Uw bedrijfspensioen: niet ombemind, te vaak onbekend

“Er zijn heel wat landen waar men het aanvullend pensioen niet mag uitkeren als kapitaal. België is op dat vlak bijna een uitzondering” (Jo Haerinck, specialist employee benefits ADD)

De toekomstige betaalbaarheid van ons wettelijk pensioen is een vraagteken. Werknemers die een extra potje bijeensparen via hun werkgever mogen zich dus gelukkig prijzen. Alleen weten weinigen wat zo’n bedrijfspensioen inhoudt. Verzekeringsmakelaar ADD beantwoordt de belangrijkste vragen.

‘Eigenlijk is het vreemd’, verzucht Paul Marck, commercieel en technisch directeur bij ADD. ‘Wie een wagen koopt en een omniumverzekering neemt, wil weten of er een vrijstelling in zijn omnium zit, hoe het zit met de waarborg diefstal, wat de opties zijn en hoeveel alles precies kost. Dan gaat het over de verzekering van een auto. Maar wanneer het gaat over de verzekering van heel het pensioengebeuren, van alles wat er kan misgaan in het leven en waarvan de financiële impact op het gezin werkelijk énorm is, dan stellen mensen zich blijkbaar geen vragen.’ Wat houdt een groepsverzekering via de werkgever precies in?

Met behulp van hun werkgever kunnen werknemers tijdens hun loopbaan een aanvullend pensioen opbouwen. Wanneer je met pensioen gaat, krijg je het bijeengespaarde kapitaal uitbetaald. De zogenaamde groepsverzekering voorziet meestal niet alleen in een pensioen maar ook in een overlijdensverzekering. Mocht je overlijden voordat je de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, dan ontvangen je naaste familieleden een uitkering. Daarnaast kan de groepsverzekering voordelen bevatten als een hospitalisatieverzekering, een uitkering bij arbeidsongeschiktheid of een verzekering tegen inkomensverlies door ziekte of ongeval. De verzekering verschilt van onderneming tot onderneming.

Een reden te meer om jezelf goed te informeren over de groepsverzekering die jouw werkgever aanbiedt, stelt Jo Haerinck, specialist employee benefits bij ADD. ‘Door de vele berichten in de media beseffen steeds meer mensen dat het wettelijk pensioen wellicht niet zal volstaan om nog maar een beetje van je vroegere levensstijl te behouden. De aanvullende waarborgen van de werkgever worden dus almaar belangrijker.’

Waar moet je op letten wanneer je een groepsverzekering krijgt aangeboden?

Jo Haerinck: Je moet nagaan wie de premies betaalt. Soms betaalt de onderneming de premies volledig, soms betalen zowel de onderneming als de werknemer. Meestal betaalt de werkgever ongeveer twee derde van de premie, en de werknemer één derde. Er gaat in dat geval dus een stuk van je loon af om de groepsverzekering te bekostigen. Dat gebeurt wel op een fiscaal vriendelijke manier: wanneer je op pensioen gaat, wordt dat kapitaal veel minder belast dan wanneer je het nu zou uitgekeerd krijgen als loon.

Daarnaast moet je letten op de flexibiliteit van de groepsverzekering. Hoeveel kan je zelf bepalen? Bij klassieke verzekeringen bepaalt de werkgever wat hij precies geeft. Meestal is dat een stukje pensioen, een stukje overlijden en een stukje invaliditeit. Steeds meer werkgevers kiezen echter voor een budgetsysteem waarbij je als werknemer zelf kan bepalen waar je het meeste aandacht voor hebt. Iemand die 45 is, zal meer in zijn pensioen willen steken dan in zijn overlijdensdekking. Een jonge kerel met een gezin en een nieuw huis, zal misschien meer naar zijn overlijdensdekking kijken.

Wat is het verschil tussen een pensioenverzekering en een pensioenfonds?

Haerinck: De werkgever doet de werknemer een bepaalde toezegging. Die toezegging kan je beveiligen in een verzekering of in een OFP, zeg maar een pensioenfonds. De manier van beleggen is totaal verschillend. Bij verzekeraars is het rendement dat je gaat krijgen over het algemeen minder hoog. Een verzekeraar investeert meer in veilige beleggingen en weinig in aandelen. Een pensioenfonds heeft meer vrijheid om risico’s te nemen en te streven naar maximale rendabilisering. Pensioenfondsen hebben in goede beurstijden rendementen gehaald van meer dan tien procent. In slechte tijden zakt dat uiteraard flink.

In Nederland leidt dat systeem de laatste tijd tot grote problemen. Als je in tijden van crisis grote sommen geld moet uitkeren omdat er een hele generatie op pensioen gaat, dan heb je onvoldoende tijd om je verliezen goed te maken. De mensen krijgen dus een veel lager pensioen uitgekeerd dan ze hadden verwacht.

Hoe zit dat bij ons? Hoe veilig is pensioensparen?

Haerinck: Het is belangrijk om te weten dat een ‘run on the insurer’ niet bestaat, in tegenstelling tot een ‘run on the bank’. Wanneer 12 procent van de mensen zijn centen van de bank haalt, heeft de andere 88 procent een probleem. Bij een pensioenverzekering of een OFP kan dat niet gebeuren, om de eenvoudige reden dat men precies weet wanneer dat bedrag uitgekeerd moet worden. Het is in België namelijk verboden om je pensioen op te vragen voor je zestigste. De persoon die jouw centen belegt, kan dus rustig achteroverleunen en beleggen op lange termijn. De situatie is minder volatiel dan bij een bank.

