Bedrijfswagen
Vorige

1 van 116

Volgende
Volgend artikel:

We krijgen steeds meer extralegale voordelen

Hoe moet het belastbaar voordeel berekend worden bij een ‘lichte vracht’?

"Wanneer mijn werkgever mij een bedrijfswagen ter beschikking stelt voor persoonlijk gebruik, ontstaat er een voordeel van alle aard dat onderworpen is aan bedrijfsvoorheffing. Hoe zit dat precies?" Het antwoord van Elien De Clerq, legal expert bij HDP

Wanneer een onderneming een bedrijfswagen ter beschikking stelt van zijn werknemer voor persoonlijk gebruik, ontstaat er een voordeel alle aard dat onderworpen is aan bedrijfsvoorheffing. Vanaf 1 januari 2012 wordt het voordeel alle aard berekend volgens de intussen bekende formule op basis van de cataloguswaarde en een CO2-coëfficiënt. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, heeft de nieuwe berekeningswijze niets gewijzigd aan de berekening van het voordeel alle aard voor het persoonlijk gebruik van een voertuig dat voldoet aan de fiscale definitie van een ‘lichte vrachtauto’. Dat soort bedrijfsvoertuigen genieten in België van een gunstiger fiscaal stelsel dan personenauto’s en minibussen.

Wat is de fiscale definitie van een lichte vrachtwagen?

Het begrip ‘lichte vrachtauto’ wordt in de verkeersbelasting zeer technisch en gedetailleerd omschreven, het gaat om een voertuig dat ontworpen en gebouwd werd voor het vervoer van goederen en waarvan de toegelaten massa niet meer is dan 3.500 kg.

De volgende categorieën van voertuigen vallen onder het gunstig fiscaal stelsel en worden als lichte vrachtwagens beschouwd:

  • Pick-ups met enkele of dubbele cabine:
    • een volledig van de laadruimte afgesloten enkele of dubbele cabine die, naast die van de bestuurder, ten hoogste twee of zes plaatsen bevat
    • een open laadbak, eventueel afgesloten met een dekzeil, een plat en horizontaal deksel of een opbouw ter bescherming van de lading

  • Bestelwagens met enkele of dubbele cabine
    • een passagierstruimte die, naast die van de bestuurder, ten hoogste twee of zes plaatsen bevat
    • een laadruimte die (volledig) is afgesloten van de passagiersruimte, waarvan de lengte minstens 50 % bedraagt van de lengte van de wielbasis en die over haar hele oppervlakte bestaat uit een van het koetswerk deel uitmakende, vaste of duurzaam bevestigde horizontale laadvloer zonder verankeringsplaatsen voor bijkomende banken, zetels of veiligheidsgordels.

Een groot aantal voertuigen van het type monovolume, terreinwagen of luxe 4x4 vallen buiten deze fiscale definitie en worden bijgevolg als personenwagens beschouwd.

Wie beoordeelt of een voertuig al dan niet als een lichte vrachtwagen kan worden beschouwd?

De autokeuring zal toezicht uitoefenen op de technische kenmerken die eigen zijn aan de fiscale definitie, de fiscus baseert zich op het oordeel van de technische keuring. Als de lichte vrachtauto niet beantwoordt aan één van bovenvermelde categorieën, dan moet het voertuig beschouwd worden als een personenauto, auto voor dubbel gebruik of mini-bus naargelang het model en is bijgevolg de forfaitaire raming van het belastbaar voordeel van toepassing.

Hoe moet het belastbaar voordeel van alle aard worden berekend voor het persoonlijk gebruik van een lichte vrachtwagen?

Het voordeel van alle aard, ontstaan door het privégebruik van een lichte vrachtwagen, wordt in tegenstelling tot gewone personenauto’s volgens de werkelijke waarde in hoofde van de verkrijger aangerekend. Volgens de fiscus dient de waarde te worden begroot in het concrete voordeel die een werknemer uit het gebruik haalt, namelijk de concrete besparing die wordt gerealiseerd door het gebruik van de lichte vrachtwagen. De raming van het voordeel zal verschillen naar gelang het type voertuig en de afgelegde kilometers.

Hoe moet de werkelijke waarde worden geraamd?

In de praktijk bestaat er geen formule om de werkelijke waarde van het voordeel te berekenen, de onderneming moet de werkelijke waarde van het voordeel in hoofde van de verkrijger ramen. Dit houdt een risico in voor de onderneming (en eventueel voor de verkrijger van het voordeel) aangezien de FOD Financiën de raming kan betwisten in geval van een duidelijke onderschatting van het voordeel. Eventueel kan een onderneming in een concreet geval een ruling aanvragen bij de belastingsadministratie met betrekking tot de werkelijke waarde van het voordeel.

16 augustus 2019
Anderen bekeken ook