STAP 1 - De artiest: 'Ondernemen maakt je een beter kunstenaar'

Wim Delvoye
"Mijn kunst brengt goed op, terwijl de zogenaamd 'commerciële' dingen die ik doe verlieslatend zijn." (Wim Delvoye)

Komt Wim Delvoye niet in het nieuws met röntgenfoto's van vrijende koppels of getatoeëerde varkens, dan is het met grote geldbedragen. Zo konden liefhebbers voor drieduizend euro een strontje van zijn Cloaca - of kakmachine - het hunne noemen. "Geld en kunst gaan samen, dat is evident."

We zoeken Delvoye op in zijn atelier in Gentbrugge. Er heerst een chaotische bedrijvigheid van medewerkers die met veel moeite een nieuw werk - een verwrongen kruisbeeld van meer dan drie meter - op zijn sokkel proberen te krijgen.

Hier geen getormenteerde artiest die in alle eenzaamheid de muze opzoekt. Enter de CEO van een heus bedrijf met acht medewerkers (tachtig als je de freelancers meetelt): Delvoye Art nv. "Je ziet hier een komen en gaan van mensen. Dan vraag je je af: is hij nu kunstenaar of vertegenwoordiger? Eigenlijk kan je die niet van elkaar scheiden."

Het bezorgt u wel een commercieel etiket. Sinds Cloaca bent u ook de man die zelfs stront kan verkopen.

Ik verkoop ook stront, hé. Al lukt dat niet helemaal. Het is niet dat ik eraan verdiend heb. De Cloaca-machines heb ik niet verkocht en ik zou al duizenden kilo's stront moeten verkopen om die terug te betalen. Het is gewoon een symbolisch onderdeel van een groter project. Of ik nu stront maak of een schilderijtje, de mensen vinden om het even wat kunst. Als ze het maar kunnen kopen.

Het zit diep in de genen van de mens om te kopen en te verkopen. Denk maar aan jongetjes die op school prentjes ruilen. Het is die trading die mensen zo gelukkig maakt. Een schilderij kopen, geeft een kick waar dat schilderij eigenlijk niets mee te maken heeft. Het kon net zo goed om een viool gaan.

Is het verhandelen op zich dan onderdeel van uw werk als kunstenaar?

Als ik onderneem, word ik beter als kunstenaar. Want ondernemen betekent: me emanciperen. Stel je voor dat ik mijn verf niet langer zelf koop maar een handelaar dat voor me doet. Dan behandelt die me als een aapje. Hij steekt wat verf in een kooi en ik smeer dat op een doek. Toch wordt dat aanzien als authentiek. En het is misschien een authentiek aapje, een authentieke loser, maar het blijft een product dat van weinig ambitie getuigt. Ondernemen scheidt de ambitieuze kunstenaar van de hobbyist.

Zit de rest van de sector, galeristen en aanverwanten, wel te wachten op kunstenaars die het roer zelf in handen nemen?

Het is in het belang van de galeristen en de veilinghuizen dat wij onmondig zijn. Als de kunstenaar niet onderneemt, kunnen zij het doen. Zij zitten in de commissies, zij hebben de galerijen, zij maken de tentoonstellingen. Kunstenaars staan nog altijd aan de onderkant van de voedselketen. Bovenaan staat de verzamelaar. Hij kan om het even wat kopen. Daarna volgt de middle man. Dat kan de tentoonstellingsmaker zijn, maar ook de kunstcriticus of de curator. Curator komt trouwens van curare, wat 'verzorgen' betekent. Alsof ze voor iemand moeten zorgen die dat niet voor zichzelf kan doen.

U vindt Warhol de eerste eerlijke artiest. Waarom?

Eergisteren heb ik dit asbakje gekregen. Zie je wat erop staat? Art is what you can get away with (een uitspraak van Warhol, red.). Warhol zei waar het op stond. Er is de voorbije tien jaar een nieuw type kunstenaar ontstaan die deelneemt aan de maatschappij en niet te beroerd is om dingen te doen die geen kunst zijn. De vorige generatie kunstenaars heeft haar werk uitgemolken en er grof geld mee verdiend. En nu zitten ze in hun rolstoel te zeggen: 'Goh, die jonge mensen zijn commercieel'. Ja, omdat wij lijken op MTV, omdat wij dichter bij het leven staan. Maar zij hebben geld verdiend, met kunst met een grote 'K'.

Het gros van mijn mensen is al drie weken bezig met het ontwerpen van een kleurboek. Die gaat verlieslatend zijn, want ik moet hem nog laten drukken. Toch zal iedereen zeggen dat ik een ondernemer ben omdat ik een kleurboek op de markt breng. Maar als ik mijn mensen drie weken lang op een kunstwerk had gezet, hadden we dat al lang verkocht. Ik wil wel kunstwerken maken, maar ik verlies enorm veel tijd met die zogenaamd commerciële zaken. De ironie is dat kunst goed opbrengt en dat het commerciële verlieslatend is. Raar, hé.

Blijft het nog fun voor u?

Ik werk al een paar jaar alleen maar voor mijn plezier. Financieel gezien moet ik misschien nog werken, maar eigenlijk heb ik niets nodig. Als ik al meer geld wil hebben, is dat om me veilig te voelen en om meer te kunnen participeren en creëren. Compromissen hoef ik niet meer te maken. Ik moet wel nog uit mijn bed kruipen, maar de periode dat ik moet bijklussen, is voorbij. Voor ons mag de crisis nog vijf jaar duren. Er is genoeg oorlogskas om te overleven. Intussen kunnen we van allerlei opportuniteiten proeven.

Van welke opportuniteiten?

De crisis is een fantastische tijd. Mijn belangrijkste grondstof, staal, is de helft in prijs gedaald. Het is voor ons al feest sinds november. Plus: ik kan nu fantastische mensen vinden. Bij de grote architectenbureaus vliegen er nu werknemers buiten die in andere omstandigheden niet eens voor een kunstenaar zouden willen werken.

Hoe lang de crisis juist zal duren, weet ik ook niet. Maar ik weet wel hoe lang het duurt om mensen te vinden en op te leiden. Dan is mijn keuze als verantwoordelijk ondernemer snel gemaakt. Ondanks de waanzinnige projecten die ik op poten zet, zorg ik ervoor dat elke factuur betaald wordt. Een succes dat gegroeid is uit de keuzes die ik al vijfentwintig jaar maak. Mijn bedrijf is iets heel persoonlijk. Dat is ook de reden waarom ik het zo kan leiden.

(katrien.stragier@jobat.be)     

Meer info over Zelfstandigen en bijberoep , Persoonlijke ontwikkeling

27/03/2009