Romantische tjeef

THomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Dit jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

Ik vraag haar wat het kost om haar te bestellen. ‘Reserveren’, corrigeert ze me, ‘Een pizza bestel je, een dame reserveer je.’ Al eerder had ze me al op de vingers getikt, toen ik het woord ‘meisjes’ gebruikte om het over haar werknemers te hebben. Het zijn ‘compagnons’ of ‘dames’.

Ik interview haar en correct taalgebruik is dus nog meer van belang dan gewoonlijk. De jonge vrouw tegenover me is blond, voluptueus en nee, je kan haar zelf niet reserveren. ‘Maar ik heb twee dames in mijn bestand staan die behoorlijk op mij lijken.’ Ze is 26, afgestudeerd in marketing en draait dit jaar een miljoen omzet. Ze verkoopt ‘gezelschap met dat tikje meer’. Concreter: ze runt de duurste escortservice van Nederland.

De gezelligheid heeft een starttarief van 700 euro en per uur komt daar 200 euro bij. Wie meer dan dat tikje wil, kan een dame reserveren als compagnon voor evenementen als het WK of de Olympische spelen. Voor maagden op leeftijd heeft haar bedrijf een ‘ontknaapservice’ ontwikkeld - ‘wordt vooral vaak gevraagd als het vakantiegeld of belastingteruggave is uitbetaald.’ En de gehandicapte medemens kan ook aan zijn trekken komen.

In de foyer van het vijfsterrenhotel waar ik het gesprek heb, leer ik dat er diep in mij nog een klein tjeefje leeft. Een tjeef die heel graag vragen wil stellen als: ‘Waarom verkopen die mooie, jonge, hoogopgeleide vrouwen hun lichaam? Dat moet toch sporen nalaten? Dit is toch hemeltergend? Seks is toch... blablabla.’ Ik stel die verwijtende vragen niet. Jazeker, de seksindustrie, pardon, de relaxsector, kent zijn misstanden. Maar ook in fabrieken worden mensen onteerd, leerden we deze maand.

Een bevriend koppel kreeg ooit slaande ruzie waar ik bij zat, toen zij zei geen moreel maar slechts een financieel verschil te zien tussen een caissière die voor weinig geld jaren van haar leven wegklopt en een prostituee die voor veel meer geld wat intimiteit verkoopt. Hij vond het mensonterend. Zij vroeg wat er dan zo verheffend was aan het aanschroeven van fietsbellen op een lopende band. ‘Dat is geen aanslag op je lichaam,’ wierp hij tegen. ‘Nee, het is veel erger, je hebt geen dromen meer’, riposteerde ze. Hij liep het café uit. ‘Misschien wil hij een medaille voor het feit dat hij niet naar de hoeren gaat’, zei ze. Ze zijn nu ongelukkig getrouwd.

Dat seks veel meer is dan iets moois tussen twee mensen; van dat inzicht valt niemand meer van zijn stoel. Toch kan geen vloedgolf van cynisme het ooit reduceren tot een louter een product. Zelfs niet de jonge zakenvrouw voor me. Wanneer ik haar vraag wat ze vindt van een callgirl als dochter, moet ze schoorvoetend toegeven dat ze dat liever niet wil.

‘Zie je wel!’ roept de tjeef (of is het de romanticus?) in mij, ‘er schort iets aan die mensen.’ Maar zou ik aan het hoofd van Delhaize vragen of die zijn of haar dochter voor altijd achter de kassa wil zien?

(Thomas Blondeau) 

21/10/2013

  • 21 oktober 2013