Waarom Jan De Nul een eigen studiedienst heeft

Jan De Nul
Edward Van Melkebeek, Jan De Nul Group: "Wie na enkele jaren praktijk een meer theoretische richting uit wil, kan de overschakeling maken naar het studiebureau en omgekeerd."

Terwijl de meeste aannemers met een extern studiebureau samenwerken, richtte baggeraar Jan De Nul daar een eigen dienst voor op. De ingenieurs op die dienst combineren berekeningen en ingewikkelde vraagstukken met bijstand op de werf. De meerwaarde?

Een van de voordelen die Jan De Nul ziet in het interne studiebureau is de samenwerking met andere diensten. We zitten dan ook niet toevallig rond de tafel met de diensthoofden van het studiebureau, de offshoredienst, de buitenlandse civiele en marinewerken en van Envisan, de milieudivisie van Jan De Nul Group.

Maggy De Man startte 31 jaar geleden als de eerste vrouwelijke ingenieur bij Jan De Nul. Nu is ze diensthoofd van het studiebureau waar 35 mensen werken, waaronder 12 ingenieurs. ‘Onze bazen gaven er de voorkeur aan om alles zelf in handen te houden. Wij kennen de interne knelpunten en mogelijkheden, weten hoe alles werkt en kunnen ons beter afstemmen op beschikbare middelen en termijnen.’

‘We doen voor heel wat zaken beroep op het studiebureau, maar eigenlijk zijn al onze diensten met elkaar verstrengeld’, vertelt Nic De Roeck, regional manager Civil & Marine Works. ‘We combineren onze diensten ook omdat klanten in de eerste plaats vragen om een totaalpakket. Een voorbeeld is het offshore windmolenpark in Zweden. Dat werd hier gebouwd, naar Zweden gesleept en daar geïnstalleerd. De aannemer draagt steeds vaker de volledige verantwoordelijkheid als er iets fout loopt. Dankzij het interne studiebureau houden we alles binnen één huis.’

Meer dan studiehoofden

Het studiebureau specialiseert zich in civiele techniek, zoals bruggen, kaaimuren, waterzuiveringsstations, stalen uitvoeringsconstructies, geotechnische berekeningen, waterbouwkundige constructies enzovoort. De medewerkers doen stabiliteitsberekeningen voor al deze disciplines. Tel daarbij de bezoeken aan klanten en werven, de stroom aan nieuwe technieken en de projecten in landen met eigen wetten en normen en het is duidelijk dat het studiebureau een erg gevarieerde werkomgeving is.

‘Onze medewerkers zijn gebeten door hun werk. Ze zijn graag met hun hoofd bezig en houden ervan problemen op te lossen’, vertelt Maggy De Man. ‘Bovendien hebben ze hier een directe interactie met de mensen op de werf. Onze ingenieurs helpen andere ingenieurs, moeten creatief zijn en gaan continu op zoek naar het evenwicht tussen de mogelijkheden, de veiligheid, het budget, de tijdspanne enzovoort. Wie echt een buitenmens is, zal eerder voor een van onze andere functies kiezen, maar dat betekent niet dat hier louter studiehoofden te vinden zijn.’

Interne mobiliteit

Inge Van Tomme, head tender department bij Envisan, werkte zelf enkele jaren bij een studiebureau en merkt de verschillen. ‘Vooral de interactie met de werf maakt dit interessant. Op een klassiek studiebureau werk je theoretischer. De praktijk verschilt daar soms van. De kostprijs of praktische aspecten zoals stabiliteit kunnen een grote impact hebben. Daar kan ons studiebureau veel concreter op inspelen.’

‘Een sterke troef van deze manier van werken is dat we onszelf verbeteren’, vult Nic de Roeck aan. ‘Binnen het studiebureau worden een enorme kennis en ervaring opgebouwd die uitgewisseld worden bij elke samenwerking.’

Een bijkomend voordeel zijn de mogelijkheden tot interne mobiliteit, benadrukt Edward Van Melkebeek, area manager offshore. ‘Wie hier begint en na enkele jaren praktijk een meer theoretische richting uit wil, kan de overschakeling maken naar het studiebureau en omgekeerd. We hebben een redelijk vlakke organisatie, maar mensen kunnen hier sterk groeien in een expertenrol door meer verantwoordelijkheid te nemen, jongeren aan te sturen of zich verder te verdiepen in verschillende disciplines.’

(bvdb) 

16/11/2012

  • 16 november 2012