Kan de politiek ons pensioen redden?

Jos Berghman, pensioenexpert K.U.Leuven
"Nederland en Duitsland hebben al een tweede herziening van hun pensioenbeleid achter de rug. Wij moeten nog aan de eerste beginnen" (Jos Berghman, pensioenexpert K.U.Leuven)

Slechts 15 procent van de Belgen vindt, wit- en groenboek ten spijt, dat de overheid zich voldoende inspant om langer werken aantrekkelijk te maken. De nieuwe federale regering staat nog heel wat werk te wachten in het eindeloopbaandebat. Maar kan ze dat wel?

Er was eens het staatspensioen. Die eerste pensioenpijler zou alle burgers van een goede oude dag voorzien. “Dat wettelijk pensioen is door de jaren heen omwille van budgettaire redenen afgekalfd tot een basispensioen”, merkt professor Jos Berghman (K.U.Leuven) op. Toch wil zowat elke politieke partij extra middelen vrijmaken voor de lagere pensioenen en langer werken meer belonen, wat ook geld kost. “En dat terwijl zelfs de pensioenen van de babyboomgeneratie nog niet gefinancierd zijn. De vergrijzing is niet betaald, wat betekent dat we die pensioenen en cours de route moeten bijbetalen”, vult professor Marc De Vos (Itinera Institute) aan.

Meer realiteitszin

En dus zijn de politieke ogen in de kiescampagne vooral gericht op de tweede pijler: de aanvullende pensioenen. “Je ziet daar wel wat politieke accenten, maar de bottom line is dat er op een of andere manier aan extra pensioenfinanciering moet gedaan worden. Er zal meer geld naartoe vloeien via een spaarformule, niet via repartitie”, aldus De Vos. “Maar ook dat ligt moeilijk aangezien niet elke sector dat momenteel financieel even goed kan dragen”, voegt Berghman daaraan toe.

Met andere woorden: de politiek zal ons doen sparen voor ons eigen pensioen. Hoe, daar zijn de meningen over verdeeld. De rechterflank ziet eerder privébedrijven die aanvullende pensioenfondsen beheren. Links, met sp.a voorop, wil de tweede pijler onderbrengen in de eerste pijler. “Je ziet bij vakbonden aan de linkerzijde meer realiteitszin omtrent pensioenen naar boven komen. Ze beseffen dat ze de eerste pijler moeilijk voor elkaar krijgen. Dus mikken ze op een veralgemening van de tweede pijler waar ze een eerste pijler ‘bis’ van willen maken”, weet Berghman.

Volgens Berghman is een uitbreiding van de tweede pijler de enige piste om nog voldoende pensioen te garanderen. “De overheid heeft, in tegenstelling tot in andere landen, volledig nagelaten om reserves aan te leggen. Bovendien is de levensverwachting nog steeds aan het stijgen. Zelfs al zullen er op termijn minder nieuwe gepensioneerden bijkomen, dan nog zullen er meer pensioenmaanden betaald moeten worden omdat mensen langer leven.”

Uitgesteld loon

Dat de aanleg van een pensioenpot in de tweede pijler een impact zal hebben op de loonevolutie, daar zijn de verkiezingsprogramma’s minder loslippig over. “De overheid zal met de sociale partners moeten overeenkomen dat een stuk van de loonstijging zal moeten dienen voor de financiering van de pensioenen. Pensioen zal veel meer een uitgesteld loon worden, letterlijk. Maar dat wordt nog te weinig beseft. Bovendien is dat kapitaal er nog niet. Dat zal er maar zijn voor de jongere generatie. Voor de babyboomers zit er niets anders op dan langer te werken”, zegt De Vos.

Over de kans dat de nieuwe federale regering tot een akkoord over de pensioenhervorming komt, is hij positief. “Ik verwacht - als de politieke constellatie het toelaat - relatief snel een compromis. Er zijn ook geen honderd manieren om pensioenen te hervormen. De opties zijn tamelijk beperkt en over de basisprincipes heerst er grote eensgezindheid.”

Berghman is terughoudender. “Een pensioenhervorming zal in een bredere herziening van het sociaal-economisch beleid moeten passen. Denk bijvoorbeeld aan de activering van vijftigplussers. En dat ligt veel moeilijker. Maar sowieso moet er iets gebeuren. Nederland en Duitsland hebben al een tweede herziening van hun pensioenbeleid achter de rug. Wij moeten nog aan de eerste beginnen.”

(ks) 

Meer info over Langer werken

11/06/2010