Bekentenissen van een ombudsman: ‘De studentengroei is vooral onderaan gebeurd’

Studenten
“Omdat universiteiten gefinancierd worden op basis van geslaagde studenten, is er een impliciete druk om de lat niet te hoog te leggen” (Frederik Anseel, professor organisatiepsychologie Universiteit Gent en hoofd onderzoeksgroep VIGOR.)

In een peiling beweren negen op de tien professoren dat hun werklast verzwaard is. Zeven op de tien vinden dat het niveau van de studenten gedaald is. Het aantal studenten in het hoger onderwijs is fel toegenomen. In combinatie met de flexibilisering van de opleidingen dreigt het hoger onderwijs vast te lopen in onderbemanning en administratieve overlast. Frederik Anseel, professor organisatiepsychologie aan de Universiteit Gent, vertelt …

‘De laatste jaren fungeerde ik als ombudsman voor de opleiding Psychologie aan de Universiteit Gent. Een ombudsman is zowel aanspreekpunt als fixer voor problemen van studenten. Hierdoor krijg je een vrij goed beeld van de belangrijkste pijnpunten’, aldus Anseel.

Is de werklast verzwaard?

‘Zonder twijfel. Ik zit soms meewarig te grimlachen als ik ’s avonds laat een mail verzend naar collega’s en telkens binnen de vijf minuten een antwoord krijg’, getuigt Anseel. ‘Academici proberen op verschillende fronten excellentie na te streven (onderzoek, onderwijs, dienstverlening). Een normaal gezinsleven schiet daar soms bij in. De doorgedreven flexibilisering is de druppel die de emmer doet overlopen. De meeste collega’s haken af bij de voortdurende veranderingen. Studenten worden dan van het kastje naar de muur gezonden en eindigen bij de ombudsman die het vaak ook niet meer weet.’

Is het niveau van het onderwijs gedaald?

Anseel: ‘Er zijn meer zwakke studenten. De studentengroei is vooral onderaan gebeurd. Een aantal collega’s gaven onlangs exact hetzelfde examen als enkele jaren geleden en stelden vast dat de gemiddeldes nu aanzienlijk lager liggen. Dit betekent niet automatisch dat het niveau van het onderwijs daalt. Omdat universiteiten echter gefinancierd worden op basis van geslaagde studenten, is er een impliciete druk om de lat niet te hoog te leggen.’

Heeft de flexibilisering zijn doel bereikt?

Anseel: ‘Ik word tot bij de slager aangeklampt door studenten die geen idee hebben hoe ze hun programma moeten samenstellen. Door laatstejaars die nog steeds niet geslaagd zijn voor een vak uit het eerste jaar. Door studenten waarvoor een tweede zit nu eigenlijk een eerste zit is omdat ze ‘ook nog een privéleven hebben’. Door ouders die kwaad vragen of ik wel weet hoeveel ze betaald hebben en die zeggen dat ze hun kind nu toch niet langer kunnen tegenhouden. De maatgerichte aanpak heeft het klant-denken versterkt. Er zijn enkel rechten, geen plichten.’

Wat nu?

Anseel: ‘Het heeft geen zin te verlangen naar vroeger. Elk onderwijssysteem moet zich aanpassen aan veranderingen in de maatschappij. Een oriënteringsproef, eventueel gestandaardiseerd na de middelbare studies, zou helpen om het niveau op peil te houden. Daarnaast dient het beleid consequent te zijn. Indien men onderwijs op maat wil, moet men de nodige middelen voorzien. Zoniet krijgt men een daling in kwaliteit, gefrustreerde studenten, uitgebluste professoren en een ombudsman die er nu even de brui aan geeft. Adieu!’

(fa)

22/09/2011

  • 22 september 2011