'Werk is het nieuwe statussymbool', aldus filosoof Alain de Botton

Filosoof Alain de Botton
Alain de Botton
  • Zwitsers schrijver en filosoof die woont en werkt in Londen
  • Schrijft over het alledaagse leven met een filosofische inslag
  • Bracht in april 2009 het boek 'Ode aan de arbeid' uit, waarvoor hij twee jaar rondreisde om allerlei werkplekken te bezoeken.

Zonder werk is het alsof we geen leven hebben, zegt filosoof Alain de Botton. Toch is geluk op de werkvloer schaars en kwetsbaar.

To work or not to work, dat lijkt wel dé vraag in deze tijden van crisis. Na een massale ratrace naar de ultieme job, volgt nu voor velen ontnuchtering. Of er iets rot was in jobland? En of, vindt de Botton. “Als de crisis iets bloot legt, is het dat werknemers er zijn om winst te maken.”

Ook 2010 wordt wellicht een crisisjaar. Beïnvloedt dat hoe we tegen werk aankijken?

“Werknemers ondervinden aan den lijve hoe fragiel werk is. De crisis is voor miljoenen werknemers op een ware ramp uitgedraaid. Maar er zit een positieve kant aan. Onze samenleving is de eerste die gelooft dat een mens gelukkig moet worden van zijn job, dat je werk dé manier is om je persoonlijkheid te ontwikkelen, om iemand te worden. Door de crisis stellen we die torenhoge verwachtingen naar beneden bij.”

Moeten we ons dan maar tevreden stellen met een baan die de rekeningen betaalt, maar die ons eigenlijk niet boeit?

“Iedereen wil een job die hij graag doet. Slechts weinig mensen slagen daarin. Moet iedereen daar dan toch naar streven? Je droomjob niet te pakken krijgen, wordt dan als een persoonlijke nederlaag gezien. We moeten daarin iets milder voor onszelf zijn. Je moet maar raden wat een job zou kunnen inhouden, je studeert daarvoor en hoopt zo goed terecht te komen. Het is veelal een sprong in het duister.”

Het is ook niet omdat je enthousiast aan een job begint, dat je die jaren later nog graag doet.

“Een baan die je op je 28ste nog bevlogen deed, kan tegen je 30ste saai lijken. Tegen je 45ste word je er gek van. De meesten onder ons zijn ook psychisch gestoord op een of andere manier. Daarom is het aartsmoeilijk in een organisatie terecht te komen waar je baas niet minstens een beetje getikt is. Voor zo iemand moeten werken, maakt veel werknemers het leven zuur.“

Is er dan een probleem bij het management van veel bedrijven?

“Voor veel mensen vormt de hiërarchie van hun organisatie een probleem. Nochtans doen managers er veel aan om hun medewerkers zich goed te doen voelen. Managers maken hun mensen wijs dat ze one happy family zijn. Als werknemer moet je vooral renderen en die camaraderie is slechts een middel om dat te stimuleren. De crisis maakt dat momenteel pijnlijk duidelijk. Maar je moet ook wel naïef zijn om te geloven dat je baas echt van je houdt.”

Hebben we ook geen haat-liefderelatie met ons werk? We scheppen er graag over op hoeveel werk we wel niet hebben.

“Opscheppen dat je het ‘o zo druk’ hebt, heeft ermee te maken dat we ons belangrijk willen voelen. Zozeg je hoezeer ze je nodig hebben op je werk. Het heeft ook met status te maken. Lange tijd waren heren van stand diegenen die niet hoefden te werken. Nu zijn mensen met aanzien zij die constant aan het werk zijn. Werk is het nieuwe statussymbool geworden.“

Onderzoek toont keer op keer aan dat zorgverleners en leerkrachten zich het meest betrokken voelen bij hun werk. Er zijn ook veel jobs waar je de resultaten niet meteen van ziet.

“Verpleegkundigen en leerkrachten hebben één groot voordeel. Zij voelen aan het eind van de dag echt dat ze een verschil gemaakt hebben. Mensen laten graag iets tastbaars na en in veel kantoorjobs ontbreekt dat. Een van de neveneffecten van grote bedrijven is dat je je heel ver verwijderd kan voelen van het product of de dienst die het bedrijf aanbiedt. Als je in een bedrijf van 8.000 werknemers ergens achteraan in een bureautje zit, is het soms moeilijk om er het nut van in te zien.“

(ks) 

Meer info over Carrière , Gelukkig op het werk

20/01/2010