Achter de schermen van het Centre for User Experience Research (KU Leuven)

Dirk De Grooff (KUL)
"Humane wetenschappen en technologie vinden mekaar op steeds meer vlakken. Dat was een paar jaar geleden nog lang niet zo." (Dirk De Grooff, directeur CUO)

Geeks die discussiëren over het ideale multi-touchscreen, maar ook sociaal bewuste onderzoekers die bekijken hoe je ICT-applicaties gebruiksvriendelijk maakt voor schoolkinderen of mensen met dementie. Het Centre for User Experience Research (CUO) van de KU Leuven pompt een fikse dosis psychologie in uw en onze computer.

Een kwarteeuw geleden richtte Dirk De Grooff, directeur van het CUO, zijn Mediacentrum op aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven. Studenten communicatiewetenschappen maakten er kennis met technologie als Videotex - google maar eens op. We evolueerden dan naar een onderzoeksgroep rond gebruiksvriendelijke interfaces binnen de koepel iMinds, een onafhankelijke onderzoeksinstelling die in opdracht van de Vlaamse overheid ICT-innovatie stimuleert.

Onderzoeksmanager David Geerts: ‘Wij bestuderen de usability - is iets eenvoudig in gebruik? - en de user experience, die veel ruimer is. Past de toepassing in de leefwereld van de gebruiker? Ziet het er leuk uit? Is het sociaal? Ik zag pas een gloednieuwe Microsoft Surface-tafel met daarop een elektronisch tuinboek van driehonderd pagina's. Je kon het via het touchscreen doorbladeren. Alleen: op die interface moest je, om de laatste pagina te bereiken, doorheen alle voorgaande pagina's. Dan is je user experience natuurlijk om zeep. Of denk aan de vastlopende stemcomputers tijdens de jongste gemeenteraadsverkiezingen: dat lag niet aan menselijke fouten, maar aan een slecht ontworpen interface. Volgens de audit waren er wel achthonderd tests uitgevoerd! Maar die waren enkel technisch, het waren geen gebruikerstests. Door zo'n foute ervaring raken mensen in de war en beginnen ze ICT te haten. Dat is niet de bedoeling.’

Hier hangt dus ergens een gigantische foto van Steve Jobs?

Geerts: ‘Apple is een referentie in user experience, maar er zijn veel goede interaction- of user experience designers. De rode draad: vertrek vanuit de gebruiker van de toepassing en zet die altijd centraal. Dat kan een gebruiker zijn van een ziekenhuis, een kleuterklas, een bibliotheek, een bezoeker van de zoo. wij zien het plaatje veel ruimer dan louter commerciële toepassingen. Wij vragen mensen niet wat ze willen. We ontwikkelen processen rond samen testen en ontwikkelen om tot participatory design te komen. Tot een aangenamere gebruikerservaring kom je het beste samen met de mensen voor wie je ze ontwikkelt.’

Jullie voeren geen onderzoek uit op bestelling?

De Grooff: ‘Toch wel. Meestal gaat dat via iMinds, in een consortium met verschillende onderzoeksgroepen en de bedrijven die de technologie creëren. Heel wat technische groepen dienen projecten in met een user experience-onderdeel.’

Geerts: ‘Wat we niét zozeer doen, is websites gebruiksvriendelijker maken of mobiele applicaties of software voor bedrijven ontwikkelen. Tenzij het gaat om iets innovatiefs dat commercieel (nog) niet interessant is. Wij innoveren vooral op methodes en interactietechnieken, los van concurrentiedoeleinden.’

Maar maatschappelijk belangrijk kan ook commercieel interessant zijn?

Geerts: ‘Met A Touch of Memory ontwikkelen we een applicatie voor mensen met dementie. Die communiceren vaak nog maar moeizaam. Onze toepassing is gericht op maaltijdmomenten en maakt het zorgverleners mogelijk om beter te begrijpen wat mensen met dementie graag eten, hoe ze hen een aangename maaltijdervaring kunnen bezorgen. Commercieel interessant, want sommige bedrijven en zorginstellingen stappen daarin mee. Zo wint een onderzoek nog aan maatschappelijk belang.’

De Grooff: ‘Een mooi project is ALADIN, voor mensen met een degressieve spierziekte. Wij onderzoeken of ze via spraak bepaalde applicaties kunnen besturen, de TV aanzetten.’

Geerts: ‘We werken ook rond kinderen met MS en hersenschade die therapiesessies moeten volgen. Samen met de ingenieurs van GroepT ontwikkelden we games voor die sessies. Met Larian Studios, één van de grootste spelontwikkelaars in België, bekijken we hoe games op school gebruikt kunnen worden. Wij focussen dan vooral op de interface, niet op het pedagogische of het technische aspect. De spelconcepten ontwerpen we samen met de leerlingen in co-designsessies. In ons lab evalueren we dan alles in een gecontroleerde onderzoeksomgeving. We voeren ook vaak tests uit in de reële omgeving, maar labstudies - we hebben ook een mobiel lab - zijn nuttig om iets specifieks te weten te komen en voor onze publicaties.’

Jullie verbeteren de user experience van het leven zelf, zeg maar.

Geerts: ‘Ubiquitous computing - alomtegenwoordige technologie - komt eraan. Technologie wordt ingebed in kleding, er worden tags onderaan je koffiekop geplaatst zodat een computer kan detecteren of hij leeg is ... De gebruikstoepassingen en de inbedding in de leefwereld van de gebruiker onderzoeken wij dan. Is iets eenvoudig in gebruik? Hebben we er behoefte aan?’

Is dat niet wat je je kunt afvragen over zo'n elektronische koffiekop? Je creëert een behoefte waar niemand op zit te wachten.

