Voor elk lichaam het juiste kledingstuk

Welke kledij past het best bij jou?

Hoe mooi het topje ook is, als het niet bij je lichaam past, doe je het best niet aan. En zo zijn er nog een paar tips.

Kort en dik:

  • Zoek een goede kleermaker die je "fouten" weet weg te werken.
  • Geen drukke motieven.
  • Geen horizontale strepen.
  • Donkere kleuren dragen, wat niet betekent dat je er somber moet uitzien. Je kunt een donker pak bijvoorbeeld combineren met een fleurig hemd.

Lang en mager:

  • Draag zwierige kleren, losse rokken, jurkjes, maar niet te kort.
  • Niet bang zijn om hakken te dragen.
  • Durf je sterke punten te accentueren.
  • Zorg voor losse truitjes, die strak zijn in de taille.
  • Veel motieven.

Geen taille:

  • Draag geen losse kledij, vermijd een V-hals.
  • Een brede riem boven de heupen geeft de indruk van een taille.
  • Aansluitende lingerie is een aanrader.

Brede heupen:

  • Geen T-shirts of kledij die stopt op de heupen.
  • Beter een lange jas dan een tailleur.
  • Leggings zijn voor in de sportclub en nergens anders.

Dikke buik:

  • Vermijd elastieken in je rok of lange broek.
  • Een te strakke jeans is uit den boze.
  • Draag geen riem.
  • Vermijd te korte truitjes.

Grote borsten:

  • Draag truitjes met een V-hals, niet met een ronde hals.
  • Draag truitjes met mouwen.
  • Zorg dat je truitjes strak zijn aan de heupen en losser aan de borsten.
  • Geen wollen truien met kabelmotief.

Kleine borsten:

  • Net het omgekeerde van grote borsten.
  • Probeer eens een rolkraag.
             

Meer info over Kledij

11/09/2008