Proefperiode afgeschaft: is het nu beter of slechter?

Sinds de proefperiode is afgeschaft, kunnen werkgevers en werknemers niet meer beslissen om vaste contracten al na enkele weken stop te zetten.

De afgelopen week kwamen er tegenstrijdige berichten over het afschaffen van de proefperiode. Onderzoek wijst uit dat er sinds er geen proefperiode meer bestaat, minder vaste contracten tijdens de eerste 6 maanden worden stopgezet. Positief dus. Anderen, zoals Confederatie Bouw en VKW Limburg, nuanceren dat en wijzen er op dat er nu heel wat meer aanwervingen gebeuren met tijdelijke contracten en uitzendarbeid, precies de groepen die niet in de statistieken zijn opgenomen...

Sinds het afschaffen van de proefperiode op 1 januari 2014, kunnen werkgevers en werknemers niet meer beslissen om vaste contracten tussen de 2 en 7 weken stop te zetten. Het gaat om een maatregel in het kader van het eenheidsstatuut, waarbij arbeiders en bedienden sindsdien op gelijke voet worden behandeld.

De beslissing zorgde destijds voor heel wat discussie. Werkgevers wilden in de praktijk ervaren welk vlees ze in de kuip kregen, en op basis daarvan al in een vroeg stadium kunnen beslissen om al dan niet verder in zee te gaan met de kersverse werknemer. Werknemers wilden anderzijds de zekerheid om vlak na de aanwerving niet onmiddellijk terug op straat te worden gezet. Voor sommigen was de optie om er zelf al na enkele weken de brui aan te kunnen geven, dan wel weer geen onaangenaam vooruitzicht.

Herinvoering

Zowat 3 jaar na de invoering volgen de eerste evaluaties. HR-dienstenleverancier Acerta stelt vast dat er in de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomsten minder stopzettingen zijn sinds de proefperiode verdween (13 ipv 18%). Hieruit wordt geconcludeerd dat de maatregel zijn doel niet heeft gemist, en er bijgevolg meer vaste tewerkstelling is.

De cijfers worden niet betwist, de conclusie wel. “De studie is te eenzijdig omdat ze enkel focust op de contracten van onbepaalde duur”, zegt Chris Slaets van Confederatie Bouw Limburg. “Ze spreekt dus met andere woorden helemaal niet over het fenomeen waarbij tijdelijke contracten (zoals uitzendarbeid) of andere vormen van tewerkstelling de vroegere contracten van onbepaalde duur met proefperiode hebben vervangen. Wij vragen ons af of de situatie nu zoveel beter en of de arbeiders meer werkzekerheid hebben? Wij pleiten in ieders belang eerder voor de herinvoering van de proefperiode.”

Strenger

VKW-Limburg deelt die mening. “De afschaffing van de proefperiode heeft alleen maar voor negatieve gevolgen gezorgd voor de werkgelegenheid”, zegt gedelegeerd bestuurder Ruben Lemmens. “Limburgse bedrijven geven aan dat zij sindsdien minder contracten van onbepaalde duur afsluiten en méér via interimarbeid (+39%) en tijdelijke contracten (+15%) werken. Maar vooral ook dat zij hierdoor veel minder geneigd zijn om bijkomend aan te werven. Voor 2/3 van onze ondernemingen is dat een rem op de groei. Een onderzoek dat wij hebben gevoerd, wijst uit dat maar liefst 91% van de Limburgse bedrijven aandringt op de herinvoering van de proeftijd.”

De werkgeversorganisatie wijst er tot slot op dat sinds de afschaffing van de proefperiode de selectieprocedures veel strenger zijn geworden en het bijgevolg logisch is dat er minder werknemers in een vroeg stadium terug vertrekken.

(kme) 

Meer info over Proefperiode , Eerste werkdag

07/12/2016