Vlajo stimuleert ondernemerschap bij jongeren

”De organisatie van een 100 dagenfuif is een maxi-onderneming.” (Peter Coenen, directeur Vlajo vzw)

Hoe leren we Vlaamse jongeren wat ondernemen is? Op die vraag geeft de vzw Vlaamse Jonge Ondernemingen (Vlajo) uit Leuven een antwoord. De Vlajo-programma's stimuleren ondernemend talent vanaf de kleuterklas tot in het hoger onderwijs.

Vlajo maakt jongeren vertrouwd met ondernemerschap via verschillende praktijk- en ervaringsgerichte programma’s. Het bekendste onderdeel zijn de mini-ondernemingen in de laatste twee jaren van het middelbaar onderwijs. De jonge ondernemers verzamelen startkapitaal om een zelf gekozen product of dienst op de markt te brengen, en leren dat aan de man of vrouw te brengen. Zo leren ze wat er bij ondernemen allemaal komt kijken.

4 basiswaarden

Dergelijke mini-ondernemingen bestaan in Vlaanderen sinds 1977. In de beginjaren werden ze ondersteund door vrijwilligers uit de regionale Kamers van Koophandel en de toenmalige Generale Bank. In 1996 werd het initiatief erkend door de Vlaamse regering en kreeg het met de vzw Vlaamse Jonge Ondernemingen, afgekort Vlajo, een professionele omkadering met zes vaste medewerkers. Intussen zijn dat er al 28, want ook het aantal programma's groeide sinds de start. "Vlajo biedt een traject aan van de kleuterklas tot in het hoger onderwijs", vertelt directeur Peter Coenen. "Daarmee zijn we uniek in Europa."

Het traject is opgebouwd rond de vier basiswaarden: dromen, doen, durven, en doorzetten. Het begint met de Vlajo Droomfabriek, die kinderen van de eerste kleuterklas tot en met het zesde leerjaar wil uitdagen om hun verborgen talenten te ontdekken. Coenen vindt dat niet te jong om te beginnen. "Uiteraard laten we kleuters geen onderneming opstarten. Maar je kunt wel al de eerste bouwstenen leggen. Vergelijk het met recycleren: je moet ook niet wachten tot jongeren achttien zijn om hen dat aan te leren."

Groeien

Met al zijn programma’s bereikte Vlajo in het voorbije schooljaar 99.095 deelnemende jongeren. Daarbij zijn de coördinatoren van Vlajo de schakel tussen Vlajo en de scholen. Zij overtuigen directie en leerkrachten om deel te nemen, begeleiden de opstart en de werking van mini-ondernemingen en organiseren verkoopmomenten. Vorig schooljaar was zowat één op acht middelbare scholieren actief in een mini-onderneming. Volgens hoofdcoördinator Ben Peeters is de provincie Vlaams-Brabant daarbij de koploper, met dit schooljaar 53 mini-ondernemingen in regio Leuven en 43 in regio Brussel-Halle-Vilvoorde. In Leuven doen alle scholen die in aanmerking komen mee.

De grote groei kwam er toen mini-ondernemingen in het leerplan geïntegreerd werden, legt Peter Coenen uit. Leerlingen kunnen er punten mee verdienen, en worden begeleid door een vakleerkracht – meestal is dat de leerkracht economie. De keerzijde is dat er weinig mini-ondernemingen opgestart worden in richtingen waar geen economische vakken op het programma staan.

100 dagenfuif

Om het ondernemend talent in die richtingen ook te bereiken, start Vlajo vanaf volgend schooljaar met een aangepast programma dat uitgaat van activiteiten die nu al in scholen plaatsvinden. Coenen geeft het voorbeeld van een 100 dagenfuif die leerlingen organiseren. "In sommige scholen is zo'n organisatie een heuse maxi-onderneming. Leerlingen moeten offertes vragen, bestellingen plaatsen, taken verdelen, … We willen dergelijke activiteiten pedagogisch begeleiden en laten evalueren door een leerkracht."

Op termijn wil Vlajo de helft van alle Vlaamse jongeren bereiken. Op 1 januari start de organisatie met een experiment om na te gaan welk beleid en welk personeel nodig zijn om dat ambitieuze doel te bereiken.

Messi

Is ondernemerschap iets wat je kunt aanleren? Peter Coenen is overtuigd van wel. "Ik vergelijk het graag met voetbal. Wij nodigen jonge mensen uit om te komen spelen op een oefenveldje, in de hoop dat ze de smaak te pakken krijgen. Daar zullen misschien een paar Messi's tussenzitten die het in zich hebben om ondernemer te worden."

Peter Coenen verwacht ook niet dat elke deelnemer daarna een eigen bedrijf opstart. "Wel dat ze iets bijgeleerd hebben over ondernemen, hun eigen talenten en kwaliteiten leren kennen, en daar later iets mee doen. Want of iemand nu in het bedrijfsleven, in het onderwijs of bij de overheid terechtkomt: er is overal nood aan 'intrapreneurs' die de zaken doen vooruitgaan en waarde creëren."

Trots

Coenen kent 24 mini-ondernemingen waaruit een echt bedrijf gegroeid is. De jongste is Time for Vinyl uit Leuven, dat in mei nog verkozen werd tot beste mini-onderneming van Vlaanderen (Jobat 24 mei). Hun commercieel directeur Jeroen Vandevenne richtte de bvba Time for Vinyl op. Hij combineert het ondernemerschap met de studies Toegepaste Economische Wetenschappen aan KU Leuven.

Vlaamse jongeren hebben over het algemeen een positief beeld van ondernemers, weet Peter Coenen, maar de meesten hebben nog nooit een ondernemer in het echt gezien. Met het project 'Ondernemers voor de klas' brengt Vlajo ondernemers en kaderleden naar de klas om hun verhaal te vertellen. "We moeten onze ondernemers koesteren", zegt Peter Coenen. "Neem nu Marc Coucke. Die begon als student flesjes shampoo te verkopen, en heeft dat uitgebouwd tot een bedrijf dat 2.000 mensen werk geeft. Zo iemand is een rolmodel, zeker omdat hij iemand van vlees en bloed gebleven is en ook een familieleven heeft. We moeten fier zijn als zo iemand succes heeft."

 

(wv)

Meer info over Net afgestudeerd , Welke job past bij mij? , Waar vind ik jobs? , Starters , Loopbaanbegeleiding , Zelfstandigen en bijberoep , Opleidingen , Persoonlijke ontwikkeling

24/12/2014