25 jaar wet op de uitzendarbeid: reden tot feesten?

Minister Monica De Coninck
"We mogen niet in een situatie verzeilen waarin de grootste flexibiliteit geëist wordt van de zwakste werknemers" (Monica De Coninck, federaal minister van Werk)

De wet op de uitzendarbeid bestaat 25 jaar. Voor Randstad reden genoeg om een studienamiddag over het onderwerp in te richten. Na een kwarteeuw is de wetgeving duidelijk aan een update toe. En daarover zijn de debatten nog niet beslecht.

Monica De Coninck trapt af met een brokje historiek. We kunnen het ons vandaag moeilijk voorstellen, maar in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog was uitzendarbeid in België een marginaal gegeven dat kampte met een imago van louche afspraken en koppelbazerij. De Wet op de Uitzendarbeid van 1987 haalde de sector uit de semi-illegale sfeer.

Belangrijke wijzigingen

Onverdeeld positief is De Coninck niet. Ze grijpt de gelegenheid aan om een kritische kanttekening te plaatsen bij de voortschrijdende eisen voor meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt. ‘We mogen niet in een situatie verzeilen waarin de grootste flexibiliteit geëist wordt van de zwakste werknemers, die door hun thuissituatie of opleiding er het minste toe in staat zijn’, klinkt het.

Recent onderging de wetgeving rond uitzendarbeid enkele belangrijke wijzigingen. In 2013 komt er een einde aan de praktijk waarbij werknemers via opeenvolgende dagcontracten tewerkgesteld worden. Als ondernemingen toch van die formule gebruik willen maken, moeten ze kunnen bewijzen dat de omstandigheden een dergelijke flexibiliteit vereisen.

Proefperiode

Ook de rechten van uitzendkrachten worden, in navolging van Europese eisen, nauwkeuriger vastgelegd. Zo moet een uitzendkracht binnen een bedrijf toegang krijgen tot dezelfde voorzieningen als zijn collega’s in vaste dienst. Ook moet hij of zij zicht krijgen op de interne vacatures.

Uitzendarbeid is inmiddels een belangrijk instroomkanaal voor werknemers. In de praktijk doen opeenvolgende periodes als uitzendkracht vaak dienst als proefperiode. Het nieuwe wettelijke kader zorgt ervoor dat een werknemer recht heeft op een gedegen uitleg wanneer zijn of haar sollicitatie afgewezen wordt.

Wonderjaren

De markt voor uitzendarbeid heeft twee decennia van gestage groei achter de rug. Randstads arbeidsmarktexpert Jan Denys vervalt echter niet in euforie. ‘Misschien’, zo doceert Denys, ‘heeft de uitzendsector in België zijn wonderjaren achter de rug. De echte boom in de uitzendsector vond plaats tussen 1990 en 2005. Uitzendarbeid gold als een wonderoplossing voor zowat alle arbeidsmarktproblemen. Na 2005 leek het momentum wat te verzwakken. De bonden, die altijd al een zekere argwaan tegenover uitzendarbeid koesterden, werden kritischer en de toename van het aantal dagcontracten zorgde voor problemen. Het is dus goed dat daar iets aan gebeurt.’

Ook de uitbreiding van de Europese Unie zorgt voor nieuwe uitdagingen. Fenomenen als mensensmokkel en uitbuiting door malafide koppelbazen zijn in de eengemaakte arbeidsmarkt de orde van de dag. De impact daarvan straalt negatief af op de uitzendsector. Ook enkele discriminatieschandalen gaven het imago van de sector een knauw. Toch sluit Denys af met een voorzichtig positieve noot. Hij schetst het beeld van een loopbaan als een bootje, waarin de interimsector dienst doet als een - tijdelijke - haven.

Zwakste schakel

Ook de heikele rol van uitzendarbeid tijdens stakingen komt aan bod. Hoe voorkom je dat uitzendkrachten worden ingezet als stakingbreker? En hoe bescherm je uitzendkrachten tegen het loonverlies dat ze lijden wanneer er in hun bedrijf een staking uitbreekt die hen het werken belet? Immers: een echte keuze wordt hen niet gelaten in het huidige bestel, vindt Manou Doutrepont, expert sociaal overleg.

De situatie zorgt voor bezorgdheid bij de bonden.‘Het stakingsrecht hangt dan af van de zwakste schakel, de uitzendkracht die tussen twee stoelen valt’, stelt Mathieu Verjans van het ACV.

Geen komedie

Uitzendarbeid in het openbaar ambt is nog zo’n probleem dat voor een geanimeerde discussie zorgt tussen Herwig Muyldermans (Federgon) en vakbondsman Verjans. De bonden zijn het idee van uitzendarbeid in het openbaar ambt niet genegen. Muyldermans werpt tegen dat België op dat vlak in goed gezelschap is; enkel Griekenland kent volgens hem nog een dergelijk verbod. ‘De facto doen overheidsdiensten al massaal beroep op uitzendarbeid’, besluit Muyldermans. ‘Laten we stoppen met komedie spelen.’

Een politieke oplossing is niet voor morgen, al schuift Federgon een deadline naar voor: juli 2013. Eva Van Hoorde, adviseur op het kabinet van Monica De Coninck, geeft nog mee dat de beslissing over uitzendarbeid in het openbaar ambt ‘grotendeels’ gewestmaterie wordt in het kader van de lopende staatshervorming

(ml) – Foto: (kb) 

Meer info over Waar vind ik jobs? , Waarom vind ik moeilijk een job? , Interim

12/02/2013