1 jaar knelpuntbeleid geëvalueerd

Studenten verpleegkunde

Eind 2010 kondigde de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) haar nieuw knelpuntbeleid aan. Het plan telde vijf actiepunten die de lijst met knelpuntjobs gevoelig moesten inkorten. Is dat ook gelukt?

1. 65 procent cursisten vindt werk

De VDAB richt al sinds 2007 haar beroepsopleidingen bijna uitsluitend op knelpuntberoepen. Toch lijkt te uitstroom naar werk niet altijd te vlotten. Het afgelopen jaar slaagde de VDAB erin om het uitstroompercentage op te trekken van 60 procent naar 65 procent, zoals eind 2010 vooropgesteld werd. Dit streefcijfer wordt nu nog verder opgetrokken.

Tegen volgend jaar moet 70 procent van de cursisten na een opleiding ook effectief werk vinden. Experimenten met nieuwe types van opleidingen waarbij partnerschappen en stages een belangrijke rol spelen, lijken vruchten af te werpen. Het uitstroompercentage van cursisten die een opleiding volgden in het kader van het zogenaamde werkgelegenheids- en investeringsplan, bedraagt nu al meer dan 70 procent.

2. VDAB grijpt nog te weinig in

In verschillende provincies werd het afgelopen jaar werk gemaakt van acties die de instroom in knelpuntopleidingen moesten verhogen. Zo werden er sectorale infosessies georganiseerd in West-Vlaanderen en werden er activeringsconsulenten ingezet bij de Turkse, Marokkaanse en Russische gemeenschap in Antwerpen. De VDAB geeft toe dat er nog te weinig wordt ingegrepen wanneer blijkt dat een bepaalde werkzoekende tijdens de gekozen opleiding de nodige competenties niet zal verwerven.

3. Verplichte heroriëntatie wordt amper toegepast

Jongeren van minder dan 25 jaar die zich inschrijven bij de VDAB als werkzoekende, worden in principe sinds het voorjaar van 2011 verplicht geheroriënteerd wanneer de kans zeer klein is dat ze werk zullen vinden in het gezochte beroep. Zo zou een schoolverlater archeologie die als enige beroepskeuze ‘archeoloog’ opgeeft, voortaan geheroriënteerd worden. In de praktijk werd deze nieuwe maatregel nog niet vaak toegepast (zie het interview met Fons Leroy).

4. Leeftijdsgrens activering ligt steeds hoger

Een jaar geleden werden mensen actief begeleid naar werk tot de leeftijd van 52 jaar. Van de Vlaamse 55-plussers was op dat moment 35,8 procent aan de slag. Ondertussen werd in het kader van het Vesoc-akkoord de leeftijdsgrens voor het activeringsbeleid opgetrokken naar 55 jaar. In het recente loopbaanakkoord werd voorgesteld om deze leeftijdsgrens nog verder te verhogen, tot 58 jaar. Eind 2011 lag de werkzaamheidsgraad bij 55-plussers op 38,7 procent.

5. Aan attitude wordt gewerkt

Omdat niet alleen technische competenties van belang zijn voor werkzoekenden, zette de VDAB het afgelopen jaar sterk in op zaken als attitudetraining, sollicitatietraining en taalopleiding. Deze zogenaamde ‘arbeidsmarktcompetenties’ (AMC) werden zoveel mogelijk geïntegreerd in de andere diensten.

(mo) 

20/02/2012

  • 20 februari 2012