De loonindex, redder of doodgraver van onze welvaart?

Zware woorden worden niet geschuwd als het over de automatische loonindexering gaat. Voor de voorstanders is het een van de hoekstenen van onze welvaartstaat. Volgens de tegenstanders delft onze economie met dit systeem zijn eigen graf, zeker in tijden van inflatie.

18 maart 2011

Delen

Chris Serroyen
“Een groeiende groep werknemers krijgt slechts jaarlijks een indexering, terwijl ze de prijsstijgingen wel onmiddellijk voelen” (Chris Serroyen, hoofd studiedienst ACV)

De laatste tijd gaan er meer en meer stemmen op om de automatische loonindexering in België (tijdelijk) af te schaffen, maar de voorstanders van de index bieden hevig weerwerk.

Tegenstander Geert Noels van Econopolis heeft het over ‘de automatische concurrentiehandicap’. Professor economie Koen Schoors (UGent) beschouwt de automatische loonindexering als een mechanisme dat jobs kost, extra inflatie veroorzaakt en de competitiviteit van ons land ondermijnt. K.U.Leuven-professor Paul De Grauwe wil in de huidige economische omstandigheden sleutelen aan de index, maar vindt het niet nodig om het kind met het badwater weg te gooien. Zijn UGent-collega Gert Peersman noemt het systeem contraproductief, asociaal en schadelijk voor de economie. Volgens Peersman kost het automatisme ons 30.000 arbeidsplaatsen bij een olieschok die onze energieprijzen met 10 procent doet stijgen.

Automatische loonindexering

Onze vaderlandse academici staan niet alleen in hun analyse, ook onze handelspartners roeren zich. Enkele maanden geleden pleitte de Amerikaanse Kamer van Koophandel voor een plafonnering van de loonindexering in België. Frankrijk en Duitsland droomden al van een Europees verbod op automatische loonindexering, een standpunt dat ondertussen is afgezwakt tot een pleidooi voor een aanpassing van de loonindexeringssystemen indien nodig en de mogelijkheid tot loonmatiging als de loonstijgingen de pan uitswingen.

Voorstanders van de automatische loonindexering vind je vooral onder de regeringspartijen en bij vakbonden. Rudy De Leeuw van het ABVV is een fervent voorstander van het behoud van de automatische loonindexering. Het systeem helpt volgens hem het in stand houden van de binnenlandse vraag in België.

Chris Serroyen, hoofd van de ACV-studiedienst wil evenmin weten van gesleutel aan de index. Ook politieke zwaargewichten als premier Yves Leterme (CD&V) en vice-premier Laurette Onkelinx (PS) willen niet raken aan de automatische loonindexering. En een onverdachte bron als Europees Commissaris voor Economische en Monetaire zaken Olli Rehn noemt de loonindexering op Belgische wijze ‘verstandig ontworpen en aanzienlijk anders dan ouderwetse systemen die vaak schadelijk zijn geweest voor de concurrentiepositie’.

De vicieuze cirkel van de koopkracht

De automatische loonindexering is voor de voorstanders het middel bij uitstek om de koopkracht van de bevolking te behouden: als producten en diensten duurder worden, krijgen we een paar maand later meer loon, en kunnen we onbezorgd blijven consumeren als voorheen. Maar dat klopt niet, zegt Geert Noels. "Op lange termijn ondergraaf je de koopkracht van de bevolking. En als je denkt de koopkracht op peil te kunnen houden met vervangingsinkomsten, creëer je een budgettair probleem. Het is een vicieuze cirkel."

De Belgische economie heeft het inderdaad moeilijk, zo blijkt uit diverse studies. In vergelijking met onze buurlanden stegen de lonen bij ons sneller in de periode 2009-2010, stelt het loonrapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven. Al lijkt die stijging in de praktijk nogal mee te vallen. In de buurlanden stegen de lonen met 3,4 procent, bij ons was het 3,9 procent. Over de jaren heen is het verschil duidelijker. Tussen 1997 en 2010 stegen de Belgische lonen met 43,4 procent. In onze buurlanden was dat 38,1 procent.

Grafiek evolutie index

Dure olie

Zorgwekkender is dat het leven in België sneller duurder wordt dan in de ons omringende landen. Volgens een studie van het Prijzenobservatorium stijgen de consumptieprijzen in België meer uitgesproken dan in de buurlanden: een stijging van 8,9 procent tussen 2007 en 2010, tegen slechts 5,8 procent bij de buren. Geert Noels interpreteert het als een ongewenst neveneffect van het systeem. "Door de automatische loonstijgingen worden mensen ongevoeliger voor bepaalde prijsstijgingen. Daardoor zetten ze minder druk op de distributie om de prijzen onder controle te houden. Vandaar dat de prijzen bij ons harder stijgen dan in de buurlanden."

