‘Quota zijn vernederend’

Henny De Baets
“Ik wil een actief beleid voeren dat talentvolle vrouwen stimuleert om een topfunctie op te nemen” (Henny De Baets, administrateur-generaal OVAM)

De Vlaamse overheid is een goede omgeving voor vrouwen met ambitie. Dat zeggen topambtenaren Henny De Baets van OVAM en Marleen Evenepoel van het Agentschap Natuur en Bos. ‘Maar dan moeten ze zichzelf wel meer op de voorgrond durven plaatsen.’ Quota vinden beide dames geen oplossing.

Filip Watteeuw van Groen! stelde onlangs een parlementaire vraag over het aandeel vrouwen in topfuncties bij de Vlaamse overheid. Uit het antwoord van minister van Bestuurszaken Geert Bourgeois (NV-A) blijkt dat vrouwen 25 procent van de topfuncties - zoals secretaris-generaal en administrateur-generaal - bekleden. Eén op vier, dus, een aantal dat langzaam in stijgende lijn gaat.

‘Ik vind dat geen slecht cijfer’, zegt Marleen Evenepoel, administrateur-generaal van het Agentschap voor Natuur en Bos. ‘Zeker niet als je de geschiedenis bekijkt, en ziet waar we vandaan komen.’

Ook voor Henny De Baets, administrateur-generaal van OVAM, is het glas halfvol. ‘Al met al valt dat cijfer mee, en als vrouw hoeven we ons zeker niet eenzaam te voelen aan de top (lacht). Binnen de Vlaamse overheid wordt tegen 2015 een streefcijfer van 33 procent vrouwen in topfuncties vooropgesteld, en ik ben hoopvol dat dat wordt gehaald.’

Gebrek aan zelfvertrouwen

Slechter is het, volgens het antwoord van minister Bourgeois, gesteld met de vrouwelijke aanwezigheid in het middenkader. Jaren bleef het percentage hangen rond de 27 procent, in 2009 is er sprake van een daling - een kleine, weliswaar - tot 25,8 procent. Vlaamse parlementslid Filip Watteeuw wijst erop dat er in 2009 22 nieuwe functies in het middenkader vrijkwamen en dat slechts 3 vrouwen werden benoemd. Als je dat middenkader beschouwt als ‘kweekvijver’ voor topfuncties, lijkt dat een kwalijke evolutie.

‘Ik merk dat ook bij OVAM’, zegt Henny De Baets. ‘Ik ben de enige vrouw in het directiecomité, en ook in het middenkader zijn ze niet vertegenwoordigd. We hebben wel een aantal vrouwelijke diensthoofden. Ik heb deze situatie ‘geërfd’, maar dat neemt niet weg dat ik bij OVAM een actief beleid wil voeren om talentvolle vrouwen te stimuleren om een topfunctie op te nemen. En die hebben we, onmiskenbaar.’

Daar knelt volgens deze topdames ook het schoentje: vrouwen hebben vaak een gebrek aan zelfvertrouwen en durven zichzelf vaak niet op de voorgrond plaatsen. ‘Mannen hebben daar veel minder last van. Terwijl er geen enkele reden is waarom vrouwen zich zouden moeten wegstoppen. Ik heb echt wel héél sterke vrouwelijke medewerkers en collega-topambtenaren’, zegt Henny De Baets.

Kiezen is verliezen

Henny De Baets gelooft niet in de ‘mythe van het glazen plafond’: het idee dat er structurele belemmeringen zouden zijn voor vrouwen om carrière te maken, zowel in de privésector als bij de overheid. ‘Er zijn andere redenen. Zolang je bijvoorbeeld in een maatschappelijk systeem zit waarin overwegend vrouwen het huishouden moeten managen, zorgen voor de kinderen enzovoort kun je het hen niet kwalijk nemen dat een carrière geen prioriteit is. Het heeft met keuzes te maken, en met de gevolgen daarvan te aanvaarden.’

Marleen Evenepoel: ‘Zelf heb ik ook altijd zware inspanningen moeten leveren om alles gecombineerd te krijgen. Vrouwen vandaag de dag onderschatten dat en willen alles: een gezond evenwicht tussen werk en privé, deeltijds werken én ook nog eens een carrière opbouwen.’

‘Ik blijf erbij: binnen de Vlaamse administratie krijgen vrouwen echt wel kansen, maar ze grijpen die niet altijd’, zegt De Baets. ‘Bij OVAM hebben we een vrij jong publiek, waarvan 60 procent vrouwen, dat veel belang hecht aan dat evenwicht waar Marleen het over had. Dat is een zeer eerbare keuze, laat daar geen misverstand over bestaan, maar je moet goed weten wat je wilt. Als ik kijk naar mezelf: ik leid een organisatie van 350 mensen, ik engageer me op andere niveaus in de Vlaamse overheid, ik heb een echtgenoot met een drukke loopbaan, een tweedejaarsuniversiteitsstudent, ik neem een groot deel van de zorg van mijn hoogbejaarde ouders op mij. Tja, dat vraagt een heel strakke planning, en veel vrije tijd blijft er niet over. Maar dat heb ik er voor over.’

‘Ik heb ook niet het gevoel dat ik een te hoge prijs heb betaald, anders blijf je dit niet doen’, zegt Marleen Evenepoel. ‘Al blijft er natuurlijk heel weinig ‘me-time’ over. Met je werk en je gezin is er niet veel ruimte meer voor een sociaal leven.’

Quota zijn niet nodig

Marleen Evenepoel en Henny De Baets lopen niet warm voor quota, of het nu om streefcijfers gaat of om een verplichte vertegenwoordiging van vrouwen. Vanaf 2012 moet een derde van de leden in raden van bestuur van overheidsbedrijven een vrouw zijn. ‘Instinctief ben ik tegen quota, maar tegelijk geef ik toe dat ze hun nut kunnen hebben als de evolutie niet snel genoeg gaat’, meent Evenepoel. ‘Een beetje sturing kan nuttig zijn, maar dat moet je ook weer kunnen loslaten. In de politiek heeft het een positief effect gehad, en niemand spreekt nu nog van ‘excuustruzen’. Maar een verplichting vind ik een stap te ver.’

Henny De Baets is scherper: ‘Quota in de ambtenarij maar ook in het bedrijfsleven vind ik nonsens. Ze zijn vernederend voor vrouwen. Je moet mensen beoordelen op hun competenties, visie, managementcapaciteiten, inzet enzovoort, maar toch niet op hun geslacht? Ik geloof niet dat vrouwen quota nodig hebben, maar wel de moed en het zelfvertrouwen om de carrièreladder te beklimmen.’

Zowel Evenepoel als De Baets zien de toekomst rooskleurig in. ‘De evolutie naar meer vrouwen in topfuncties - als weerspiegeling van de demografische realiteit - kan niet anders dan positief zijn’, stelt Evenepoel. ‘Zeker als je merkt dat ook steeds meer mannen de meerwaarde van een grotere vrouwelijke aanwezigheid inzien. De laatste knoop die moet ontward worden, is de thuissituatie. Laat die nieuwe man nu maar eens opstaan (lacht).’

(jd) - Foto: (Koen Keppens) 

Meer info over Loonkloof

17/05/2011