Strenge bazen zwaaien nog steeds de plak

Voor een goede baas verzet je hemel en aarde. Maar wat is dat: een ‘goede’ baas? En hoe krijgt die je zover dat je zonder morren net dat tikkeltje meer doet dan van je wordt verwacht? UAMS, Hay Group, De Facto en Jobat vroegen het aan 3.000 Vlaamse werknemers.

Goede bazen inspireren en motiveren hun personeel. Ze beschikken over visie en zijn een coach voor hun medewerkers. Dat is de duidelijke conclusie van het 'Hoe baast je baas'-onderzoek. In ruil voor die toewijding weet de chef zich omringd met geëngageerde medewerkers die hun hand niet omdraaien voor enkele uurtjes overwerk.

Klassiek leiderstype

Hoewel visie en coaching de kwaliteiten zijn waar een baas over zou moeten beschikken, behoren volgens dit onderzoek de meeste chefs nog tot het klassieke leiderstype. Zo’n ‘klassieke’ directieve baas neemt alle beslissingen in z’n eentje, heeft nauwelijks oog voor de mens achter de medewerker en zijn managementstijl baseert zich doorgaans op het ‘voor wat hoort wat’-principe. Niet echt het soort leider dat je motiveert tot buitenaardse prestaties.

Het probleem is dat streng leiding geven vaak de makkelijkste oplossing is naar resultaten op korte termijn, voor de leider welteverstaan. Op het engagement van de werknemers heeft deze stijl een uitgesproken negatieve invloed. Afblaffen motiveert niet, of wat had je gedacht. Leiders die je informeren over de koers van het bedrijf en meedenken met de werknemers, scoren daar heel wat beter in.

Zonder maskers

Het onderzoek peilde ook naar de kwaliteit van de relatie met de directe leidinggevende. Die kan duidelijk beter. Minder dan de helft van de werknemers zegt te weten hoe zijn baas denkt over ‘hem in zijn werk’. Een evaluatiegesprek waarbij alle maskers afvallen, kan nochtans wonderen verrichten voor het engagement van de werknemer. Ook officieuze momenten van feedback zijn vaak een stap in de goede richting. Maar het blijft duidelijk moeilijk praten op de werkvloer.

Hoe geëngageerd is de Vlaamse werknemer temidden van al die resultaten? Iets meer dan de helft (56 procent) zegt ‘meer te geven’ dan van hem verwacht wordt; 41 procent zegt ‘te geven’ wat van hem verwacht wordt en slechts 3 procent doet niet meer dan het strikt noodzakelijke om zijn deel van het werk gedaan te krijgen.

Meer info over Samenwerken , Bazen

11/09/2008