De prijs van één miljoen … volgens Ingrid Lieten

Ingrid Lieten
“Het initiatief van minister Lieten doet de vraag rijzen wat de financiële verantwoordelijkheid is van de overheid inzake permanente vorming van werknemers” (Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad en auteur van ‘Free to work’ en ‘Uw werk, uw merk’)

Vlaams minister van Media, Ingrid Lieten, trekt één miljoen euro uit om het levenslang leren van journalisten te ondersteunen. Daarvoor zijn, volgens de minister, heel wat redenen.

Zo heeft wetenschappelijk onderzoek van professor Bardoel van de Radboud Universiteit aangetoond dat er nood is aan betere afstemming van de ‘permanente vorming’ van journalisten. Deze nood is des te groter omdat ‘door de opkomst van het internet als bron van informatie, de aanhoudende economische crisis en de versnippering van het mediagebruik er nood is aan extra aandacht voor de kwaliteit en diepgang van de journalistiek.’

Om hierop in te spelen bundelen de vier koepelorganisaties van de geschreven pers hun krachten om een gecoördineerd opleidingsprogramma te ontwikkelen dat toegankelijk moet zijn voor alle werknemers en - belangrijk - freelancers in de sector. Het is dit initiatief dat de minister betoelaagt met één miljoen euro. Hoeveel de sector zelf investeert, kunnen we niet opmaken uit de persberichten die in de media zijn verschenen.

Verantwoordelijkheid van de overheid?

Het initiatief van minister Lieten doet de vraag rijzen wat de financiële verantwoordelijkheid is van de overheid inzake permanente vorming van werknemers. Weinigen zullen betwisten dat de overheid zeer veel middelen investeert in de initiële opleiding.

Studeren, zelfs in het hoger onderwijs, is bij ons heel goedkoop. Zowel sociaal als economisch is dit een verstandige keuze. Dat de overheid ook belangrijk is om werklozen toe te leiden naar de arbeidsmarkt zal ook op weinig verzet stuiten. De kans dat de markt dit oplost, is vrij gering.

Permanente vorming

Veel minder éénsgezindheid is er over de rol van de overheid inzake permanente vorming van werknemers. Hier luidt de consensus dat dit vooral een verantwoordelijkheid is van de bedrijven zelf of het sociaal overleg.

Gezien het de bedrijven, werkgevers en werknemers (freelancers) zijn die de vruchten plukken van dergelijke opleiding lijkt het redelijk dat ze er zelf financieel voor instaan. In het geval van de media kan eventueel worden opgeworpen dat het om een sector gaat met grote maatschappelijke impact die het strikt economisch belang overstijgt. Daar valt iets voor te zeggen.

Economische steun

Opleidingssteun aan een sector is natuurlijk ook een vorm van economische steun. Europa is heel streng inzake economische steun aan sectoren omdat het de concurrentieverhoudingen scheeftrekt. Een belangrijke uitzondering hierop is opleidingssteun. Het is dan ook niet te verwonderen dat overal in Europa overheden diverse sectoren bijspringen met dergelijke steun.

De mediasector is op dit punt helemaal niet uniek. Het minste wat we als burger echter kunnen verwachten is dat de centen goed besteed worden en dat de betrokken sector ook zelf verantwoordelijkheid opneemt.

(jd) – Foto: (kb)

09/01/2012

  • 09 januari 2012