Geerts: ‘Behoeften creëren vind ik niet per se negatief. Kijk maar naar een tablet: vroeger zou je te horen gekregen hebben dat mensen dat niet nodig hebben. Of gsm: mensen konden zich niet voorstellen dat ze altijd bereikbaar wilden zijn. Daarom vragen wij mensen ook niet wat ze willen. Wij observeren hun leefwereld en concluderen of het een product is dat erin zou kunnen passen, wat ze zinvol zouden kunnen gebruiken.’

Op die manier dichten jullie mee de digitale kloof?

De Grooff: ‘De digitale kloof heeft alles te maken met een gebrek aan gebruiksvriendelijkheid. Dat betekent ook dat een toepassing er mooi moet uitzien. Onze zustergroep Social Spaces doet puur aan designonderzoek, waarmee we elkaar perfect aanvullen. Samen zijn we met dertig onderzoekers, zeg maar. Wij hebben ook designers in huis, maar bij hen is die focus nog sterker.’

Geerts: ‘Waarin veel van wij wat doen samenkomt, is MIWIP: Multi-touch Multi-user Interactive Wireless Information Panel. In samenwerking met de Zoo van Antwerpen en KaHo Sint-Lieven werd een groot multitouch-scherm opgezet aan het mensapenpaviljoen. De informatie en het game erop trokken sterker de aandacht dan de gewone infopanelen, die meestal maar weinig gelezen worden. Het scherm kan je met twee of drie tegelijk bedienen. Ook voor reclame- en marketingdoeleinden schept zoiets heel wat mogelijkheden.’

Veel interface-innovatie komt uit de VS, bijvoorbeeld uit het MIT Media Lab.’

De Grooff: ‘De Belgische topwetenschapster Pattie Maes geeft er les. Een autoriteit op het vlak van kunstmatige intelligentie en fluid interfaces.’

Geerts: ‘Ze gaf een TED-talk over The Sixth Sense, een futuristische interface. Op basis van een halssnoer met een microprojector maak je gebaren waarmee je dan bijvoorbeeld een foto neemt “met je handen”. Het zou de stap na de smartphone kunnen worden.’

De Grooff: ‘Het MIT groepeert alle niches, maar via iMinds en onze Europese samenwerkingsverbanden doen wij dat ook.’

Geerts: ‘De funding van het MIT gebeurt door bedrijven die daar niets concreets tegenover stellen. Als je zo vrij kunt experimenteren, dan komen daar fantastische dingen uit voort, die bijvoorbeeld in de sciencefictionfilm Minority Report werden gebruikt. Wij krijgen onze middelen voor concrete doelen. Nu, we amuseren ons daar ook mee, hoor. En via iMinds dienen we ook ICON-projecten in, toegepaste projecten die we soms zelf voorstellen. Bedrijven stappen ook vaak naar ons toe met vragen, daar is dan budget voor via het IWT.’

Wat moet je zijn om in het CUO onderzoek te verrichten: fan van Kraftwerk?

Geerts: ‘Je vindt hier afgestudeerden in communicatie, psychologie, filosofie, productontwikkeling, design, informatica en psychologie. Antropologen zouden we ook best kunnen gebruiken. Je hebt goede people skills nodig, een groot analytisch vermogen ook. Kunstzinnig en creatief zijn is een plus. En goed en graag onderzoek kunnen verrichten.’

De Grooff: ‘Je moet accuraat wetenschappelijke artikels in het Engels kunnen schrijven. Dat is vaak een probleem. Een masterdiploma maakt nog geen goede wetenschapper.’

Geerts: ‘Affiniteit met ICT en design. Programmeren hoeft niet, hoewel we mensen hebben die het kunnen.’

Is doctoreren een voorwaarde?

De Grooff: ‘Nee, we betalen onze mensen zelf uit funding. Dat loopt prima, maar het gaat voor 80 procent over toegepaste projecten. Fundamenteel onderzoek is maar een klein onderdeel. De gemiddelde duur van onze trajecten is twee jaar: te kort voor een doctoraat.’

Geerts: ‘Een drietal mensen zijn wel bezig met een doctoraat op basis van strategisch basisonderzoek. Dat wordt gefinancierd door iMinds en het IWT.’

Hoe zien jullie het onderzoekcentrum verder evolueren? Dit is bij uitstek een innovatiedomein waar de Vlaamse overheid sterk op inzet.

De Grooff: ‘We willen vooral goed onderzoek blijven uitvoeren. Onze methodologieën verbeteren.’

Geerts: ‘De meeste onderzoekers blijven twee tot vier jaar en stappen dan over naar het bedrijfsleven. Omgekeerd gebeurt ook: user experience experts die hier onderzoek komen verrichten. “Onze” filosoof is zo iemand. Misschien kunnen we ooit spin-offs, bedrijfjes, oprichten rond onze methodologie. Er is al een bedrijf, u-sentric, waar enkele ex-onderzoekers van ons werken aan commerciële projecten voor topbedrijven uit alle sectoren. We organiseren ook een avondopleiding, Human Centered Design, voor het bedrijfsleven. Je krijgt daar vakken als analyse van gebruikersgedrag, een goede interface ontwerpen, cognitieve psychologie achter user experience. We willen onze kennis overdragen. Studenten communicatiewetenschap geven we de vakken human computer interaction en usability design.’

De Grooff: ‘Daar komen ook ingenieurs op af. Die zie je dan samen met de communicatiewetenschappers aan projecten werken. Humane wetenschappen en technologie vinden mekaar op steeds meer vlakken. Dat was een paar jaar geleden nog lang niet zo.’

(wdh) / Foto: (bd) 

23/11/2012

  • 23 november 2012