtend gevoel in zijn maag ondraaglijk. Op zijn vrije dag rijdt hij naar de straat van zijn baas om diens echtgenote te begluren, de enige die hem begrijpt, meent hij. Hij treft haar aan op een bank met Beckers’ rashond naast zich. Ze ziet er stomdronken uit en krabt aldoor aan haar haarwortels, alsof ze een gelijkaardig knagen als hem ervaart, maar dan onder haar schedelhuid. Voor Tony het beseft heeft hij Rita Beckers een lift aangeboden en zit zij dommelend op de passagiersstoel. De labrador snuffelt tevreden aan de leren zetel en dan gebeurt het, daar rijdt Tony in een impuls de villawijk uit, de snelweg op, om pas tachtig kilometer verder halt te houden voor een groezelig motel.

‘Waar zijn we? Word ik gegijzeld?’, schatert mevrouw Beckers die nu pas ontwaakt en meteen een miniflesje sherry uit haar jas graait. ‘Hoeveel losgeld vraag je?’ Als Tony Beckers opbelt en zijn oogappel laat blaffen in de hoorn, eist hij geen geld, alleen een uitgebreid dankwoord op de website van het bedrijf. Pas ettelijke sherryflesjes later, verschijnt er zo’n tekst op de site. Een al te kort en slordig overzicht van zijn professionele heldendaden is het, vindt Tony die dan maar zelf een lijst opstelt en deze faxt naar zijn baas, te bezopen als hij is om te beseffen dat hij zo zijn verblijfplaats verraadt.

Wat later arriveert er een politiewagen waaruit twee agenten stappen en een beverige Beckers. Rita valt Tony in de armen, hem bedankend omdat haar man door hem eindelijk weer oog lijkt te hebben voor haar. Maar Beckers stormt regelrecht af op de labrador, niet op haar, waarna zij driftig aan de pels van het beest gaat krabben en daarna aan haar eigen haarwortels en aan die van de agenten die haar van zich af moeten slaan. In verhouding met haar geeft zelfs de gijzelnemer een serene, evenwichtige indruk.

(rl) 

11/03/2011

  • 11 maart 2011