Lieven Van Gils: Rockster

Lieven Van Gils als rockster

Als sportjournalist en sidekick in de talkshow Phara, is Lieven Van Gils het eigenlijk al gewoon een groot publiek te bereiken. Toch droomt hij ervan het publiek op een volledig andere manier te beroeren.

Uiteraard is het fijn om sportjournalist te zijn, maar eigenlijk is het surrogaat. Hét summum lijkt me toch als speler van Barcelona in de Champions League finale te staan. Hetzelfde geldt voor mijn liefde voor muziek. Doordat ik ooit als presentator bij Studio Brussel verzeilde, maakte ik van die hobby ook een beetje mijn beroep en werd ik deel van het wereldje, maar het blijft ersatz. De wei van Rock Werchter inpalmen, dat is het ultieme. Ik kan me voorstellen dat zoiets even orgastisch is als een winning goal maken.

'Overal mensen die uit je hand eten, dat moet kicken zijn'

Ik zie me wel niet op dat podium staan als getormenteerde singer-songwriter, die het in zijn eentje moet rooien. Véél prettiger lijkt het me in groepsverband, om die reden ben ik ook zo’n fan van teamsporten. Geef mij maar een groep à la Arcade Fire. Negen man sterk. Hen heb ik in Vorst-Nationaal een vurig concert zien geven. Met zo’n bende op tournee, dat lijkt me geweldig: onderweg even op een parkeerplaats stoppen en dan een bal bovenhalen.

Het toerleven zal wel minder romantisch zijn dan het vaak wordt voorgesteld. Maar toch: de wereld zien, overal mensen treffen die uit je hand eten, met je eigen nummers een massa beroeren, dat moet kicken zijn. Je hebt ook een heel direct contact met je publiek. Dat moet ik op tv natuurlijk missen.

Ondanks mijn tv-job loop ik niet graag in de kijker. Er zit geen performer in mij. Verslaggeving en interviews zijn mijn ding. Dat kan ik als het moet ook op een leuke manier brengen, maar om een heel persoonlijke song te schrijven, ben ik niet creatief genoeg.

Ik heb in mijn jeugd jarenlang pianoles gevolgd, maar als puntje bij paaltje kwam, bleek ik te veel een speelvogel. De discipline om genoeg te oefenen ontbrak. Dan ging ik liever buiten sjotten. Als ik me in mijn kamer terugtrok, was het om naar muziek te luisteren. En die passie deelde ik graag met kameraden. Nog altijd is muziek als water en brood voor mij. Of zoals ademen. Levensnoodzakelijk dus. Er kan zoveel schoonheid en emotie in zitten. Muziek kan je zin doen krijgen in het leven. Het kan je ook troosten. Ik haal er bijzonder veel energie uit.

20/05/2009

  • 20 mei 2009