Deeltijds pensioen: wat is het? Wie kan ervan genieten?

Gedeeltelijk op pensioen gaan, terwijl je toch nog aan het werk bent. De nieuwe minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine (MR), nam het deeltijds pensioen op in zijn beleidsbrief. Ook de Commissie Pensioenhervorming onder leiding van ex-minister Frank Vandenbroucke (sp.a) brak een lans voor het concept. Maar wat houdt het concreet in?

Simpel omschreven komt het erop neer dat je gedeeltelijk je pensioen kan opnemen, terwijl je toch nog aan het werk bent. Je bent een paar dagen aan het werk, terwijl je de rest van de week al deels op rust bent. Enerzijds maak je zo gebruik van het pensioen waarvoor je gespaard hebt, en anderzijds bouw je verder aan je rustgeld. Je deeltijdse tewerkstelling levert dus nog een beetje extra pensioenrechten op.

Vanaf 63 jaar, voor iedereen

Het idee van een deeltijds pensioen staat niet in het regeerakkoord van de Zweedse coalitie, maar wel in de beleidsbrief van de nieuwe minister van Pensioenen. Concreet heeft Daniel Bacquelaine (MR) het voorstel nog niet uitgewerkt, maar echt nieuw is het niet. De economen van het Itinera Institute lieten eerder al een ballonnetje op voor het deeltijds pensioen en ook de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040, die geleid werd door ex-minister Frank Vandenbroucke (sp.a), brak een langs voor het concept.

Die commissie wil ons pensioen voortaan opvatten als een puntensysteem. Tijdens onze actieve carrière kunnen we door te werken de nodige punten verzamelen, die berekend worden op basis van ons jaarlijks brutoloon. Na onze loopbaan kunnen we de punten omzetten in euro’s voor ons pensioen. En dat puntensysteem zet de deur open voor een deeltijds pensioen.

Werknemers zouden hun deeltijds pensioen kunnen opnemen vanaf de leeftijd waarop ze op vervroegd pensioen mogen gaan. Concreet zou het deeltijds pensioen dus kunnen vanaf 63 jaar. Volgens de Commissie Pensioenhervorming kan het deeltijds pensioen opengesteld worden voor iedereen, zonder onderscheid qua bedrijf of sector waarin men werkt of gewerkt heeft.

Niet hetzelfde als tijdskrediet

Het deeltijds pensioen zou, zoals de Commissie Pensioenhervorming het uitgetekend heeft, mogelijk moeten zijn zonder beperking in de tijd. Het systeem is immers gebaseerd op pensioenrechten die mensen zelf opgebouwd hebben. Deeltijds pensioen zou niet alleen de flexibiliteit in het pensioensysteem vergroten, maar ook een hefboom kunnen zijn om de werkzaamheid te verhogen.

Het deeltijds pensioen heeft veel weg van het tijdskrediet, waarbij werknemers kunnen stoppen of minderen met werken. Een verschil: het tijdskrediet is er voor werknemers vanaf 60. Maar nog belangrijker: mensen die hun tijdskrediet opnemen, verliezen amper tot geen van hun pensioenrechten. Wie straks deeltijds op pensioen gaat, krijgt wel een lagere vergoeding. Volgens de Commissie Pensioenhervorming is het deeltijds pensioen als uitstapsysteem in principe logischer en meer coherent dan de bestaande uitstapsystemen, zoals werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen) of de zogenaamde landingsbanen.

Wennen aan langer werken

Het deeltijds pensioen kan een alternatief zijn voor systemen waarbij mensen in de privé- en overheidssector de arbeidsmarkt verlaten. Het zou mensen de keuze laten om hun loopbaan naar eigen welbevinden te plannen en een betere balans te vinden tussen werk en vrije tijd. Het geeft vooral ook de mogelijkheid om te wennen aan het idee dat er langer gewerkt moet worden. Dat is nu eenmaal onvermijdelijk. Wat in jargon wel eens de opaboom genoemd wordt, wordt duidelijk in de cijfers: tussen 2006 en 2013 is het budget voor pensioenen elk jaar met maar liefst 1,5 miljard euro gestegen.

Zowel voor- als tegenstanders

Een deeltijds pensioen moet een alternatief zijn voor mensen die de arbeidsmarkt volledig zouden verlaten. Het mag, zoals beschreven door de commissie, geen motivatie zijn om te minderen met werken voor mensen die voltijds aan de bak willen blijven. Het deeltijds pensioen mag ook geen cadeautje worden voor bedrijven die willen herstructureren op kap van de overheid. Het idee kan alleen maar succes hebben als andere uitstapsystemen afgebouwd worden. En de essentie blijft dat mensen vrijwillig voor dit systeem moeten kiezen.

Toen Itinera Institute het idee op tafel legde – met als motivatie dat mensen zélf moeten kunnen beslissen of en hoelang ze nog werken na hun 60ste – besloot het onder andere dat het deeltijds pensioen geen jobs zou kosten aan jongeren. Het ABVV schoot het idee van Itinera evenwel af, wegens asociaal en te rechts. Unizo is wel te vinden voor het voorstel, zij het onder voorbehoud van de concrete uitwerking. De Unie van Zelfstandige ondernemers stelt dat het niet de bedoeling mag zijn dat het deeltijds pensioen een zoveelste extra systeem wordt om de arbeidsmarkt te verlaten.

Nog niet voor morgen

Het deeltijds pensioen staat dan wel in de beleidsnota van de nieuwe minister, maar het plan is nog niet uitgetekend. De nieuwe regering wil een Nationaal Pensioencomité oprichten, om zowel de sociale als financiële leefbaarheid van het pensioensysteem in de gaten te houden. Daarnaast zal ze een kenniscentrum installeren, met vertegenwoordigers van de federale regering en sociale partners. Dat zou gebeuren vanaf januari 2015. En dus zal ook het deeltijds pensioen nog niet voor morgen zijn.

 

(mr) 

Meer info over Wettelijk pensioen , Bedrijfspensioen , Brugpensioen , Langer werken

26/11/2014