Wat gebeurde er tijdens de crisis met onze arbeidsmarkt? 'Minder werk, meer deeltijdse jobs'

Ondanks de zwaarste economische malaise sinds de Tweede Wereldoorlog hield de werkgelegenheid in België tijdens de voorbije crisis opmerkelijk goed stand. Maar hoe ingrijpend veranderde de Belgische arbeidsmarkt onder dat schijnbaar rustige oppervlak? En zijn die oplossingen ook op de lange termijn houdbaar? Het onderzoeksproject DynaM dook in de databank van de RSZ.

21 september 2012

Delen

Op onderzoek
“Op het eerste zicht lijken de statistieken te wijzen op jobbehoud. Het arbeidsvolume, het aantal uren dat mensen werken, is echter enorm gedaald” (Karen Geurts, onderzoekster DynaM)

Dat de crisis een ferme tik uitdeelde aan de Belgische economie, staat buiten kijf. Het bruto binnenlands product (BBP) kreeg tijdens de eerste maanden van de crisis in 2008 een fikse knauw. De werkgelegenheid daalde echter nauwelijks. Sterker nog: ze herstelde zich al snel naar het niveau van voor de crisis en steeg daarna door. Van de buurlanden kan enkel Duitsland gelijkaardige resultaten voorleggen; Frankrijk en Nederland zijn er nog steeds niet bovenop.

Jobbehoud

Het onderzoeksproject DynaM, een samenwerking tussen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA - KU Leuven) en Federgon, beroepsfederatie van onder andere de uitzendsector, ging op zoek naar verklaringen voor die op het eerste zicht tegenstrijdige evoluties. De RSZ-data vormde de basis voor het onderzoek.

Wat vertellen deze statistieken over de Belgische arbeidsmarkt en de economische crisis? ‘Op het eerste zicht lijken de statistieken te wijzen op jobbehoud. Het arbeidsvolume, het aantal uren dat mensen werken, is echter enorm gedaald. Nadien herstelde het zich ook langzamer. Dus zijn wij gaan uitzoeken wat er precies gebeurd is, hoe het kon dat jobs behouden bleven terwijl er minder werk was’, zegt Karen Geurts (KU Leuven), als onderzoekster verbonden aan het DynaM-project.

GRAFIEK: Evolutie van de arbeidsmarkt en het bbp tijdens de crisis en herstel (2008-2011)
Evolutie van de arbeidsmarkt en het bbp in België 

Dat deze crisis zich in uitzonderlijke omstandigheden afspeelde, speelt daarbij een belangrijke rol. Karen Geurts: ‘De crisis en daaropvolgende recessie van 2008 verschilt van andere economische crises omdat deze keer vooral de buitenlandse vraag instortte. Daardoor heeft er een grote verschuiving van jobs plaatsgevonden. In exportgerichte sectoren gingen jobs verloren terwijl er elders nieuwe jobs bijkwamen.’

Economische werkloosheid

Het aantal ontslagen bleef echter beperkt. ‘De rigide Belgische arbeidswetgeving maakt ontslaan moeilijker’, legt Karen Geurts uit. ‘Als de vraag daalt, gaan bedrijven op zoek naar alternatieven. In de eerste plaats gaan ze hun interne arbeidsvolume aanpassen. Het werknemersaantal wordt zoveel mogelijk intact gehouden, maar de mensen gaan minder werken, bijvoorbeeld door vakantiedagen op te nemen, overuren te recupereren en af te bouwen.’

Vroeg of laat stuiten bedrijven echter op de limieten van die interne aanpak. ‘Wanneer die maatregelen uitgeput zijn, biedt economische werkloosheid een oplossing’, zegt Karen Geurts. ‘Op het hoogtepunt van de crisis zat het equivalent van 60.000 voltijds werkende arbeiders in een systeem van economische werkloosheid. Wanneer de economie aantrekt, kun je die werknemers ook weer onmiddellijk inzetten.’