Bovendien is het in de eerste plaats de werkgever die een pensioenbelofte doet. De wet verplicht de werkgever om op die belofte nog eens 3,25 procent interest te beloven. De werkgever zal dat momenteel niet echt voelen, omdat de interestvoet die de verzekeraar belooft aan de werkgever vandaag ook 3,25 procent bedraagt. Maar het is best mogelijk dat die interestvoet morgen zakt naar 2,5 procent. In dat geval moet de werkgever bijstorten. Wanneer een OFP te weinig resultaat boekt omdat de assets zwaar devalueren, dan moet de werkgever ook bijstorten. Dat is vorig jaar gebeurd. In bepaalde sectoren moesten de deelnemende werkgevers wat bijstorten, omdat er een tekort was. Bij verzekeringen zijn die bijstortingen over het algemeen wel beperkter dan bij een pensioenfonds.

Wat gebeurt er met je pensioenplan wanneer je van werkgever verandert?

Haerinck: In dat geval wordt de opbouw van je aanvullend pensioen stopgezet. Met de opgebouwde reserves kan je verschillende dingen doen. Je kan alles laten zoals het is: de reserves blijven dan bij de verzekeraar van je vorige werkgever staan tot wanneer je met pensioen gaat. Daarnaast kan je de reserves ook overdragen naar een ‘onthaalstructuur’ bij de verzekeraar van je vorige werkgever, of - indien je nieuwe werkgever ook een pensioenplan aanbiedt - naar de onthaalstructuur bij de verzekeraar van je nieuwe werkgever.

Die onthaalstructuur moet je zien als een soort parking of transitzone. Je valt er niet onder de regels van het pensioenplan van de werkgever. Als die iets verandert aan zijn pensioenplan, dan zijn die veranderingen dus niet op jou van toepassing. Stel dat de eindleeftijd wordt opgetrokken van 60 naar 65 en je zit nog in het plan van je vorige werkgever, dan kan je je geld dus pas ophalen wanneer je 65 bent. Wie in de onthaalstructuur zit, kan al op zijn zestigste aan het geld.

Het gewaarborgd rendement in de onthaalstructuur kan wel minder interessant zijn dan wanneer je de reserves gewoon in het pensioenplan van je vroegere werkgever laat staan. Op sommige oude pensioenplannen zit nog een interestgarantie van 4,75 procent. Neem je dat geld mee, dan ben je die garantie kwijt. De verzekeraar in kwestie zal je heus niet zeggen dat je dat niet moet doen: die zal blij zijn dat je je reserves komt opvragen om ze over te dragen.

Persoonlijk ben ik niet zo wild van die onthaalstructuren. De meeste verzekeraars maken trouwens een aparte fiche op wanneer je je geld meeneemt, dus papieren spaar je er ook niet mee uit. Als je daarna nog eens van werkgever verandert, moet je er trouwens aan denken om twee potjes mee te nemen. En sectorpensioenen zijn sowieso niet overdraagbaar. Mijn praktisch advies: organiseer je zaken een beetje. Neem een mapje, steek daar alles in en geef er een woordje uitleg over aan je partner of een vertrouwenspersoon: als er iets met mij gebeurt, moet je dit opendoen en daarheen bellen.

Wanneer ze op pensioen gaan, vragen de meeste meeste mensen hun geld op als kapitaal. Waarom zou je ervoor kiezen het geld te laten uitkeren als maandelijkse rente?

Haerinck: Er is eigenlijk maar één goede reden om dat bedrag niet als kapitaal op te vragen, namelijk wanneer je alleenstaand bent en geen kinderen hebt. Stel dat je in één keer 100.000 euro krijgt, dan moet je daar voor de rest van je dagen mee leven. Word je 100 jaar, dan kan je in de problemen komen. Zeker wanneer je er alleen voor staat. Je kan dus zeggen: de verzekeraar mag die 100.000 euro houden, maar hij moet me blijven betalen tot wanneer ik sterf. Val ik morgen dood, dan heb ik pech. Word ik 100 jaar, dan blijf ik maandelijks een vergoeding ontvangen, ook al is die 100.000 euro al lang op.

Er zijn trouwens heel wat landen waar men het aanvullend pensioen niet mag uitkeren als kapitaal. België is op dat vlak bijna een uitzondering. Ook hier gaan er stemmen op die zeggen dat het verboden zou moeten zijn. Wanneer mensen plots over zo’n kapitaal beschikken, is de verleiding groot om bijvoorbeeld een deel af te staan aan de kinderen die een huis willen kopen. Dat kan gevaarlijk zijn, want als je lang blijft leven, dan is je aanvullend pensioen wel verdwenen. Dat risico heb je natuurlijk niet bij een maandelijkse rente.

Over ADD

De onafhankelijke risicobeheerder ADD is een van de vijf belangrijkste verzekeringsmakelaars in België. In samenwerking met nationale en internationale verzekeraars ontwikkelt het bedrijf - onderdeel van de KBC Groep - algemene en gespecialiseerde verzekeringsoplossingen op maat. In de twee regionale bedrijfszetels van ADD in Heverlee en Merelbeke werken in totaal 110 mensen.

(mo) – Foto: (bd) 

Meer info over Bedrijfspensioen

02/03/2012