Karl Vannieuwkerke vindt dat georkestreerde chaos moet kunnen

Karl Vannieuwkerke
Karl Vannieuwkerke: "Mijn sporthart zou bloeden, moest ik een programma een paar keer onderbreken om een reclameblok aan te kondigen."

Zijn borst is nat gemaakt, zijn benen zijn ingevet, zijn stem is gesmeerd. Sportjournalist Karl Vannieuwkerke is klaar voor zijn jaarlijkse afspraak met de Ronde van Frankrijk. In zijn talkshow Tour 2010: Vive le Vélo! draait het helemaal om de passie voor de koers.

De Tour begint al wanneer de halve finales plaatsvinden van het WK Voetbal, waarvoor jij ook het magazine maakt. Dat lijkt redelijk hectisch of kick je daar net op?

Ja, daar kick ik toch wel een beetje op. Live op antenne gaan, gaat altijd met véél adrenaline gepaard. Ik had méér schrik van de twee WK-loze dagen na de achtste finales. Door de decompressie loop je dan het risico je moe of ziek te voelen. Toch was het niet slecht om er even tussenuit te zijn en te herademen. Ik ben toen met mijn gezin naar de kust gegaan. Terwijl de kinderen op het strand speelden, las ik nog wat Tourgidsen.

Ook de eindfase van Wimbledon komt er aan. Het lijkt erop dat voor de VRT het voetbal bovenaan de hiërarchie staat, daarna volgen respectievelijk de Tour en het tennis. Klopt die indruk?

Ja, en dat lijkt me niet meer dan logisch. Een WK voetbal heb je maar om de vier jaar. Het zou totaal misplaatst zijn om de finales van dat tornooi te laten wijken voor het wielrennen. Gelukkig is er weinig échte overlapping en hoeven er dus niet zoveel keuzes gemaakt te worden. De dagen dat de Tour door België rijdt, is er toevallig geen voetbal, dat is dus mooi meegenomen. En de dagen waarop we in het WK- magazine slechts een light-versie van Vive le Vélo kunnen brengen, zullen we toch vasthouden aan enkele vaste items, zoals de live interviews van Lieven Van Gils.

Op basis van welke criteria selecteer je je praatgasten voor Vive le Vélo!?

Ze moeten echt wel iets met de koers hebben. Het eerste jaar moesten we nog safe spelen en bekende namen uitnodigen om kijkers te lokken. Nu stemmen de mensen op ons af omwille van het format van het programma, en dat is een geruststellende gedachte. Vorig jaar zetten we de minder bekende schrijver Bart Van Loo naast Filip Meirhaeghe aan de tafel en die groeide uit tot een revelatie. Zoiets hadden we ons in het begin niet kunnen permitteren.

Ben je heel het jaar door bezig met nadenken over wie je zou kunnen uitnodigen? Stel dat je ergens een interview leest waarin iemand zijn passie voor de koers bekent, houd je zoiets dan in je achterhoofd?

Zeker. Onmiddellijk na de Tour heb je een week dat je even niets van het wielrennen moet weten, maar meteen daarna begin ik een mapje op mijn computer bij te houden waarin ik namen van potentiële gasten steek wanneer ze me te binnen vallen. Ook de redacteurs van onze ploeg doen dit. Op een gegeven moment leggen we dan onze lijstjes samen. Door al die namen sterretjes te geven, doen we de eindselectie.

Zijn er dit jaar gasten waar je speciaal naar uitkijkt?

Vooral combinaties van gasten eigenlijk. Zo ben ik heel blij dat we in Parijs Eddy Planckaert en Johan Boskamp hebben. Ik denk dat heel wat mensen verrast zullen zijn door de enorme kennis over de koers die Boskamp heeft. Geloof me, hij weet er alles van. Soms tipt hij mij jonge renners. ‘Die moet je eens in het oog houden’.

Prefereer je een boompje opzetten met interessante praatgasten boven een wedstrijd becommentariëren?

Absoluut. Zo’n talkshow beschouw je een beetje als je kind. Je hebt het format mee helpen bepalen en daardoor ga je dat koesteren. Als commentator zit je zo’n beetje op een eiland, terwijl we voor het praatprogramma met een jonge, gedreven bende op pad zijn. Daar haal ik veel motivatie uit. Als je thuis komt na een Tour, dan mis je die mensen met wie je 25 dagen lang door Frankrijk bent getrokken. Ja, dan heb je toch even de blues.

Zie je jezelf ooit een soort Villa Vanthilt presenteren of ga je eeuwig en altijd in de sportwereld blijven hangen?

Het is geen must om voor eeuwig en altijd in de sportwereld te blijven, maar ik merk toch dat ik momenteel moeilijk zonder kan. Ooit wil ik nog wel iets totaal anders maken. Dan denk ik niet meteen aan iets als Villa Vanthilt. Eerder iets in de stijl van De Wereld Draait Door.

Heb je voorbeelden als talkshowhost?

Niet echt. Ieder heeft zijn eigen stijl. Zelf heb ik bijvoorbeeld een afkeer van de autocue. Meer dan wat kernwoorden hoef ik niet op papier te hebben. Een programma moet voor mij een flow hebben. Niet dat het noodzakelijk chaos moet zijn, maar georkestreerde chaos moet zeker kunnen.

Moet je, nu de VRT voor ernstige besparingen staat, niet stilaan beginnen afkicken van drukke sportzomers als deze?

De eerstkomende jaren zie ik nog niet veel problemen. We hebben zeker nog een paar jaar de Tour, we hebben de rechten op het EK 2012 en het WK 2014 én op de Olympische Spelen in Londen. Wat niet wegneemt dat ik me bewust ben van het veranderende medialandschap. We schuiven steeds meer richting digitale televisie op. Het klopt dat de VRT niet eeuwig aanspraak zal kunnen maken op dit soort drukke sportzomers, maar dat zien we dan wel weer. Ik heb intussen een bagage van 15 jaar en mag toch wel stellen dat ik enige verdienste in de sportjournalistiek heb gehad. Als het echt moet, zal ik wellicht ook op andere zenders terechtkunnen. Daar maak ik me niet echt zorgen om. Toch ben ik blij met de VRT als biotoop. Hier ben ik minder gebonden aan de reclame. Mijn sporthart zou bloeden, moest ik een programma een paar keer onderbreken om een reclameblok aan te kondigen.

(pvd) 

05/07/2010

  • 05 juli 2010