Nog veel ruimte voor innovatie in België

Uitvinding
“In Nederland bestaan er bedrijven die beschikken over een groot team dat niets anders doet dan patenten aanvragen. Dat heb je in België niet” (Axel Plas, octrooiadviseur bij IP Hills)

Binnen de EU kan België gerekend worden tot de ‘innovation followers’. Ons land doet het wat betreft innovatie lang niet zo goed als de Scandinavische landen of Duitsland, maar scoort wel beduidend beter dan het gemiddelde, zo blijkt uit het rapport ‘Panorama van de Belgische economie’ van de FOD Economie.

Het rapport ‘Panorama van de Belgische economie’ brengt de positie van ons land binnen Europa in kaart. Zo blijkt België beter te presteren dan heel wat andere landen in de eurozone, althans voor wat de groei van het bbp (2,1% in 2010) en de beheersing van het begrotingstekort betreft. De uurloonkosten mogen tussen 2008 en 2010 dan sneller gestegen zijn in België dan het gemiddelde van onze drie belangrijkste buurlanden, wat betreft arbeidsproductiviteit situeert ons land zich in de top drie van de EU15-landen.

Het concurrentievermogen van België is tussen 2009 en 2010 achteruitgegaan in de wereldrangschikkingen. Om het concurrentievermogen te bepalen wordt onder andere rekening gehouden met het niveau van de kenniseconomie. Innovatie blijkt de sleutel tot succes. Als een bedrijf erin slaagt het productieproces te verbeteren, leidt dat tot meer productiviteit.

Zwakke score

Vooral de Scandinavische landen en Duitsland scoren opvallend hoog wat innovatie betreft, zo blijkt uit de Innovation Union Scoreboard 2010. Ook ons land doet het niet zo slecht. België scoort beduidend hoger dan het EU27-gemiddelde en kan tot de ‘innovation followers’ gerekend worden. Een hoog percentage van de Belgische bevolking heeft hogere studies gevolgd, wat de relatief goede score gedeeltelijk verklaart. De vele Belgische wetenschappelijke publicaties hebben een goede internationale reputatie. Bovendien beschikt ons land over een groot aantal kmo’s dat innoverende activiteiten ontwikkelt of nieuwe producten op de markt introduceert.

Daar staat tegenover dat België betrekkelijk zwak scoort wat de openbare financiering van onderzoek en ontwikkeling betreft. Privésector, overheidssector en hoger onderwijs spenderen samen zo’n 1,96 procent van het bbp aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is minder dan het gemiddelde in de EU27 en in de eurozone. Het is ook nog ver verwijderd van het EU-streefpercentage van 3 procent. Het aandeel van de openbare sector behoort tot de laagste in Europa en ook de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in de sector van het hoger onderwijs liggen onder het gemiddelde van de EU27.

Een minder goede leerling is ons land ook op het vlak van octrooiaanvragen. In 2009 werd slechts 1,21 procent van de aanvragen voor Europese octrooien ingediend vanuit België. Ons land loopt daarmee ver achter op zijn belangrijkste handelspartners. Ter vergelijking: meer dan 5 procent van de aanvragen werd ingediend vanuit Nederland. Frankrijk en Zwitserland dienden respectievelijk 6,64 en 4,36 procent van de octrooiaanvragen in. De Verenigde Staten, Duitsland en Japan dienen samen ongeveer 60 procent van de aanvragen in.

Grafiek: &nbsp

Octrooien voor chemiesector

Door hun uitvindingen te beschermen krijgen uitvinders de mogelijkheid om er winst uit te halen. Het aantal octrooiaanvragen bij het Europees Octrooibureau (EOB) is dan ook een vaak gebruikte indicator voor het niveau van onderzoek, ontwikkeling en innovatie in een land. Axel Plas, octrooiadviseur bij het bureau voor intellectuele eigendom IP Hills, heeft daar bedenkingen bij. ‘Er wordt zeker gekeken naar het aantal octrooiaanvragen, maar je mag dat niet zonder meer linken aan de innovatiekracht. De historisch-culturele component speelt ook mee. Het feit dat Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië veel meer patenten aanvragen, is voor een stuk historisch gegroeid. Het octrooisysteem is daar ouder en men stelt er meer vertrouwen in.’

Dat het Europees Octrooibureau in Den Haag en in München gevestigd is, speelt volgens Plas eveneens een belangrijke rol. ‘De Nederlandse en Duitse firma’s die innoveren hebben veel sneller de reflex om hun innovaties om te zetten in een patent dan de Belgische firma’s. Het beroep van octrooigemachtigde is ook veel meer verspreid in die landen. Bovendien zijn er tal van Nederlandse bedrijven die beschikken over een groot team dat niets anders doet dan patenten aanvragen, zelfs voor innovaties die niet naar de markt gebracht worden. Philips is daarvan een voorbeeld. Dat heb je in België niet of nauwelijks.’

België dient vooral Europese octrooiaanvragen in voor de verwerkende industrie, en meer specifiek de chemiesector. Voor de octrooiaanvragen in nanotechnologie behoort ons land tot de belangrijkste spelers.

(mo)  

Meer info over Energiesector

27/09/2011