Wie is arbeidsgehandicapt?

Werken met een handicap

Sinds kort kunnen ook werknemers die een tijdje out zijn geweest als gevolg van langdurige ziekte, depressie of burn-out, erkend worden als arbeidsgehandicapten. Niet voor de rest van hun leven, wel voor een bepaalde periode in hun carrière.

Volgens Regine Van Ackere, projectontwikkelaar EAD (Evenredige Arbeidsdeelname & Diversiteit), is dat een goede zaak. “Wie uit een moeilijke periode komt, kan best wat omkadering gebruiken om opnieuw succesvol aan de slag te gaan. En je moet nu eenmaal weten wat er scheelt om er iets aan te kunnen doen. Je mag dat trouwens niet als een label zien, maar als een kans om iemand te helpen. Op dat vlak is er nog veel ruimte voor sensibilisering.”

‘Een op veertien werknemers heeft een handicap’

Onmogelijk om een job te vinden, is het vooralsnog niet voor een arbeidsgehandicapte. Dat bewijzen de 200.000 die momenteel wel aan de slag zijn en samen zeven procent van alle werkende Vlamingen vertegenwoordigen.

Ter illustratie: mochten alle actieve arbeidsgehandicapten gelijk over alle ondernemingen verspreid zijn, zou er overal, per veertien werknemers, één persoon met een functiestoornis zijn. “Die komen in de meest diverse jobs terecht: de sociale economie, de zorg, uitvoerende functies ... En zij die een middelbaar of hoger diploma behalen of over de juiste competenties beschikken kunnen, waar de werkpost dat toelaat, in principe in eender welk job belanden”, zegt Van Ackere.

Waar kunnen arbeidsgehandicapten aan de slag?

Welke jobs dát precies zijn, is echter moeilijk op te sporen. “Van de 200.000 werkende arbeidsgehandicapten kunnen we enkel diegenen in kaart brengen die werken in structuren zoals beschutte werkplaatsen of met een loonsubsidie”, zegt Erik Samoy van het departement Werk en Sociale Economie.

“Op die manier kan een op vijf gelokaliseerd worden. De rest, die geen beroep doet op een of andere ondersteunende maatregel, kunnen we maar heel moeilijk in kaart brengen. Uit enquêtes blijkt wel dat velen op de werkvloer op extra hulp kunnen rekenen, van collega’s of door een aangepast takenpakket.”

Inspanning van de werkgever gevraagd

De keerzijde van de medaille is dat er naast de tienduizenden actieven ook 300.000 arbeidsgehandicapten op non-actief staan omdat ze invalide zijn of niet langer beroepsactief als gevolg van een beroepsongeval of ziekte.

Soms vraagt het tewerkstellen van een arbeidsgehandicapte dan ook een zekere inspanning van de werkgever. “Dat kunnen kleine dingen zijn”, zegt Van Ackere. “Voor iemand die mentaal honderd procent ok is maar niet zo mobiel, kan het een probleem zijn om voor een organisatie te werken waar hij vaak trappen moet op- en aflopen.”

Onder andere om die reden voorziet de overheid enkele tewerkstellingsondersteunende maatregelen. Zo kunnen werkgevers die een arbeidsgehandicapte in dienst nemen, beroep doen op de Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP) die tot zestig procent van de loonkost subsidieert. Andere voorbeelden van tewerkstellingsmaatregelen zijn bijstand van een tolk voor doven en slechthorenden, een tegemoetkoming in de kosten bij een werkpostaanpassing of de aankoop van specifiek gereedschap en kledij en een vergoeding voor verplaatsingskosten.

Volgens Bluekens zijn die maatregelen voldoende argumenten om arbeidsgehandicapten wel aan te werven. “Een personeelsbestand mag toch een afspiegeling zijn van de maatschappij? Een half miljoen arbeidsgehandicapten kan je toch zomaar niet negeren?”

(wim.verdoodt@jobat.be)   

Meer info over Arbeidshandicap

11/06/2009