Jaarlijks 8.000 nieuwe arbeidsplaatsen in voedingsnijverheid

“Voor laaggeschoolden zijn er heel wat kansen in onze voedingsbedrijven.” (Bernard Deryckere, ceo Alpro Europa & voorzitter Fevia België)

De voedingsnijverheid is uitgegroeid tot onze sterkste industriële sector maar kampt met een personeelstekort. Dagelijks worden 36 nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd die niet zomaar ingevuld raken. West-Vlaanderen is goed voor 17 procent van de totale tewerkstelling.

Dagelijks nemen de Belgische voedingsbedrijven 36 nieuwe medewerkers in dienst, wat betekent dat er jaarlijks 8.000 vacatures moeten worden ingevuld. En dat loopt niet van een leien dakje.

Dat verklaarde Bernard Deryckere, ceo van Alpro Europa – met de grootste fabriek in – Wevelgem en voorzitter van Fevia België, op de jongste jaarvergadering van de sectorfederatie. “We hebben daar ons tweede duurzaamheidsverslag uitgebracht en benadrukt dat de voedingssector een zeer sterke basis heeft voor duurzame groei op alle vlakken, niet alleen economisch maar ook sociaal,” zegt Bernard Deryckere. “De sector zorgt in België voor 90.000 directe en 137.000 indirecte jobs, kan een positieve handelsbalans voorleggen en realiseert een omzet van 48,2 miljard. Binnen de hele sector, die inmiddels dé sterkhouder is van de Belgische economie, is West-Vlaanderen een heel belangrijke provincie, met zowat 16.000 arbeidsplaatsen.”

Meer instroom

Dat de voedingsnijverheid is uitgegroeid tot de sterkste industriële sector van het land en duurzaam groeit, betekent niet dat ze niet voor grote uitdagingen staat. “Vooral op het vlak van tewerkstelling is er werk aan de winkel,” zegt Bernard Deryckere. “We kampen in ons land intussen met 8,5 procent werkloosheid, waarbij vooral lager- en middengeschoolde mensen kwetsbaar zijn. Paradoxaal genoeg raken de vele vacatures in onze sector niet gemakkelijk ingevuld. Nochtans zijn wij de industrie die bijvoorbeeld het meeste aantal laaggeschoolden tewerkstelt; voor hen zijn er heel wat kansen in onze bedrijven. We spreken over productieoperatoren, koeltechnici, elektrotechnici, enzovoort.”

Via zijn opleidingsinstituut IPV werkt Fevia aan een grotere instroom van jongeren, onder meer met het programma ‘Food@Work’. “We doen ook een beroep op het onderwijs voor meer voedingsgerelateerde opleidingen, en reiken ‘innovatieprijzen’ uit aan studenten uit het middelbaar en hoger onderwijs.”

Belemmerende factoren wegwerken

De boodschap luidt dus dat de voedingsindustrie een sterke toekomst heeft in ons land. “Daar is de politieke wereld intussen ook van overtuigd,” benadrukt Bernard Deryckere. “In het buitenland wordt onze sector gezien als innovatief, kwaliteitsvol en divers, met bier en chocolade als de trekkers voor al onze voedingsproducten. De enige factoren die onze groei kunnen belemmeren, zijn de grote loonkostenhandicap (die voor onze sector 21 procent bedraagt ten opzichte van de buurlanden), de energiekosten en een personeelstekort om de vele vacatures in te vullen. Daar willen we, met de verschillende actoren, hard aan werken, onder meer door ons werkgeversimago te versterken. Want het beeld van onaangenaam werk tegen een lage verloning in onze sector, klopt al heel lang niet meer. Daarover communiceren is een constante opdracht.”

 

(jd) 

Meer info over Waar vind ik jobs? , Jobs met toekomst , Sectoren

17/12/2014