Uitgebreid zoeken
Zoeken op combinatie van trefwoorden?
Toon zoeken

Kiezen we voor wind- of zonne-energie?

wind- vs. zonne-energie
“We moeten kiezen voor Europese efficiëntie, in plaats van in eigen land dure projecten op te zetten” (Johan Albrecht, milieu-econoom)

Jarenlang promootte de Vlaamse overheid zonne-energie als dé hernieuwbare energie. Onlangs liet Vlaams minister Freya van den Bossche horen dat windenergie een beter alternatief is. Moeten we nu allemaal een windturbine op ons dak plaatsen of is het toch niet zo simpel?

De installateurs van zonnepanelen kunnen de vraag nauwelijks bijhouden. Op 1 juli verandert de steunregeling voor fotovoltaïsche panelen. Wie er voor die datum nog in slaagt om zonnepanelen te laten installeren en in gebruik te nemen, ontvangt gedurende twintig jaar 330 euro per 1.000 kWh opgewekte stroom.

Dat is al een pak minder dan in de beginjaren van de groenestroomcertificaten. Toen kreeg je nog 450 euro of meer voor evenveel stroom, maar de aanschafprijs van zonnepanelen lag dan ook hoger. In de komende jaren wordt de groenestroomsubsidie voor PV-panelen stelselmatig verder afgebouwd. Voor installaties geplaatst na 1 juli krijg je nog 300 euro per 1.000 kWh groene stroom. De komende jaren verlaagt het subsidiebedrag verder en voor installaties vanaf 2016 geldt de subsidie slechts voor 15 jaar.

Verkeerde voorstelling

Het lijkt dat de gouden jaren van zonnestroomproductie in Vlaanderen voorbij zijn, maar dat is slechts - excusez le mot - schijn. Het doet er zelfs niet echt toe of je voor of na juli zonnepanelen laat installeren. Wie het kan betalen (of een groene lening aangaat) en een dak heeft met een gunstige oriëntatie, doet er nog altijd goed aan zonnepanelen te laten installeren. Dankzij de belastingvermindering en de gegarandeerde vergoeding uit groenestroomcertificaten is het een veilige investering met een return van 10 procent per jaar, en dat twintig jaar lang, terwijl de zonnepanelen op acht à tien jaar zijn terugbetaald. Of dat ook een goede zaak is voor de staatskas, voor de lagere inkomens en voor de toekomst van groene stroom in Vlaanderen, daarover later meer.

De keuze tussen zonne- en windenergie is een verkeerde voorstelling van zaken, hoor je overal in de sector. ‘Als we de Europese doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie in België tegen 2030 willen halen, zullen we alle technieken nodig hebben’, zegt Jo Neyens van BelIPV, de sectorfederatie voor fotovoltaïsche zonne-energie.

‘Uit een studie van het Internationaal Energieagentschap blijkt dat het technisch potentieel voor zonne-energie in Vlaanderen 30 procent van de stroombehoefte bedraagt. Dat is de bovengrens, ervan uitgaande dat we alle geschikte dakoppervlakte met zonnepanelen zouden bedekken. Ook het potentieel van windenergie is bijzonder groot, gesteld dat het stroomnet wordt gemoderniseerd om de wisselende aanvoer van energie op te vangen. Bij het netbeheer in een slim net kan je de wisselende productie op het wisselende verbruik afstemmen. We moeten nu beginnen met de modernisering van het net, iets dat behalve kosten ook veel baten zal meebrengen.’

Thermische energie

Ook met de nieuwe subsidieregeling blijft zonne-energie voor particulieren een goede investering, stelt Neyens, maar voor bedrijven met zonneparken vanaf 250 kWp (killowattpiek) wordt investeren in zonne-energie na 2012 niet langer interessant. ‘Dat vinden we jammer voor energie-intensieve bedrijven die moeilijk op een andere manier hun eigen groene stroom kunnen opwekken. Een windturbine plaatsen is veel moeilijker vanwege de ruimtelijke ordening.’

We vergeten wel eens dat je met zonnekracht niet alleen elektriciteit kan genereren, maar ook thermische energie via een zonneboiler, die goedkoop warm water voor sanitair en cv produceert. ‘Ik heb zelf zowel een zonneboiler als fotovoltaïsche zonnepanelen op mijn dak liggen’, zegt Jo Neyens. ‘Een zonneboiler haalt 400 kWh warmte per jaar uit een vierkante meter: dat is dus ook een bijzonder efficiënte en relatief goedkope investering.’

Size does matter

Volgens Christa Schaut van de Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA) bedraagt het potentieel voor de installatie van windenergie in Vlaanderen 1.500 MW in totaal. Windenergie is het meest efficiënt als ze door grote turbines wordt opgewekt. Vooral de hoogte van de turbine speelt daarbij een rol: hoe hoger de turbine, hoe meer wind ze vangt. ‘Een windturbine op honderd meter hoogte is veel efficiënter dan een van tachtig. Twintig meter maakt een essentieel verschil. Kleine turbines zijn vooral geschikt op open vlaktes, zoals bij boerderijen en op bedrijventerreinen’, zegt Christa Schaut.

