Loonwijzer 2012

Brutolonen stegen voorbije 10 jaar meer dan levensduurte

geld optellen
“Tussen 2000 en 2012 stegen de brutolonen met 6,9 procent meer dan de levensduurte” (Lucia Decuyper, FOD Economie)

Is het leven de laatste jaren écht zoveel duurder geworden? Heeft uw loon de trend gevolgd? En hoe is het intussen nog gesteld met het consumentenvertrouwen?

Uit cijfers van de FOD Economie blijkt dat het gemiddelde brutomaandloon evolueerde tussen 1999 en 2010 van 2.238 euro naar 3.103 euro. Het brutoloon voor arbeiders evolueerde van 1.926 euro tot 2.605 euro in 2010. Voor bedienden gaat het om een gemiddelde stijging van 2.527 euro in 1999 naar 3.508 euro in 2010.

Ondanks de economische troubles van de afgelopen jaren, vertoont de grafiek geen grote sprongen, eerder een gelijkmatige stijging doorheen de jaren.

Lucia Decuyper van de FOD Economie licht de evolutie van de lonen toe: ‘De loonevolutie wordt in sterke mate bepaald door de evolutie van de levensduurte. Dit kan grotendeels verklaard worden doordat vele sectoren een systeem van automatische loonindexering hanteren. Concreet: zodra de spilindex wordt overschreden, gaan de lonen omhoog. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat er vele varianten op deze werkwijze in omloop zijn. Zo zijn er sectoren waar de lonen quasi onmiddellijk worden aangepast, terwijl in andere economische activiteiten de verhoging slechts eenmaal per jaar op een vooraf vastgelegd tijdstip wordt doorgevoerd. Dit maakt dat de loonontwikkeling de evolutie van de levensduurte met een zekere vertraging volgt.

Schokken

Daarnaast spelen uiteraard ook maatschappelijke ontwikkelingen een rol. De scholingsgraad van de beroepsbevolking neemt bijvoorbeeld systematisch toe, wat een positieve impact heeft op het gemiddelde loon. Ook de vergrijzing van de arbeidsmarkt heeft een impact op totale loonmassa.’

De indexering mag dan zorgen voor de koppeling tussen lonen en prijsstijgingen, de idee dat ‘het leven zoveel duurder is geworden’, is hardnekkig. Toch behoeft het enige nuance, als je de grafieken naast elkaar legt.

‘De jaargemiddelden van de levensduurte vertonen weinig sprongen’, zegt Lucia Decuyper. ‘De maandelijkse indexen verlopen wel iets meer schoksgewijs. Die schokken zijn vooral toe te schrijven aan de sprongen die de prijzen van benzine, diesel en stookolie soms maken. In 2009 bleef de levensduurte quasi gelijk, maar bleven de lonen met enige vertraging toenemen.’

Maar houden de lonen ook gelijke tred met de stijgende levensduurte? Decuyper: ‘De lonen in ons land stijgen iets sneller dan de gemiddelde levensduurte: tussen 2000 en 2012 stegen de brutolonen met 6,9 procent meer dan de levensduurte.’

Grafiek Loonwijzer 2012: evolutie lonen en levensduurte 

Loon- en prijsevoluties mogen dan een relatief rustig parcours hebben afgelegd, het consumentenvertrouwen geeft een heel ander beeld. Over de afgelopen twee decennia vertoont het een aantal bokkensprongen, zo blijkt uit cijfers van de Nationale Bank. Eind jaren ’90 en aan het begin van de 21ste eeuw laten de cijfers een overwegend positief beeld zien. Daarna kleurt het plaatje wat minder rooskleurig.

Eind 2008, in volle economische crisis, haalt het Belgisch consumentenvertrouwen haar recentste dieptepunt. Het dramatische saldo van -25 (positieve en negatieve antwoorden tegen mekaar afgewogen, red.) was niet meer vertoond sinds de recessie van 1993. Sindsdien lijkt dat pessimisme de Belgische consument niet meer verlaten te hebben.

In het rood

Nochtans: eind 2010 haalt het consumentenvertrouwen nog eens het nulpunt van de grafiek, medio 2011 zagen de vooruitzichten er zelfs even wat positiever uit. Helaas vertellen de cijfers sindsdien een ander verhaal: het consumentenvertrouwen gaat (diep) in het rood, met als recentste dieptepunt februari van dit jaar. De verwachtingen op basis van de economische indicatoren blijven negatief, al zijn ze steevast iets optimistischer dan de consument aangeeft.

(ml) 

16/10/2012

  • 16 oktober 2012