Met de fiets naar het werk: Jan Denys doet de test

Jan Denys
‘Gedurende het hele traject moest ik strijd leveren met de lijnbus Leuven-Brussel’ (Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad en auteur van ‘Free to work’ en ‘Uw werk, uw merk’)

Maar liefst twee op de drie werknemers gebruikt de wagen voor de woon-werkverplaatsingen. In Vlaanderen is dit 70 procent, in Wallonië zelfs 79 procent en in Brussel 46 procent. Wanneer ook carpoolers in rekening worden gebracht (5,1%) betekent dit dat bijna drie op de vier werknemers in dit land op de wagen aangewezen zijn.

Het openbaar vervoer moet het stellen met 14 procent (trein: 9%, bus/tram en metro: 5%). In Vlaanderen en Wallonië is het openbaar vervoer bijna marginaal aanwezig. In Brussel is de trein goed voor 31 procent. De fiets tenslotte is goed voor 6 procent van het Belgische woon-werkverkeer. In Vlaanderen loopt dit op tot 10 procent. In Wallonië en Brussel haalt de fiets nauwelijks één procent.

‘Sinds ik twaalf jaar geleden in Brussel ging werken, ben ik nog nooit met de fiets naar het werk geweest’, bekent Jan Denys, auteur en arbeidsmarktdeskundige bij Randstad. ‘Ik heb dat altijd jammer gevonden. Hoog tijd om daar verandering in te brengen. Op een zeldzame mooie zomerdag enkele weken geleden was het zover. Gezwind vertrokken we met onze tweewieler vanuit Leuven richting Brussel. Mijn eerste idee om een alternatieve route samen te stellen, moest ik wegens tijdsgebrek laten vallen. Ik volgde de klassieke route via de Brusselse Steenweg helemaal tot in Brussel.’

Veilig is anders

‘Die steenweg was een tegenvaller. Ik ben er ontelbare keren met de auto gepasseerd maar nu pas ervaarde ik hoe erbarmelijk de fietspaden er op bepaalde plaatsen bijliggen’, aldus Denys. ‘Slecht onderhouden maar ook slecht aangelegd. Mijn ervaring werd enkele dagen later door de Fietsersbond bevestigd in een nationale studie. Helemaal link werd het toen het fietspad op een bepaald ogenblik het fietspad gewoon verdween. Als fietser rij je dan op een redelijk smalle tweevaksbaan.’

‘Veilig is anders. Gedurende het hele traject moest ik strijd leveren met de lijnbus Leuven-Brussel. Die reed ongeveer aan dezelfde snelheid en sneed me bij elke stopplaats de pas af. Maar aan alles komt een eind. Na Zaventem krijg je als fietser plots een heel rijvak ter beschikking, dat je wel moet delen met de lijnbus.’

‘De grootste verrassing wachtte ons in Brussel zelf. Na de luxe van het eigen rijvak was het ook aangenaam fietsen op de Lambermont richting Heizel. In bijna feestelijke vakantiestemming arriveerde ik op de Van Praetbrug. Het kanaal glinsterde in de zon. In deze buurt zijn de fietspaden nieuw en goed aangelegd. Het is er heerlijk fietsen. Ik vermoed dat het aandeel Brusselaars dat met de fiets naar het werk gaat, toeneemt in de toekomst.’

‘De rit duurde exact één uur en vijftien minuten. Reken daar nog een douche bij en de totale reisduur (enkel) komt op anderhalf uur: exact de tijd die ik ook nodig heb met de trein en de metro. Voorlopig is mijn auto nog onbetwist het snelste vervoermiddel met een gemiddelde duur van één uur (tijdens de spitsuren).’

(jd)  

Meer info over Gezondheid , Mobiliteit & transport

27/09/2011