1.500 MW opwekken via windenergie staat gelijk aan gemiddeld twee grote windturbines per Vlaamse gemeente. ‘Maar het is zeker niet onze bedoeling om overal windturbines neer te poten’, luidt het bij Christa Schaut. ‘We zouden eerder opteren voor grote windturbineparken in zeehavengebieden zoals de havens van Antwerpen en Zeebrugge.’

Vlaams beleid verslindt geld

Als particulier investeren in een windturbine is voor de meesten te duur en te onpraktisch, maar een coöperatieve vennootschap als Wase Wind brengt windenergie binnen ieders bereik (gesteld dat je in de omgeving van het Waasland woont).

‘Met een inleg van 255 euro ben je al coöperant. De stroom wordt lokaal geproduceerd en verdeeld. Vijf windturbines produceren voldoende elektriciteit om de helft van het gezinsverbruik van drie gemeentes te dekken’, zegt Kris Aper, voorzitter van Wase Wind. En dankzij de aansluiting van de coöperatieve bij een evenwichtsverantwoordelijke komt er altijd stroom uit de stopcontacten, ook als het niet waait.

Professor Johan Albrecht is hoofd van het centrum milieu-economie en milieumanagement van de UGent en staflid van het Itinera Instituut. Hij heeft serieuze bedenkingen bij het geldverslindende Vlaamse beleid rond hernieuwbare energie. ‘Het produceren van 1 MWh zonne-energie kost 350 euro. 1 MWh stroom uit een conventionele centrale kost maximaal 60 euro. De waarde van 1 MWh op de dagmarkt van de stroom ligt rond de 50 euro. Als je voor zonnepanelen opteert, kies je dus voor een technologie waarvan de kostprijs ongeveer zeven keer hoger uitvalt dan de marktprijs. Ik vind het aanvaardbaar dat de overheid een nichemarkt creëert van dure zonne-energie, maar die moet in omvang beperkt zijn. Anders loopt de kost voor de stroomverbruikers en de belastingbetalers te hoog op. De overheid moet ook opvolgen hoe de technologie evolueert: waarschijnlijk is zonne-energie over tien jaar zonder subsidies leefbaar.’

Kiezen voor duurste oplossing

Is de keuze voor windenergie dan beter? De milieu-econoom heeft een aantal bedenkingen. ‘Ook voor de windparken op zee is ons land erin geslaagd voor de duurste oplossing te kiezen,’ stelt Albrecht. ‘Door de windturbines zeer ver in zee te bouwen, voornamelijk uit angst dat zichtbare turbines de waarde van het vastgoed aan de kust zouden doen dalen. Hoe verder in zee, hoe duurder het onderhoud en hoe duurder het transport van de stroom. Op zee geproduceerde stroom kost 130 euro per MWh, op land geproduceerde windenergie 75 euro per MWh. Nu ben ik niet tegen het ontwikkelen van vernieuwende technologie: de knowhow die we opdoen door zo ver in zee te bouwen, zullen we ook elders in de wereld kunnen verzilveren. Maar de relatief dure stroom wordt doorgerekend aan de consument en aan de industriële grootverbruikers. Wees maar zeker dat energie-intensieve bedrijven uit bijvoorbeeld de chemiesector uitkijken naar alternatieve locaties, vooral als de stroom in onze buurlanden minder duur blijft.’

Johan Albrecht beschouwt het als een gemiste kans dat ons land vooral subsidies geeft voor de bestaande technologie van zonnepanelen, in plaats van dat geld te investeren in onderzoek naar innovatieve technologieën. ‘De subsidies komen nu vooral ten goede aan projectontwikkelaars en particulieren uit de hogere inkomensgroepen, terwijl Jan met de Pet het gelag betaalt. Hernieuwbare energie krijgt op die manier een slechte naam en dat is allesbehalve een goede voedingsbodem voor de verdere ontwikkeling.’

Op termijn vormt hernieuwbare energie hoe dan ook het enige alternatief voor de eindige en milieuvervuilende fossiele brandstoffen en kernenergie. De milieu-organisaties Greenpeace en WWF publiceerden onlangs rapporten van onderzoeksinstituten die stellen dat een scenario met 100 procent hernieuwbare energie mogelijk is tegen 2050. Is dat realistisch? ‘Er kan veel gebeuren op veertig jaar’, zegt professor Albrecht. ‘Gesteld dat je de beste technologie op de meest geschikte plaats installeert, en dat in een geïntegreerde Europese energiemarkt. Ik denk dan aan windturbines in de zones met de hoogste windsnelheden, zoals de West-Europese kustgebieden, zonnepanelen in de regio’s met de meeste uren zonneschijn, zoals in Zuid-Europa en biomassa-installaties in gebieden met veel landbouw en bossen, zoals in Scandinavië. Cruciaal hierbij is wel dat voldoende transportcapaciteit van elektriciteit over de zuid-noord-as wordt uitgebouwd. We moeten kiezen voor Europese efficiëntie, in plaats van elk in eigen land dure projecten op te zetten.’

(jb) 

Meer info over Werkplek , Energiesector

06/05/2011

Ontvang als eerste onze tips en wedstrijden: