Waarom Joost Vandecasteele geen aangename sukkel wil zijn

Joost Vandecasteele
"Iedereen lijkt zich op tv te willen presenteren als een aangename sukkel. Daar doe ik niet aan mee" (Joost Vandecasteele, auteur/theaterman)

"Ik word soms gepakt op mijn multi-inzetbaarheid. Als je op een podium staat met comedy, kan je per definitie geen goeie schrijver zijn. Als ik zo’n kritiek lees, denk ik bij mezelf: wacht maar. Ik put daar net ambitie uit. Mijn nieuwe theatervoorstelling Otaku zou eerst een tv-programma worden, maar geen enkele zender wou het. En dus is het een soort documentaire stand-up geworden. Momenteel ben ik in gesprek met een filmregisseur. Het moet toch mogelijk zijn om film en literatuur samen te brengen, zonder gewoon een boek te verfilmen?"

“Wat ik ook doe, ik wil dat het een impact heeft. Ik probeer goede verhalen te vertellen in een stijl die in je kruipt, zoals een virus. Het mag een beetje pijn doen. Bij alle goede dingen - of het nu liefde, seks of literatuur is - komt een beetje pijn kijken.”

“Ik vind dat literatuur best wat aandacht voor zichzelf mag opeisen. Een schrijver moet niet stil in een hoekje gaan zitten en zich bijna verontschuldigen voor zijn bestaan. Ik wil me niet opsluiten. Sommige collega’s beschouwen interviews als tijdverlies. Ik niet. Ik vertel graag over waar ik mee bezig ben.”

Hiphop en koffie

“Op aanbiedingen van tv ga ik enkel in als ik kan zeggen wat ik wil zeggen. Ik wil altijd mezelf kunnen blijven. Iedereen lijkt zich op tv te willen presenteren als een aangename sukkel. Daar doe ik niet aan mee. Ik laat me niet tegenhouden om tegen de heersende scoutsfeer in te gaan. Dat ik geen BV-carrière nastreef, geeft mij een gevoel van vrijheid. Ik heb ook geen manager die me zegt hoe ik me moet gedragen. Nee, als ik op tv kom, wil ik verwarren en prikken.”

“Naar hiphop luisteren, helpt me soms om tijdens het schrijven het juiste ritme te vinden. Wat ik ook nodig heb, zijn de ochtenden. Dan ben ik het productiefst. Na een bepaald uur smaakt de koffie niet meer en wordt de wereld té aanwezig. De werkelijkheid wordt dan té werkelijk, er moet dan te veel.”

Sciencefiction

“Ook Brussel is een dada van mij. Leven in deze stad, is als figureren in een sciencefictionfilm. Door hier te wonen, merk ik ook weinig van mijn succes. Tachtig procent van de Brusselaars kent mij niet. In deze stad ben ik een van de blanken die in de weg loopt. De politieke partijen in Brussel weten niet hoe ze met mensen zoals ik moeten omgaan.”

“De anonimiteit van Brussel helpt me om niet naïef te zijn. Mocht ik in Antwerpen wonen, wat au fond een theaterkolonie is, dan zou ik minder geneigd zijn om me te mengen in het maatschappelijke debat. Dat ik geen degelijke school vind voor mijn kind geeft me een gevoel machteloosheid. De enige Nederlandstalige scholen waar nog plaats is, worden voor 98 procent bevolkt door allochtonen. Daar word ik dus kwaad van. Toch wil ik alle moeite doen om in Brussel te blijven. Hier weggaan, zou betekenen dat ik het opgeef, en dat wil ik niet."

(pvd) 

06/12/2010

  • 06 december 2010