West-Vlaamse Intercommunale bestaat 50 jaar

De 50 jaar oude West-Vlaamse Intercommunale (WVI) gaat een druk jaar tegemoet. Momenteel worden 900 hectaren bedrijventerreinen ontwikkeld, in verschillende fasen van realisatie. “De vraag is nog altijd veel groter dan het aanbod”, zegt directeur Geert Sanders.

De West-Vlaamse Intercommunale werd vijftig jaar geleden opgericht, toen nog als drie aparte vennootschappen, die in 1999 fuseerden. Eind vorig jaar werd die verjaardag feestelijk gevierd. De WVI houdt zich bezig met de ontwikkeling van verkavelingen en bedrijventerreinen en de reconversie van bestaande en verouderde terreinen. Ze is in de hele provincie actief met uitzondering van Zuid-West-Vlaanderen.

“Op het vlak van bedrijventerreinen is veel aan het bewegen”, zegt algemeen directeur Geert Sanders. “Momenteel zijn bij ons 900 hectaren bedrijventerreinen in ontwikkeling. Sommige zitten nog in de studiefase, op andere is de eerste spade in de grond gestoken of zijn we de kavels al aan het verkopen. Een bedrijventerrein ontwikkelen, neemt vaak een hele tijd in beslag.”

Oude terreinen moderniseren

Het grootste project wordt de komende tijd gerealiseerd in Roeselare. Daar komen vier regionale bedrijventerreinen, goed voor ruim 100 hectaren. Ook in Brugge, Tielt, Torhout en Ieper staan regionale bedrijventerreinen ingepland. Geert Sanders: “Er zijn ook nog kleinere, lokale bedrijventerreinen in ontwikkeling, onder meer in Koekelare, Pittem en Vleteren. Onlangs zijn bijvoorbeeld de infrastructuurwerken gestart aan het nieuwe lokale bedrijventerrein Flandria in Zedelgem. En de bedrijfskavels op het terrein Zangersbos in dezelfde gemeente zijn nu volop in de verkoop.”

Waar mogelijk kiest de WVI steeds meer voor reconversie van oudere terreinen: het ‘updaten’ zeg maar van de openbare ruimte, mobiliteit, riolering enzovoort. En ook brownfield-ontwikkelingen komen steeds meer voor. “Op terreinen van grote stopgezette bedrijven bijvoorbeeld onderzoeken we hoe we er nieuwe bedrijvigheid kunnen creëren, zoals op de oude Sofinalsite in Waregem”, zegt Geert Sanders. “In Sijsele en Lissewege hebben we oude kazernes gekocht om ze om te bouwen. Als zo’n sites zich in de kern van een gemeente bevinden, kiezen we evenwel meestal voor een woonproject.”

Grote bedrijvigheid, veel schaarste

Ondanks al deze ontwikkelingen blijft de vraag naar plaats om te ondernemen ook in onze provincie nog altijd groter dan het aanbod. “Momenteel hebben we 60 hectaren bouwrijpe grond ter beschikking, terwijl dat eigenlijk permanent 250 hectaren zou moeten zijn als reserve”, zegt Geert Sanders. “Positief daaraan is dat het duidelijk niet slecht gaat met de lokale en regionale bedrijvigheid, hoewel we zeker nog enkele jaren met schaarste zullen kampen. Maar met die 900 hectaren in ontwikkeling willen we toch wat ademruimte creëren. Dat is belangrijk, want ik stel vast dat haast elk bedrijf dat bij ons grond koopt, wil uitbreiden en groeien, en zo ook bijkomende jobs creëert.”

(jd)

Meer info over Waar vind ik jobs? , Bouw

08/01/2015