Duurzaamheid

Tijdens de crisis heeft men getracht het systeem van economische werkloosheid uit te breiden naar de bedienden, maar eigenlijk kwamen die maatregelen te laat om nog veel impact te hebben. Economische werkloosheid voor bedienden in crisistijdskrediet bereikte hoop en al enkele duizenden werknemers en heeft nauwelijks impact gehad op het globale beeld.

Maar hoe duurzaam is die massale toepassing van tijdelijke werkloosheid? Karen Geurts: ‘Op de korte termijn heeft dit systeem enkele belangrijke voordelen. Het is erop gericht tijdelijke dalingen in de productie op te vangen. Het geeft zuurstof aan de onderneming, ruimte om een moeilijke periode te overbruggen en bedrijven kunnen hun personeelsbestand intact houden. Zo houd je ervaring binnen het bedrijf.’

‘Labour hording’

Op de langere termijn vertoont de massale inzet van economische werkloosheid echter enkele belangrijke nadelen. ‘Een systeem van economische werkloosheid kan leiden tot labour hoarding: een bedrijf houdt werknemers kost wat kost aan boord tijdens periodes waarin de vraag slabakt. Als zo andere bedrijven met openstaande vacatures blijven zitten, werkt het systeem contraproductief’, legt Karen Geurts uit.

‘Dat is ook wat we vaststelden: heel wat jobs bleven openstaan ondanks de crisis. Een goed opgeleide groep werknemers is tijdelijk werkloos, terwijl andere bedrijven hun nood aan personeel niet kunnen voldoen. Zo wordt de groei van die bedrijven gestuit. Bovendien dragen de sociale zekerheid en dus de maatschappij de kost van de economische werkloosheid. Die heeft baat bij die oplossing om te voorkomen dat mensen op korte termijn in de werkloosheid terechtkomen. Als die periode echter te lang aansleept, loopt het prijskaartje snel op. In België zat op het hoogtepunt 6 percent van de werknemers in tijdelijke werkloosheid, dubbel zoveel als in Duitsland. Je kunt er dus best zo spaarzaam mogelijk mee omspringen. Precies hierin verschilt het Belgische systeem van het Duitse: daar is Kurzarbeit beperkter in tijd en betalen werkgevers zelf een belangrijk deel van de vergoeding voor tijdelijk werklozen.’

GRAFIEK: Evolutie van de arbeidsmarkt en het bbp tijdens de crisis en herstel (2008-2011)
Evolutie van de arbeidsmarkt en het bbp in Frankrijk en Duitsland 

Zwaar banenverlies

Hoewel het aantal jobs volgens de statistieken op het hoogtepunt van de crisis, in 2009, slechts met 0,8 procent daalde, stelt het onderzoek van DynaM wel opvallende verschuivingen vast. ‘Het totale aantal jobs binnen onze economie is omzeggens niet gedaald’, zegt Karen Geurts. ‘Maar wanneer we sectoren oplijsten naar gemiddelde arbeidsduur, drijven er opvallende conclusies boven. Net de sectoren met een sterke voltijdse tewerkstelling kregen af te rekenen met zwaar banenverlies. In dienstensectoren met veel deeltijdse jobs en dus een lagere gemiddelde arbeidsduur is het aantal jobs toegenomen. Die tendens illustreert de verschuiving van industrie naar dienstensectoren, die op zich al enkele decennia bezig is. Opvallender is dat het aantal deeltijdse jobs zelfs tijdens de crisis nog bleef stijgen.’

Die evolutie heeft vooral impact op het arbeidsvolume, zeg maar het aantal gepresteerde uren. Tussen 2008 en 2010 daalde dat volume fors, met maar liefst 38.000 voltijdse equivalenten. Karen Geurts is voorzichtig met conclusies. ‘In de toekomst gaan we uitspitten in welke mate werknemers van het ene statuut over zijn gegaan naar het andere. Op basis van deze cijfers kunnen we daar geen sluitende conclusies over geven. Er is immers ook een grote uitstroom van werknemers geweest als gevolg van de vergrijzing, terwijl vooral jonge werknemers in groeiende sectoren aan de slag gingen.’

