Echte gelijkheid tussen arbeiders en bedienden vraagt om extra inspanningen

worker

Het eenheidsstatuut maakt sinds begin dit jaar komaf met het verschil tussen arbeiders en bedienden. “Een stap in de goede richting, maar we zijn er nog lang niet”, zegt Astrid De Lathauwer van Acerta Consult.

Het nieuwe eenheidsstatuut zorgt ervoor dat arbeiders en bedienden gelijk behandeld worden wat betreft de opzegtermijnen en de carensdag (die wordt voor iedereen afgeschaft, red.). Tegelijk verdwijnt de ‘proefperiode’ bij het begin van een contract.

“Het onderscheid tussen werknemers was al lang achterhaald”, zegt Astrid De Lathauwer, algemeen directeur van Acerta Consult. “Daarom is dit een goede zaak, al is er nog heel wat werk aan de winkel.”

Om het onderscheid tussen arbeiders en bedienden echt weg te werken, is een modern HR-beleid nodig, meent Astrid De Lathauwer. “Bedrijven moeten hun systemen aanpassen, functieclassificaties moeten anders opgesteld worden en verloningssystemen moeten herbekeken worden. Werkgevers zullen ook aan een bedrijfscultuur moeten werken die arbeiders en bedienden op dezelfde lijn plaatst.”

Compensatie

In de praktijk hanteren bedrijven nu vaak een verschillende verloningspolitiek voor arbeiders en bedienden. “Voor arbeiders worden vaak het paritair comité en de nationale onderhandelingen gevolgd. Voor bedienden is er dikwijls een gunstiger bedrijfseigen regeling met functieclassificaties, salarisvorken en bonussystemen”, aldus Astrid De Lathauwer.

“Als we er mogen van uitgaan dat het zogenaamde verschil tussen handenarbeid en intellectuele arbeid voorbijgestreefd is, zullen werkgevers werk moeten maken van een eenvormige loonpolitiek. Dat kan ertoe leiden dat gespecialiseerde arbeiders in een hogere functieclassificatie belanden dan lagere bedienden.”

Die evolutie zal stapsgewijs moeten gebeuren, meent Astrid De Lathauwer. “We zitten met nogal wat verworven rechten. Er zullen zich dus overgangsmaatregelen opdringen.” Zo is de RVA opgedragen een tijdlang voor compensatie te zorgen omdat de hogere opzeggingstermijnen voor arbeiders niet toegepast worden voor de anciënniteit die ze al verworven hadden op 31 december 2013. Ontslagen arbeiders in deze situatie zullen een ‘ontslagcompensatievergoeding’ ontvangen.

De kostprijs van het eenheidsstatuur is erg sectorgebonden. Acerta becijferde in een studie uit 2012 dat de loonkloof in de hout- en textielsector met 3 procent zou toenemen door de hogere opzegvergoedingen voor arbeiders toe te passen.

Die verhoging van de ontslagkosten geldt voor alle arbeidsintensieve industriële sectoren die voornamelijk arbeiders tewerkstellen. De overheid plant echter een aantal maatregelen die deze kost moet matigen of compenseren. Omdat onze bedrijven meer bedienden dan arbeiders in dienst hebben, zou het eenheidsstatuut op termijn onze economie vooral minder kosten.

Het afschaffen van de proefperiode zal er volgens Astrid De Lathauwer toe leiden dat werkgevers de proefperiode vervangen door tijdelijke contracten of uitzendcontracten als aanloop naar permanente tewerkstelling. Het effect op de rekruteringsintenties van bedrijven acht ze zo goed als onbestaande. “Die zijn vooral het gevolg van economische vooruitzichten.”

Gouden kooitje

Het eenheidsstatuut zal de arbeidsmarkt ook wat flexibeler maken, verwacht Astrid De Lathauwer, vooral voor hogere bedienden. “Het fenomeen van de gouden kooi zal van zijn glans verliezen als gevolg van de lagere opzegvergoedingen waarop deze medewerkers in de toekomst kunnen rekenen. Voor werkgevers worden deze ontslagen minder duur.”

Dreigen de ‘oudere’ werknemers met veel anciënniteit op de teller zo de dupe te worden van het eenheidsstatuut? En dat op een arbeidsmarkt waar vijftigers en zestigers al niet gemakkelijk een job vinden.

“Het beleid moet absoluut meer werk maken van het activeren van deze doelgroep. Als we moeten werken tot 65, en dat zal zo zijn, hebben we geen andere keuze. Tegelijk blijft dit een duidelijk pijnpunt in ons land. Het verruimde recht op outplacement dat het eenheidsstatuut voorziet, legt de nadruk toch al iets meer op activering.”

“Dit is een goede tussenstap,” besluit Astrid De Lathauwer, “als men er positief gebruik van maakt. Tegelijk blijven er nog veel vragen onbeantwoord en is er nog veel niet gekend in het nieuwe systeem.”

(wv) 

20/01/2014

  • 20 januari 2014