Traditionele kleermaker doet aan technologische innovatie

"Het duurt 10.000 uur voor je het vak onder de knie hebt. Vergelijk het maar met een master.” (Aravinda Rodenburg, kleermaker)

Barack Obama kwam onder vuur te liggen omdat hij zijn zwarte 'slick suit' inruilde voor een grijs exemplaar. Van creatief en trendy naar zakelijk en saai. Zijn speech plots ook, zo leek het wel. Hoe belangrijk is het juiste pak-met-stropdas op de werkvloer? Jobat vroeg het aan de Gentse 'bespoke tailor' Aravinda Rodenburg.

"Politici en mode: dat is een delicate combinatie", grinnikt Aravinda Rodenburg, die ons ontvangt in zijn favoriete krijtstreeppak. Rodenburgs tijdelijke pop-up store in het Gentse Sandton Grand Hotel Reylof ademt tijdloze klasse uit.

"Als je gewend bent om iemand in donkere kleuren te zien en die dan plots switcht naar lichtgrijs, dan doet dat iets met iemand. In Obama’s geval ging zelfs zijn boodschap de mist in. Je moet je onderscheiden, maar niemand herinnerde zich toen waarover zijn persconferentie ging. Zo krachtig is het effect. Je kan wel stijlvol zijn in een goed gemaakt kostuum, maar dan moet je het in die positie ook neutraal houden. Een te excentriek of ostentatief modieus pak bezorgt je soms zelfs een kneuterige uitstraling. Als politicus moet je opvallen door wat je zegt en doet: al het andere is niet geloofwaardig. Nu, van pakweg Elio Di Rupo kan je wel zeggen dat hij consequent goed gekleed gaat. En zo zijn er natuurlijk nog wel een aantal politici."

Das verliest populariteit

"Ik vind wel dat het er in je beroep toe doet op welke manier je gekleed gaat", vervolgt Rodenburg. "Maar mensen kiezen tegenwoordig sneller voor het bedrijf waar ze willen werken – dat bij hun eigen stijl past – en niet zozeer voor het prestige van de job. Dat is een interessante evolutie. Eigenheid en persoonlijkheid komen voorop te staan. Uiteindelijk is een kostuum een uniform."

Toch krijgt Aravinda Rodenburg veel klanten die er voor hun job een willen. "Van bedrijfsleiders tot advocaten, maar ook architecten en veel creatieve beroepen. Vooral mensen die belang hechten aan kleding en kiezen voor een eigen stijl. Een architect is sowieso al bezig met vorm en een bedrijfsleider wil goed voor de dag komen, maar vaak is het stijlverschil groot. Opvallend vind ik tegenwoordig de casualtrend. Een das wordt minder populair, misschien wel sinds Casual Friday werd ingevoerd bij bedrijven. Informeel op vrijdag wordt nu ook naar andere dagen doorgetrokken. Jeans en t-shirt geven je al een heel ander gevoel dan een katoenen broek. Stap je over op een kostuum, dan maakt dat mentaal een enorm verschil uit."

Strikjes zijn hot

En om aan een job te raken? Voor een sollicitant is het blijkbaar niet zo belangrijk meer om in een kostuum te verschijnen. "Je maakt je wat belachelijk als je in kostuum solliciteert en dan je eerste werkdag gewoon in jeans komt", knipoogt Rodenburg. "Draag je dat altijd, dan bevestig je je naturel. Je gaat beter op zoek naar een job die vestimentair bij je past."

Zijn werknemers in andere Europese landen niet een stuk minder casual gekleed? “Britten gaan nog altijd heel formeel gekleed naar hun werk. In Nederland durven mensen meer. Ze gaan ook sneller mee met de mode. In Vlaanderen zijn we trager. Toen de strikjesrage vijf jaar geleden opkwam, kocht ik een hele lading in. Drie jaar later dacht ik dat de vraag stilaan zou afnemen, terwijl die toen juist begon te boomen."

"Accessoires worden belangrijker: strikjes zijn hot, maar ook bretellen, manchetknopen, mouwophouders, … Doorgaans zijn mannen vandaag veel meer bezig met stijl dan tien jaar geleden. Een kostuum is ook een langetermijninvestering geworden. De prijs begint bij 2.000 euro voor een vest en een broek, maar er zijn heel wat mensen met belangstelling voor. Je investeert in je personal brand. De kwaliteit van de stoffen ligt ook merkelijk hoger. Kwaliteitsconfectie kost ook minstens duizend euro. En als je bedenkt dat een goed kostuum toch tien jaar meekan, dan is de rekening snel gemaakt."

Innovatie

Aravinda Rodenburg werkt al tien jaar alleen, maar schakelt stagiairs in: vaak studenten aan het KASK, Sint Lucas of het Departement Technologie van de HoGent. "Je moet vooral goed zijn in naaien en handwerk. Geschoold zijn is niet meteen een troef, het duurt sowieso 10.000 uur voor je het vak onder de knie hebt. Vergelijk het maar met een master. Ik wil nu wel gaan uitbreiden. Mijn nieuwe locatie van 230 m² wil ik delen met creatieve bedrijven, om samen te gaan innoveren voor de textielsector. Een beetje op basis van het principe van de FabLabs: geen vast omlijnde samenwerkingsverbanden, wel de creativiteit die op een bepaald moment voor elkaar kan werken. Op grafisch vlak, maar ook op het vlak van ICT en technologie zijn er toepassingen voor kleermakers. 3D-printing en -scanning kan bijvoorbeeld nuttig zijn. Met bodyscanning via infraroodstickers kan je de maat nemen voor patronen. Om aanpassingen te doen, hoef je niet alles meer op te meten. Met een druk op de knop kan je van thuis uit een nieuw hemd bestellen. Zo krijg je als kleermaker een vaste, laagdrempelige plaats in het leven van mensen. Alle knowhow die ik heb opgebouwd, vormt een schat aan informatie die ik voor dit soort innovaties graag wil delen met partners met een visie op de toekomst van kleding."

(wv) 

Meer info over Welke job past bij mij? , Waarom vind ik moeilijk een job? , Sollicitatietips , Zelfstandigen en bijberoep , Jobs met toekomst , Persoonlijke ontwikkeling

12/03/2015