Kunstenaar Koen Vanmechelen: 'Mijn eerste assistent heb ik uit zijn lijden moeten verlossen'

Koen Vanmechelen
"Als je zegt dat je voor een kunstenaar werkt, denken veel mensen: die heeft zich een luilekker jobke gevonden" (Stoffel Hias, logistiek toeverlaat)

Een blik in de interne keuken van kunstenaar Koen Vanmechelen (45), bekend van de Cosmogolem en het Cosmopolitan Chicken Project. Een babbel met Vanmechelens naaste medewerkers, tijdens een pauze tussen de Biënnale van Venetië, Los Angeles, Ghuanzou en Leipzig. ‘Wij doen meer dan enkel kippen voeren!’

Bij het grote publiek is Koen Vanmechelen vooral bekend door de Cosmogolem, de houten reus die dezer dagen ook door Ketnet wordt opgepikt. Een andere hoofdbrok van Vanmechelens werk is het Cosmpolitan Chicken Project, een ‘work in progress’ waarbij Vanmechelen door het kruisen van kippenrassen uit de hele wereld wil uitkomen bij een ‘kosmopolitische’ kip, met diversiteit als sleutelwoord. Zijn nieuwe Hasseltse hoofdkwartier moet op termijn zelfs uitgroeien tot een ‘open university of diversity’.

Om maar te zeggen dat Vanmechelen allesbehalve een doorsnee werkgever is. We treffen Goele, Stoffel en Koen in Vanmechelens Hasseltse hoofdkwartier. De kunstenaar heeft al jaren een atelier en bureau op de bovenverdieping van het pand, maar kon onlangs het volledige gebouw – een voormalig architectenbureau – overnemen. Maar liefst 3.000 vierkante meter speelruimte hebben Vanmechelen en zijn team nu ter beschikking. De ruimte is al gedeeltelijk ingericht met Koens kunstwerken. Toekomstplannen zijn er genoeg: een expositieruimte, een archief, een groot schildersatelier, een aparte werkruimte voor een taxidermist en een archief voor de 5.000 werken die Vanmechelen nu noodgedwongen thuis stockeert. ‘Je weet hoe dat gaat,’ zegt de kunstenaar. ‘Je begint met één tekening, en nog een, en nog een. Voor je het weet is het een hele stapel. En dan moet je op zoek naar een plaats om al dat werk op te slaan en vooral intact te houden.’

Applaus

De vorige eigenaars, een architectenbureau, hebben zelfs een bar geïnstalleerd. Voor we daar aanschuiven voor een gesprek, werkt Goele een gesprek af met een gepensioneerde Hasselaar die graag een rondleiding zou organiseren in het atelier. Het is niet de eerste keer dat de man poolshoogte komt nemen; hij heeft moeite met het idee dat Vanmechelen waarschijnlijk er pas in december tijd voor zal hebben.

‘Brave man, hoor, maar hij dringt ààn! Vroeger zou ik dergelijke beslommeringen zelf moeten afhandelen. Dankzij Goele kan ik tenminste af en toe zeggen: ‘Laat mij gerust!’ En hoef ik niet meer zelf tot het holst van de nacht mails zitten beantwoorden,’ zegt Vanmechelen. ‘Het heeft nochtans lang geduurd vooraleer ik werk wilde delegeren. Alles deed ik zelf, tot het lassen van stellages voor mijn installaties toe. Tot iemand me vertelde dat ik nooit applaus zou krijgen voor die stellages.’ (lacht)

Enter Stoffel Hias (36), intussen drie jaar Vanmechelens toeverlaat voor het logistieke werk. Hij heeft er net een maand Venetië opzitten, waar hij de opbouw superviseerde van Koens tentoonstelling op de Biënnale, een onderneming waar algauw een dertigtal medewerkers bij betrokken zijn. Geen plezierreis, werken in een omgeving waar elk transport per boot moet gebeuren.

Goele, die zich over de communicatie en de agenda buigt, liep stage bij Vanmechelen tijdens haar opleiding cultuurmanagement en werd nadien door Koen aangenomen: ‘Ik vind het vooral leuk dat je interessante en gepassioneerde mensen over de vloer krijgt. Dat maakt de job heel gevarieerd. Er valt steeds iets te beleven of te ontdekken. Een echte kunstopleiding heb ik niet gehad. Maar ik zag mezelf sowieso nooit in een multinational terechtkomen.’

Koen: ‘Dit is er anders wel eentje.’ (lacht)

Het atelier van kunstenaar Koen Vanmechelen

Jobke

Het meest opvallende element van Vanmechelens werk is de kip, het kosmopolitische pluimdier waarmee hij intussen meer dan een decennium experimenteert. En dus krijgen Goele en Stoffel vaak vragen over kippen. ‘Dan willen mensen van me weten hoe lang zo’n ei uitgebroed moet worden’, lacht Goele. ‘Sorry hoor, dat weet ik niet!’

‘Hier is het alle dagen business as unusual,’ zegt Vanmechelen. Dat ondervindt Goele aan den lijve wanneer een van Koens levende kunstwerken langs de douane moet passeren. ‘Je moet op een formulier aankruisen waarom je die kip over de grens wil krijgen. Een vakje voor ‘kunst’ staat natuurlijk niet tussen de mogelijkheden. Dan begint de pret!’

