Hoeveel moet je sparen voor een deftig pensioen?
Inzake wettelijk pensioen is België geen hoogvlieger. Dus zet je best een appeltje voor de dorst (of beter: een hele boomgaard) opzij voor later. Alleen is de vraag: hoeveel moet je sparen voor je oude dag?
Uit cijfers die hr-bedrijf Mercer zopas bekendmaakte, blijkt dat ons land recent is gezakt naar een 20ste plaats in hun wereldwijde pensioenranking. Daarmee staat ons land tussen Mexico en Kroatië. Nederland staat bovenaan in die lijst, gevolgd door IJsland en Denemarken.
Wettelijk pensioen houdbaar?
Het Belgische pensioensysteem kampt vooral met de houdbaarheid op lange termijn. “Onze arbeidsmarkt vergrijst, waardoor er steeds minder werkenden zijn per gepensioneerde. De bijdragen die de werkenden moeten afdragen om de pensioenen mee te betalen, worden dus steeds minder,” vertelt Lore Vanrespaille, pensioenexperte bij Mercer. “Bovendien gaan we langer op pensioen en moeten we dus langer doen met de bedragen die we bovenop het wettelijk pensioen bij elkaar sparen.”
9 tips: Hoe vroeger dan op je 66ste met pensioen gaan?
Extra sparen is de boodschap. Maar hoeveel? Natuurlijk hangt dit af van je uiteindelijke wettelijke pensioen, van je levensstijl en uiteraard: hoe oud je wordt. Los hiervan overlopen we drie vuistregels.
1. De regel van 85 keer nettoloon
Wie zijn levensstandaard wil behouden, moet tegen zijn pensioen best 85 keer zijn laatste netto maandloon bij elkaar sparen, zo berekende Mercer onlangs zelf. Dat extra sparen voor het pensioen kan evenwel op diverse manieren: via het aanvullend pensioen via de werkgever, het individueel pensioensparen en het gewone sparen zonder fiscaal voordeel.
Dat aanvullend pensioen via de werkgever is de zogenaamde tweede pijler, het pensioensparen is de derde pijler. Maar ook die zijn niet voldoende. Het gecombineerde kapitaal uit die tweede en derde pijler biedt, volgens de cijfers van Mercer, nauwelijks meer dan de helft van de vooropgestelde 85 keer het laatste nettoloon dat nodig is om de levensstandaard te behouden tijdens het pensioen.
FAQ: Alle antwoorden op jouw vragen rond pensioen
2. De vier procent-regel
Een andere veelgebruikte vuistregel voor je (bijkomend) pensioen is de zogenoemde vierprocentregel. Die bekijkt het anders en gaat uit van het principe dat je (tijdens je pensioen) jaarlijks maximaal 4 procent van je totale spaar- en beleggingskapitaal opneemt om van te leven. Zo blijft je kapitaal op lange termijn grotendeels behouden, terwijl je tegelijk een stabiel inkomen uit je spaargeld haalt. De regel werd oorspronkelijk ontwikkeld door de Amerikaanse financieel adviseur William Bengen, die berekende dat een portefeuille met een mix van aandelen en obligaties historisch gezien minstens dertig jaar kan meegaan als je er jaarlijks niet meer dan 4 procent uit haalt.
Handig: De 7 beste tips om te sparen voor je pensioen
John Romain, financieel expert bij Immotheker-Finotheker en auteur van ‘Rentenier je rijk’, lichtte het recent toe in het Nieuwsblad: “Als je elk jaar maar vier procent van je kapitaal opneemt, is er ongeveer negentig procent kans dat je het de rest van je leven financieel uitzingt en dat je spaargeld zelf grotendeels behouden blijft”, zegt hij. “Gemiddeld brengt een goed gespreide beleggingsportefeuille op lange termijn zo’n zes à acht procent per jaar op. Als je dus vier procent opneemt en de rest blijft renderen, zit je meestal goed. Genoeg om tot je honderdste comfortabel te leven – als je op tijd begint te sparen, tenminste.”
Overigens: zelf heeft Bengen op basis van recent onderzoek zijn regel licht bijgestuurd, en spreekt hij intussen al over de 5%-regel, in plaats van die 4% die kan worden opgenomen.
Extra: 7 slimme tips om te sparen, zelfs als het even wat moeilijker gaat
3. De regel van acht jaarsalarissen
Een andere – en eenvoudigere - vuistregel zegt dat je tegen je pensioen het best acht jaarsalarissen, afgerond honderd netto maandlonen, hebt gespaard om je levensstandaard te behouden. Deze vuistregel duikt op in het boek ‘Waarom drukken we niet gewoon geld bij? - 101 slimme vragen over economie en financiën’ van Michael Van Droogenbroeck en Ewald Pironet.
Stel, je verdient netto 3.000 euro per maand, dan zou je spaarpot zo’n 300.000 euro moeten bedragen. “Die spaarpot kan uit verschillende zaken bestaan. Denk aan je spaar- en beleggingsgeld, je aanvullend pensioenplan en je pensioensparen”, haalt Ewald Pironet aan. “Een eigen huis telt in deze berekening niet mee, zolang je het niet hebt verkocht. Maar die vertegenwoordigt vaak ook een flinke som.”
Verdien jij zoals het hoort? Vergelijk je loon met dat van anderen, via het Jobat Salariskompas
(William Visterin)