Op zoek naar zwartwerkers: ‘Sociale inspectie. Papieren aub...’

Reporter Wim, samen met de sociale inspectie op zoek naar zwartwerkers
‘Een illegaal die na een jaar of drie geld verdienen weer naar huis wil, weet ook dat hij zijn vlucht niet zelf hoeft te betalen als hij gerepatrieerd wordt’

In zijn bijna twintig jaar als sociaal inspecteur heeft André (54) het allemaal meegemaakt. Van illegale fruitplukkers die, dwars door de ruiten van de serre heen, op de vlucht slaan tot garages waar het personeel met de noorderzon lijkt verdwenen omdat iedereen er plots ‘klant’ is. “Een gezonde portie achterdocht kan nooit kwaad.”

“Bij grote acties in de tuinbouwsector brengen we tot honderd man op de been. Dan zie je de illegalen soms door de ruiten van de serre springen en gaan de helikopters erachter aan om hen op het veld te onderscheppen.” Voor de inspecteurs van het departement Werk en Sociale Economie zijn dat hoogdagen, maar vandaag pakken ze het iets kleinschaliger aan. Wat staat er op het programma André?

“Carwashes, een branche die tegenwoordig in handen is van Indiërs en Pakistanen. Bij hen gaan we straks op zoek naar buitenlandse werknemers waarvan we de verblijfsvergunning en de arbeidskaart, als ze die nodig hebben, zullen controleren. Europese werknemers laten we ongemoeid, we richten ons op mensen uit niet EU-landen.”

Grote carwash-actie

Dat de actie van vandaag zich tot carwashes richt, is geen toeval. Bepaalde sectoren zijn nu eenmaal gevoeliger voor zwartwerk en illegalen. Op dat lijstje staan, naast klassiekers zoals de bouw en de horeca, bijvoorbeeld ook de textiel- en schoonmaaksector. “Vorig jaar hebben we twee keer een carwash-actie gedaan. Op de zes controles hadden we toen vier keer prijs. Of er waren papieren niet in orde, of er waren zwartwerkers of illegalen aanwezig.”

Echt welgekomen zullen André en zijn collega’s straks niet zijn. “Dat klopt, maar echte problemen hebben we toch nog nooit gehad. Meestal gedraagt iedereen zich correct. Het is ook in het belang van de werknemer dat hij juist is ingeschreven. Het gebeurt zelfs dat werkgevers na een controle de moeite nemen om hun personeel te regulariseren. Dat komt die mensen dan toch ten goede, niet?”

‘Illegalen tewerkstellen, is mensenhandel’

Worden er illegalen betrapt, ziet het plaatje er uiteraard anders uit. “Ze krijgen het bevel het grondgebied te verlaten of ze worden gerepatrieerd. Maar niet iedereen is even gehoorzaam. Het gebeurt dus wel eens dat we bij drie opeenvolgende controles drie keer dezelfde illegaal aantreffen, net zoals er werkgevers zijn die voor de nodige papieren zorgen zodat een illegale werknemer toch legaal aan de slag kan. Vooral in knelpuntsectoren hoor je dat verhaal wel eens. Werkgevers die meer dan vijf illegalen tewerkstellen, riskeren trouwens het label mensenhandelaar opgeplakt te krijgen, met alle gevolgen van dien.”

En er zijn nog verhalen. Zoals dat van de illegalen die blij zijn dat ze gepakt worden. “Een illegaal die na een jaar of drie geld verdienen weer naar huis wil, weet ook dat hij zijn vlucht niet zelf hoeft te betalen als hij gerepatrieerd wordt. Ik heb het al meegemaakt dat mensen zelf naar ons toestappen met de boodschap: pak me maar op, ik wil naar huis. Voor wie hier pas is en in zijn thuisland twee jaar gespaard heeft voor een ticket naar België is betrapt worden natuurlijk minder leuk.”

‘Pak me maar op, ik wil naar huis’

In het begin van zijn carrière keek André wel eens vreemd op als hij zoiets meemaakte. Nu niet meer. “Eigenlijk weten we nooit wat er ons te wachten staat. Achter elke deur die je opendoet, kunnen vijftien mensen verstopt zitten. Als die weglopen, moet je ze laten gaan. Wij kunnen enkel vragen dat ze blijven waar ze zijn.”