Dat er nu stemmen opgaan om de automatische loonindexering (eventueel tijdelijk) af te schaffen, heeft alles te maken met de dure olieprijzen die de index omhoog jagen. "Vooral na schokken aan de aanbodzijde van de economie is automatische indexatie zeer schadelijk", zegt professor Gert Peersman. "Vandaag is het de dure olie, morgen zijn het de voedselprijzen of schommelingen in de productiviteit door de vergrijzing. Van midden de jaren tachtig tot in de jaren 2000 hebben we het geluk gehad dat er weinig schokken waren aan de aanbodzijde. In de jaren zeventig en nu is dat helemaal anders. Er bestaan nogal wat misverstanden over het effect van de indexering, omdat ze de koopkracht pas op termijn ondermijnt. Op korte termijn zie je je loon omhooggaan en wordt de koopkracht zogenaamd hersteld. De kost die je betaalt, wordt pas twee jaar later voelbaar, waardoor je hem niet associeert met de oorspronkelijke schok."

De tering naar de nering zetten

Professor Koen Schoors signaleert nog een ander nadeel. "Door de automatische koppeling voelen de burgers de olieschokken veel minder dan nuttig zou zijn. Geen wonder dat de Belgische woningen bij de slechtst geïsoleerde van Europa horen. Er zijn onvoldoende economische incentives om er iets aan te doen."

De Leuvense economieprofessor Paul De Grauwe verkondigt een genuanceerd standpunt. "In normale tijden met stabiele inflatie is de automatische indexering een relatief goed instrument om de koopkracht van de werknemers op een vlotte manier veilig te stellen. Maar in een periode met ruilvoetverslechtering, wanneer zoals nu de olie die we invoeren duurder wordt in vergelijking met wat wij produceren en exporteren, is een aanpassing nodig. Je dreigt anders een kostenspiraal te creëren die zich uiteindelijk ook keert tegen de werknemers zelf, met in eerste instantie jobverlies en zeer onevenwichtig verdeeld koopkrachtverlies. Wie zijn job verliest, zal dramatisch aan koopkracht inboeten, de anderen veel minder. Het behoud van de automatische indexering in de huidige omstandigheden dreigt dus grote ongelijkheid te creëren. Als de koopkracht van een land in zijn geheel daalt door een ruilvoetverslechtering, denk ik dat we dat het best laten dragen door zoveel mogelijk schouders. Ik wil niet te pessimistisch zijn: de economie draait op dit moment goed, maar we moeten ervoor zorgen dat de heropleving niet wordt gehypothekeerd."

Het antwoord van de vakbonden

De vakbonden ABVV en ACV zijn niet te vinden voor een afschaffing van de automatische loonindexering. Chris Serroyen, hoofd van de ACV-studiedienst, pleit voor het aanpakken van de prijsstijgingen in de distributie en de energiesector. De loonkloof met de ons omringende landen is volgens Serroyen niet zo groot als wordt gesuggereerd. "Er is een loonkosthandicap, maar die blijft sinds 1996 binnen de marge van 1 procent. We blijven dus in de pas, ondanks onze index. We moeten ons ook durven afvragen of onze lonen het probleem zijn, of de voortdurende Duitse dumping. Door onze oosterburen worden de verhoudingen in heel Europa scheefgetrokken. Uit ons onderzoek blijkt overigens ook dat de zogenaamde tweederonde-effecten van de indexering met een korreltje zout moeten worden genomen."

De energieprijzen uit de index halen, is voor Serroyen een verkeerde stap. "De gezondheidsindex is al niet volledig representatief voor de werkelijke kosten van de mensen. Bovendien worden de pieken uitgevlakt. Een groeiende groep werknemers krijgt slechts jaarlijks een indexering, terwijl ze de prijsstijgingen wel onmiddellijk voelen."

Chris Serroyen blijft combattief ingesteld. "De botte aanval van Duitsland op de index is vakkundig gepareerd door Yves Leterme. Dat dossier is voorlopig ontzenuwd. Maar gerust zijn we nooit: morgen wacht een nieuwe veldslag. Dat is al dertig jaar zo."

De Europese context

België is niet het enige Europese land dat een automatische indexatie kent. Het systeem bestaat ook in Luxemburg, en in zekere mate in Spanje en Italië. Het gevolg is dat bij prijsstijgingen er een loon-prijsspiraal ontstaat op Europees niveau. Vandaar de wens van Duitsland en Frankrijk om dit systeem een halt toe te roepen, legt professor Peersman uit. "Als de gemiddelde inflatie omhoog gaat, verhoogt de ECB de rente, zoals nu wel eens zou kunnen gebeuren. Ook voor landen als Duitsland, Oostenrijk en Nederland, die zelf nu geen inflatie kennen. Zij worden dus gestraft en dat ligt hen zwaar op de maag. In een monetaire unie moet je zoveel mogelijk convergentie hebben van je economie, zodat het beleid aanvaardbaar is voor iedereen."

Professor Peersman ziet de toekomst somber in. "In België is het afschaffen van de automatische loonindexering taboe. Achter de schermen geven sommige vakbondsmensen en bepaalde linkse politici toe dat er wat moet gebeuren, maar ze vrezen het niet uitgelegd te krijgen aan hun achterban. Als academici kunnen we dus niet anders dan de publieke opinie er regelmatig aan te herinneren dat er in het belang van iedereen moet worden gesleuteld aan de automatische indexering."

(jb) – Foto: (kb)

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.