De jongens van ict

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

‘Met Thomas. Mijn bureau is scheefgezakt.’

‘Hoe is dat gebeurd?’

‘Weet ik niet. Ik kom op mijn werk en één van de verstelbare poten is ingezakt. Ik denk dat de schroef gebarsten is.’

‘Aha. Ik maak een melding aan de technische dienst.’

‘Dank je.’

‘Wat is je lokaalnummer?’

‘Mijn wat?’

‘Je lokaalnummer. Het nummer van je kamer.’

‘Weet ik niet. Je spreekt met Thomas Blondeau, van de universiteitskrant. Ik zit op de eerste verdieping, de kamer meteen rechts.’

‘Ok, maar ik heb een nummer nodig.’

‘Weet jij dat nummer niet?’

‘Nee. Ik zie alleen maar je doorverbindnummer op de display van mijn telefoon. Ik ken je naam maar ik heb even geen gezicht erbij. Er werken hier wel meer mensen.’

‘Dat begrijp ik. We hebben elkaar gesproken bij de kerstborrel. Ik heb je net nog gedag gezegd toen ik langs de balie liep. Zwarte jas, baard.’

‘...’

‘We hebben op die borrel nog gepraat over je vakantie in Zwitserland. Je was misselijk geworden van de raclette. Bleek dat je allergisch was aan de paprikapoeder die ze erover gestrooid hadden en je vrouw...’

‘Ja, ze zeiden dat het nootmuskaat was. Mens, wat ben ik ziek geweest. Mijn vrouw heeft me toen naar het ziekenhuis gebracht.Maar daar dachten ze dat zij het was die ziek was. Ze begon namelijk te ...’

‘Te hyperventileren. Ja, dat zei je toen. Weet je nu wie ik ben?’

‘...’

‘Je dacht dat ik homo was.’

‘Ah, Thomas! Juist, van de krant.’

‘Precies, weet je mijn kamernummer nu?’

‘Nee, ik weet niet waar je bureau is.’

‘ Waar kan ik dat nummer vinden?’

‘Het staat naast je deur. Onder je naambordje.’

‘Zeg dat ... Ik kijk even. 010, het nummer is 010.’

‘010. Ok, ik stuur even een mailtje naar de technische dienst.’

‘Kan je niet bellen? Ik kan niet werken. Mijn beeldscherm staat gekanteld en mijn harde schijf ligt op de grond. Ik kan niet eens een kop koffie neerzetten.’

‘Je beeldscherm is gekanteld? Maar dan is het iets voor de computerjongens. Heb je de ict-afdeling al gebeld?’

‘Nee. Maar er is niets mis met mijn computer. Althans, dat denk ik. Ik heb hem nog niet opgestart.’

‘Dat zou ik maar eens doen. Anders moet ik ook meteen ict bellen.’

‘Ok. Ja, de computer doet het nog.’

‘Mooi. Dan is alles opgelost.’

‘Nee. Mijn bureau staat nog steeds scheef.’

‘Ik vraag me eigenlijk af of dit wel iets is voor de technische dienst. Als zo’n bureau zomaar kan inzakken, is dat misschien wel gevaarlijk. Beter krijg je gelijk een nieuw bureau. Ik vraag het even aan de manager.’

‘Het gaat waarschijnlijk alleen maar om een schroefje.’

‘Ik stuur wel een mailtje naar de mensen van interieur. Wat was dat lawaai?’

‘Ik zette per ongeluk mijn koffie op tafel.’

‘Ow, niet zo handig. O, ik zie hier staan dat voor nieuw meubilair de aanvraag van de werknemer zelf moet komen. Je moet naar hun website surfen en daar het formulier invullen.’

‘Er ligt koffie op mijn harde schijf.’

‘Dus toch een klus voor de ict-jongens. Hallo?’

(tb) 

18/03/2011

  • 18 maart 2011