Stoffel kan ervan meespreken. ‘Als je zegt dat je voor een kunstenaar werkt, denken veel mensen: ‘Die heeft zich een luilekker jobke gevonden’. Alsof ik niets anders doe dan penselen uitwassen en Koen af en toe een kopje koffie brengen. Als je voor Koen werkt, heb je sowieso de strafste verhalen te vertellen op café. Wie kan zeggen dat hij voor zijn werk emoes moet vangen, glijdend door de modder? Tot zover de glamour van het artiestenleven!’

Maar het kan ook ernstiger. Zoals enkele jaren geleden, bij de doortocht van het Cosmopolitan Chicken Project in Dakar. ‘We hadden een installatie gebouwd met zevenduizend echte eieren, die de lokale bewoners ons zelf waren komen brengen. Toen de tentoonstelling afliep, wilden we die alle zevenduizend bakken voor de mensen. Alleen: we hadden niet genoeg kookplaten om op die schaal aan het bakken te slaan. Dus wilden we de eieren gewoon uitdelen. Dat hadden we beter niet gedaan: meteen ontstond er een stormloop, kinderen werden onder de voet gelopen, dezelfde kinderen die ons de eieren braaf gebracht hadden en er een hele dag van af waren gebleven. Zelfs de brandweer, die we hadden opgetrommeld om tussenbeide te komen, wilde eieren hebben. Gelukkig zijn er geen slachtoffers gevallen. Een beetje traumatiserend is het wel. Maar eenmaal thuis kan Koen het gebeuren wel weer verwerken in een nieuw kunstwerk.’

Geen dictatuur

Al is Vanmechelen allesbehalve een typische ceo, hij staat intussen wel aan het hoofd van een heuse bvba. Ook voor hem is het wennen. ‘Ik ben een baas van het nieuwe systeem. Ik wil geen dictatuur vestigen, zoals elders. Alle medewerkers hebben hun eigen, unieke persoonlijkheid en terreinkennis. Ik kan niet anders dan daar rekening mee houden.’

Goele: ‘Bij veel mensen leeft het beeld door van de eenzame kunstenaar, alleen in zijn atelier. Ongetwijfeld werken veel artiesten nog op die manier, misschien wel noodgedwongen. Maar hier is dat dus niet het geval.’

Goele probeert enkele dagen per week vrij te laten, zodat Koen dan ongestoord aan zijn oeuvre kan werken. Maar evident is dat niet. ‘Bij de voorbereiding van de Biënnale zijn een dertigtal mensen betrokken. Hier in België doe ik beroep op een schrijnwerker, een fotograaf, tekstschrijvers voor het magazine The Accident …

‘Het is niet evident om die hele onderneming te financieren,’ geeft Vanmechelen toe. ‘Mensen denken dat ik een mecenas heb die het allemaal voorschiet. Soms vragen jonge kunstenaars me vlakaf ‘of ik hen niet aan een mecenas kan helpen’. Maar zo werkt het niet; die mensen komen pas over de brug wanneer jij als kunstenaar werk kunt aanbieden waar zij borg voor willen staan. Als Mecenas al bestaat, is hij alleszins geen financier van sukkelaars.’

Verlost

Vanmechelen heeft dan ook geen moeite om toe te geven dat hij best veeleisend is voor zijn medewerkers. ‘We zijn een klein team, een beetje zoals in de keuken van een restaurant – je moet weten dat ik dertien jaar lang als kok aan de kost ben gekomen. Dat betekent ook dat iedereen samen werkt aan één eindresultaat. En dat iedereen zich honderd procent moet inzetten. Als er eentje pijn aan zijn goesting heeft, komen we allemaal in de problemen.’

Wie niet meekan, valt af. ‘Zoals mijn eerste assistent, Stoffels voorganger. Die heb ik uit zijn lijden moeten verlossen na een halfjaar. Zijn ambitie zat hem in de weg.’

Stoffel zelf lijkt het naar zijn zin te hebben in Vanmechelens atelier. ‘Het tempo was wel aanpassen. Ik was het niet gewend om samen te werken met iemand die zo gepassioneerd is door zijn werk. Maar intussen merk ik dat ik ook voor mezelf productiever geworden ben.’

Goele beaamt: ‘Je voelt wel dat Koen ons soms wil testen, een kruimeltje laten vallen en dan zien in hoeverre we het oppikken. Ik vind dat een toffe manier om met je werk om te gaan. Het is méér dan zomaar taken uitvoeren. In een ander bedrijf zit je in een afgelijnde structuur en is je pad van junior blablabla tot senior huppeldepup als het ware al uitgestippeld. Hier groei je mee met een organisch geheel.’

Om maar te zeggen dat je stevig in je schoenen moet staan om dit werk aan te kunnen. Toch spreekt Koen met duidelijke waardering voor het werk van zijn kompanen. ‘Ze zullen me nooit zeggen dat iets onmogelijk is; altijd zullen we zoeken naar een oplossing, naar middelen om een project rond te krijgen. Ik weet het wel zeker: als Goele en Stoffel me van vandaag op morgen in de steek zouden laten, zit ik diep in de puree.’

(ml) – Foto's: (kb)

08/07/2011

  • 08 juli 2011