Deeltijds werk

De toename van deeltijds werk hoeft volgens de onderzoekster niet noodzakelijk negatief te zijn. ‘In de dienstenchequebedrijven en zorgsector die in deze grafieken voor een stijging zorgen, werken veel vrouwen. Deeltijds werk kan hen helpen job en gezin te combineren. Maar definitieve uitspraken over de positie van de werknemer kunnen we hier nog niet aan verbinden.’

Betekent de stijging aan dienstencheque- en zorgjobs niet een sluimerende meerkost voor de overheid? ‘Er zijn stemmen in het debat die het verlies aan industriële jobs zien als een verlies aan productieve jobs, die nu vervangen zouden worden door gesubsidieerde jobs. Dat beeld moet je nuanceren. De groei zit niet zozeer bij het ambtenarenkorps, maar wel bij het onderwijs, de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening. Dat zijn erg vraaggestuurde sectoren, waar er bovendien nog een hoop functies open staan. Ook de stijging bij de dienstencheques is gestuurd door een toegenomen vraag naar dergelijke diensten.’

Ideologische argumenten

Geurts is echter niet blind voor het kostenplaatje, maar blijft diplomatisch. ‘Er bestaan geen studies die berekenen wat een werknemer in de industrie kost aan de belastingbetaler in verhouding met een werknemer uit de dienstensector. Daarom wordt het debat ook vaak gevoerd met louter ideologische argumenten. Ook al zijn dienstenchequebedrijven privé-instellingen, een groot deel van de kost is voor rekening van de overheid. Ook als je de terugverdieneffecten is rekening brengt - mensen zijn legaal tewerkgesteld, niet langer werkloos - blijft die kost aanzienlijk. Er zijn ook andere kanalen waarlangs de overheid steun verleent aan bedrijven in ruil voor werkgelegenheid. Denk maar aan overheidssubsidies voor de industrie, of de financiering van economische werkloosheid.’

Uitzendarbeid

Het DynaM-onderzoek richt zich ook op de rol van uitzendarbeid tijdens de crisis. De interimsector deelde weliswaar in de klappen maar herstelde zich ook snel. ‘Ook uitzendarbeid is een extern middel waarmee werkgevers snel kunnen reageren op pieken en dalen in de vraag. Eenmaal het arsenaal noodmaatregelen was uitgeput, zagen werkgevers zich vooral in de exportgerichte sectoren genoodzaakt mensen te ontslaan. Uitzendkrachten voelen de crisis dus als eerste. Maar na het dieptepunt van de crisis nam de uitzendarbeid meteen weer toe’, analyseert Karen Geurts. ‘Ook als instroomkanaal is de interimsector belangrijk geworden. Steeds vaker gebruiken jonge werknemers uitzendarbeid om op korte tijd verschillende werkgevers te leren kennen. Op vijftien jaar tijd is het aandeel van uitzendarbeid in het totale arbeidsvolume verdubbeld. Die structurele verandering weerlegt voor een deel de kritiek dat onze arbeidsmarkt niet flexibel genoeg zou zijn.’

Betekent dat ook dat er meer aandacht moet komen voor het sociale statuut van uitzendkrachten?
Zeker, vindt Karen Geurts. ‘Dat gebeurt ook al via het sociaal overleg. Zo werden recent misbruiken in verband met dagcontracten aan banden gelegd na onderhandelingen met de sector. Uitzendkrachten zitten sowieso in een statuut dat minder zekerheid biedt. De sociale partners moeten erop toezien dat die werkkrachten de nodige sociale bescherming krijgen en dat de regelgeving ter zake wordt toegepast. We mogen niet verzeilen in een systeem waarbij de groep vaste werknemers beschermd wordt door een rigide wetgeving en de groep uitzendkrachten het slachtoffer wordt van de minste conjunctuurschommeling, zoals in Spanje het geval is.’

(ml) 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.