Zoveel verdienen de ministers van Michel I

Nu de nieuwe federale regering in het zadel zit, kunnen we eens naar de loonbrief van elke minister gaan kijken.

De lonen van de regeringsleden zijn onder te verdelen in 3 categorieën.

Het brutojaarsalaris voor de eerste minister en zijn vice-premiers bedraagt 227.000 euro. Voor de ‘gewone’ ministers is een bedrag van 223.000 euro in de jaarbegroting ingeschreven. Staatssecretarissen krijgen jaarlijks 212.000 euro bruto.

Naast het basissalaris hebben onze regeringsleden ook een vaste maandelijkse onkostenvergoeding, onder meer voor representatiekosten en logies. Premier Michel en zijn vice-premiers zien hun salaris maandelijks aandikken met bijna 2.000 euro. De maandelijkse onkostenvergoeding voor ministers en staatssecretarissen bedraagt 1.616,44 euro, bevestigen verschillende kabinetten. Die onkostenvergoeding is belastingvrij, wat niet geldt voor het basissalaris.

De regeringsleden hebben ook recht op een dienstwagen met chauffeur. Of ze kunnen kiezen om hun eigen wagen te gebruiken, en dan krijgen ze een kilometervergoeding.

De nettomaandlonen van de ministers en staatssecretarissen van Michel I

10.786 euro

Zoveel krijgen onze premier Charles Michel (MR) en zijn vice-premiers Kris Peeters (CD&V), Jan Jambon (N-VA), Didier Reynders (MR) en Alexander De Croo (Open VLD) elke maand op hun rekening.

10.482 euro

Dat bedrag is maandelijks weggelegd voor onze 'gewone' ministers: Hervé Jamar (MR), Koen Geens (CD&V), Maggie De Block (Open VLD), Daniel Bacquelaine (MR), Johan Van Overtveldt (N-VA), Willy Borsus (MR), Marie-Christine Marghem (MR), Steven Vandeput (N-VA), François Bellot (MR).

10.039 euro

Met dat bedrag moeten staatssecretarissen Pieter De Crem (CD&V), Bart Tommelein (Open VLD), Elke Sleurs (N-VA) en Theo Francken (N-VA) zich elke maand tevreden stellen.

Het gaat om de indicatieve nettomaandlonen, inclusief de forfaitaire onkostenvergoedingen. Ze werden berekend op basis van de vastgelegde kredieten in de begroting voor 2015 en een kabinettaire rondvraag.

De nettolonen zijn berekend voor een alleenstaande, zonder gezinslast en zonder rekening te houden met inkomsten uit andere mandaten. Ook bijkomende gemeentelijke opcentiemen en eventuele fiscale voordelen van de regio’s worden buiten beschouwing gelaten. Er is uitgegaan van een belastingvrije onkostenvergoeding van 1.946,50 euro voor de eerste minister en de vice-premiers, en van 1616,44 euro voor ‘gewone’ ministers en staatssecretarissen.

 

(mr) 

Meer info over Het loon van... , Loonkloof , Overheid

18/04/2016