Het vlinderakkoord van Di Rupo I: ‘Regionalisering is geen doel op zich’

Di Rupo I
“Ik koester niet de ambitie om het arbeidsrecht te hervormen, maar er zijn toch een aantal aspecten die in de toekomst aanleiding kunnen geven tot noodzakelijke volgende stappen” (Jo Libeer, Voka)

Over de regionalisering van het arbeidmarktbeleid is al heel wat inkt gevloeid. Ondertussen is het institutioneel akkoord voor de zesde staatshervorming ondertekend, maar de precieze impact ervan op het arbeidsmarktbeleid blijft erg onduidelijk. En er zijn ook nog praktische bezwaren.

‘Het zal een tijdje duren voor de hele wetgevende procedure is afgerond, maar het zal nog veel langer duren voor we zullen zien wat de concrete gevolgen zijn van het nieuwe beleid. Want dat moet toch een langetermijnbeleid worden’, stelt Frank Hendrickx, onderzoeker aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de K.U.Leuven.

Belgische materie

‘Op zich is het geen slechte zaak dat het arbeidsrecht en de sociale zekerheid Belgische materie blijven - je moet geen bevoegdheden overhevelen naar de deelstaten als dat niet nodig is - maar het is wel van belang dat er dan op federaal niveau de juiste beslissingen worden genomen.’

Hendrickx verwijst in het bijzonder naar het Belgische ontslagrecht, dat dringend aan herziening toe is. ‘Het Grondwettelijk Hof zegt dat het onderscheid tussen arbeiders en bedienden ongrondwettelijk is. We hebben nog maar anderhalf jaar om daar iets aan te doen. De federale overheid moet daar dus snel werk van maken. Het is de bedoeling om de juiste beslissingen te nemen op het juiste niveau. Regionalisering mag geen doel op zich zijn.’

Eenzelfde geluid klinkt bij het ondernemersplatform VKW. Hoofdeconoom Geert Janssens: ‘Regionalisering mag enkel een middel zijn om iets beters te bereiken. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de regionale arbeidsmarkten in België, maar uiteindelijk gaat het wel over één Belgische arbeidsmarkt.’

Weg efficiëntie

Dat arbeidsrecht, sociale zekerheid en loonkosten federaal blijven, impliceert volgens Janssens dat een eengemaakt beleid onvermijdelijk is. ‘Maar hoe meer men regionaliseert, hoe meer divergentie men gaat creëren. Wanneer maatregelen haaks op elkaar beginnen te staan, gaat de efficiëntie eronder lijden.’

Janssens benadrukt dat het soms gewoon gemakkelijker is om zaken federaal - ‘aan de bron’ - te regelen. ‘We moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat arbeid minder belast wordt en dat het verschil tussen werken en niet werken groter wordt. Je kan wel proberen om daar wat aan te sleutelen op Vlaams niveau, met jobkortingen en dergelijke, maar die maatregelen blijven erg ad hoc.’

Limieten

Jo Libeer, gedelegeerd bestuurder van Voka, baart het wél zorgen dat het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en het loonbeleid federale materies blijven. ‘Het is positief dat het doelgroepenbeleid en de dienstencheques naar de regio’s komen. We zullen een beter loopbaanbeleid kunnen uitbouwen en beter kunnen inspelen op de noden van de Vlaamse arbeidsmarkt. Maar het reglementaire kader blijft federaal, en het is mogelijk dat we daar vrij snel op de limieten van het systeem zullen lopen.’

Volgens Libeer valt het niet uit te sluiten dat er verschillende interpretaties zullen ontstaan over dat reglementaire kader. ‘Neem nu de ‘passende dienstbetrekking’. Je voelt nu al aan dat daar in het noorden van het land een andere interpretatie over bestaat dan in het zuiden. Ik heb de indruk dat de VDAB op een slimme manier omgaat met die definitie. Ik koester niet de ambitie om het arbeidsrecht te hervormen, maar er zijn toch een aantal aspecten die in de toekomst aanleiding kunnen geven tot noodzakelijke volgende stappen.’

Complexiteit

Het zijn die ‘noodzakelijke volgende stappen’ die Jean-Marie De Baene, hoofd van de studiedienst van het Vlaams ABVV, de kriebels bezorgen. ‘Kijk naar de RSZ-kortingen voor doelgroepen. Door deze te regionaliseren, maakt men eigenlijk een opening om ook andere aspecten van het RSZ-beleid over te dragen. We horen de werkgevers nú al zeggen dat ook de structurele RSZ-verminderingen voor de lagere lonen een zaak zijn waar de regio’s zich over moeten kunnen uitspreken. We vrezen dat op termijn de druk zal toenemen om nog een stap verder te gaan.’

De Baene geeft toe dat er verschillende maatregelen nodig zijn om de specifieke regionale problemen aan te pakken, zoals de grotere jongerenwerkloosheid in Brussel en Wallonië en de grotere werkloosheid onder vijftigplussers in Vlaanderen. ‘Het is niet zo dat een gedifferentieerd beleid tot nu toe onmogelijk was. Op basis van overleg kan men al inspelen op de verschillende arbeidsmarktsituaties. Een overdracht van RSZ-middelen is natuurlijk een andere zaak. Op die manier zijn we misschien wel vertrokken voor een overdracht van heel het loonbeleid. Dit alles leidt ook weer tot meer differentiatie en een grotere complexiteit voor bedrijven met verschillende vestigingen.’

Federaal werk

Het ABVV is tevreden dat alles wat te maken heeft met het arbeidsrecht, de cao’s en het loonoverleg federaal blijven. ‘Het is goed dat de solidariteit behouden blijft. Bovendien is het goed dat door de overdracht van enkele bevoegdheden de homogeniteit van het arbeidsmarktbeleid verbetert. Wij zeggen bijvoorbeeld al langer dat de PWA’s eigenlijk een bemiddelingsinstrument zijn en dus tot de bevoegdheden van de Gewesten behoren.’

Maar ook De Baene stelt zich nog vragen over de uiteindelijke uitvoering van het akkoord. ‘Vlaanderen zal middelen bijkrijgen voor haar arbeidsmarktbeleid. We zullen heel scherp toezien op de manier waarop deze middelen worden verdeeld over de verschillende maatregelen. Kijk naar de dienstencheques: gezien het enorme belang van deze sector - in heel België gaat het om 100.000, vaak kortgeschoolde, werknemers - zal het Vlaamse gewest hier in de toekomst voldoende budgettair op moeten inzetten.’

Federaal minister van Werk Monica De Coninck laat alvast weten dat zij zo snel mogelijk aan tafel wil gaan zitten met de bevoegde regionale ministers en alle betrokkenen om over de uitvoering van het akkoord te spreken. Vlaams minister van Werk Philippe Muyters wenst niet te reageren voor het institutioneel akkoord in wetteksten is gegoten. Volgens politiek commentator Carl Devos (UGent) kan dat nog enige tijd duren.

(mo) – Foto: (bd) 

19/12/2011

  • 19 december 2011