Kwart na acht. André en zijn collega’s Johan (26) en Sabine (48) beginnen aan hun inspectieronde. Niet elke controle gebeurt door drie inspecteurs. “Dat hangt af van de opdracht”, vertelt André. “Financiële controles doen we meestal alleen. Vandaag is drie man geen luxe. Je moet alles en iedereen in het oog kunnen houden. Alleen is dat niet mogelijk.”

‘Verblijfs- en arbeidskaart, aub’

Net voor we Groot-Bijgaarden binnenrijden, passeren we een eerste carwash. “Als we die controleren, hebben we bijna zeker prijs”, zegt André. “Maar we mogen niet want die ligt nog net op het grondgebied van het Brussels Gewest. Doen we het toch, zitten we met een communautaire rel.” En dus richt het team van André zijn pijlen maar op een verder gelegen carwash waar zes mannen van vreemde origines vrolijk aan de slag zijn. Echt opschrikken doen ze niet als de sociale inspecteurs zich bekendmaken. Het lijkt erop dat dit niet hun eerste controle is.

De niet-Belgen wordt gevraagd hun verblijfs- en arbeidskaart te tonen. Iets wat de aanwezige Nigeriaan met plezier doet. “Vorige keer was ik vergeten mijn arbeidskaart te verlengen. Dat overkomt me geen twee keer”, lacht hij. De kaart die hij op zak heeft, is nog tot 16 juni geldig.

‘Student? Toen we hier toekwamen, stond je achter de kassa ...’

Een van zijn collega’s zit in moeilijkere papieren. Hij kan geen enkel document voorleggen. Reden genoeg om de Indiase baas erbij te halen. Die legt uit dat de jongeman in kwestie zijn neef is en niet in de zaak werkt. “Hij is als student in België.”

“Hij stond nochtans achter de kassa toen we hier toekwamen”, zegt André die het zaakje niet helemaal vertrouwt en besluit de jongeman een verklaring te laten afleggen.

“Het is niet altijd duidelijk of iemand nu wel of niet aan het werk is”, zegt André. “Maar wij mogen de visuele vaststellingen doen. Als wij iemand zien werken, is dat ook zo. En hem zag ik daarstraks geld ontvangen en in de kassa steken. Als je hier niet werkt, doe je dat niet. En als hij hier echt niet werkt, wat doet hij hier als student dan op dit uur van de dag? We gaan alleszins controleren of hij inderdaad ingeschreven is als student. Is dat niet zo, kan zijn verblijfsvergunning worden ingetrokken.”

Onderweg naar de volgende carwash vertelt André dat een dag op de baan meestal voldoende data oplevert voor een paar dagen deskresearch. “We controleren al wat we noteren bij Dimona (federale databank waar elke werknemer moet worden ingeschreven, red.) of de DVZ (Dienst Vreemdelingenzaken, red.).

‘Papieren in de garage vergeten’

Volgende halte: een carwash in Asse. Terwijl zijn collega’s de papieren van de drie werknemers opvragen, loopt André de wasstraat in om te controleren of ze niemand uit het oog verliezen. “Altijd opletten als je dit doet. Ze durven wel eens op de knop duwen die de sproeiers in gang zet.”

Een van de werknemers, een man van Turkse afkomst, beweert Belg te zijn maar heeft geen papieren bij. “Die liggen nog in de garage waarvoor ik net deze vervangwagen gewassen heb.” André en Johan noteren naam en geboortedatum en bellen ter plaatse naar de Dienst Vreemdelingenzaken. De man blijkt inderdaad over de Belgische nationaliteit te beschikken. “Een beetje lastig”, zegt Johan. “Maar we hebben nu eenmaal geen keus. Voor hetzelfde geld, heeft hij helemaal geen papieren.”

Tact is een belangrijke eigenschap voor een inspecteur, vertelt André die zijn job zeker niet als makkelijk zou omschrijven. “Als we ’s avonds de keuken van een restaurant binnenvallen met een zaal vol hongerige gasten, is het niet evident om iemand van zijn werk te houden voor een ondervraging. Op zo’n moment moet je diplomatisch zijn, maar toch je werk doen.”

(wim.verdoodt@jobat.be)       

04/06/2009

  • 04 juni 2009