Langer werken vooraleer recht op tijdskrediet

Hangmat

De voorwaarden voor het opnemen van tijdskrediet worden verstrengd. Positief is dan weer dat de overstap van ouderschapsverlof naar tijdskrediet nu in alle gevallen naadloos kan gemaakt worden. Ook opvallend: voortaan wordt er, zoals voor het bekomen van een uitkering, een onderscheid gemaakt tussen niet-gemotiveerd en gemotiveerd tijdskrediet (bijvoorbeeld voor de opvoeding van kinderen).

Dat hebben werkgevers en vakbonden op eind juni afgesproken in de Nationale Arbeidsraad.

Geen loon

Dankzij tijdskrediet kunnen werknemers gedurende een bepaalde periode hun arbeidsprestaties volledig schorsen of verminderen.

Werknemers die hun recht op tijdskrediet opnemen, ontvangen geen loon voor de periode waarin zij geen prestaties leveren of hun prestaties verminderen. Als compensatie krijgen zij een maandelijkse forfaitaire onderbrekingsuitkering van de RVA.

“De voorwaarden voor het recht op verlof en het recht op een uitkering waren mooi op elkaar afgestemd. Eind 2011 paste de regering echter de voorwaarden voor het recht op een uitkering aan”, licht Kristiaan Andries van het Kenniscentrum van SD Worx toe. “Hierdoor ontstond een verschil tussen het recht op uitkeringen en het recht op afwezigheid. Om dit recht te trekken waren nieuwe afspraken nodig.”

Langer werken

Zo worden de voorwaarden voor het opnemen van voltijds of halftijds niet-gemotiveerd tijdskrediet aanzienlijk verstrengd. Tot nu bestond er geen minimumaantal werkjaren om van deze vorm van tijdskrediet te kunnen genieten. “Voortaan moet een werknemer minstens 5 jaar werken, waarvan 2 jaar bij de huidige werkgever, voor hij of zij recht heeft op tijdskrediet en de daarbij horende premie van de RVA. Tot nu toe was een ondernemingsanciënniteit van 12 maanden vereist. Voor de werknemers met een algemene 1/5e loopbaanvermindering is het een versoepeling: zij moesten een ondernemingsanciënniteit van 5 jaar hebben”, vertelt Kristiaan Andries.

Tot nu toe kon je tijdskrediet nemen tot 1 jaar voltijds of halftijds. Dat wordt 1 jaar voltijds, 2 jaar halftijds of 5 jaar 1/5e loopbaanvermindering. Het afzonderlijke recht op 1/5e loopbaanonderbreking wordt opgeheven en samengevoegd met dit recht. Ook kan de overstap van ouderschapsverlof naar tijdskrediet nu in alle gevallen naadloos gemaakt worden.

Gemotiveerd tijdskrediet voor de kinderen

Naast het niet-gemotiveerde tijdskrediet werd een bijkomend recht op tijdskrediet om bepaalde redenen ingevoerd (bijvoorbeeld voor de opvoeding van de kinderen tot 8 jaar): het gemotiveerd tijdskrediet.

De nieuwe regels treden in werking wanneer het KB over de uitkeringen is aangepast, uiterlijk op 1 september 2012 zal dit van kracht worden.

De belangrijkste wijzigingen op een rij

Tijdskrediet zonder motief 

Een werknemer heeft recht op tijdskrediet met voltijds equivalent van 12 maanden:

  • ofwel 12 maanden volledige onderbreking, te nemen met een minimumperiode van 3 maanden
  • ofwel 24 maanden halftijdse vermindering, te nemen met een minimumperiode van 3 maanden (vroeger was dit beperkt tot 1 jaar voltijds of deeltijds, het wordt dus 1 jaar voltijds of 2 jaar deeltijds)
  • ofwel 60 maanden 1/5e vermindering, te nemen met een minimumperiode van 6 maanden
  • of een combinatie van deze stelsels tot een voltijds equivalent van 12 maanden.

De bedoeling van de minimumperiode voor de opname van tijdskrediet is om bij bedrijven de arbeidsorganisatie minder te verstoren en betere planningsmogelijkheden te bieden.

Tijdskrediet met motief 

Een werknemer heeft recht op een bijkomend gemotiveerd tijdskrediet van 36 of 48 maanden.

36 maanden

  • voor de zorg voor een kind tot de leeftijd van 8 jaar (vroeger: 5 jaar)
  • voor het verlenen van palliatieve verzorging
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een zwaar ziek gezins- of familielid
  • voor het volgen van een opleiding

48 maanden

  • om zorg te dragen voor een gehandicapt kind tot de leeftijd van 21 jaar
  • voor het verlenen van bijstand of verzorging aan een minderjarig zwaar ziek kind

Landingsbanen 

Werknemers vanaf 55 jaar met een beroepsloopbaan van 25 jaar hebben recht op een landingsbaan. Dit recht geldt uitzonderlijk ook voor werknemers vanaf 50 jaar met een zwaar beroep, een lange loopbaan of zij die werkzaam zijn in een bedrijf dat is erkend als onderneming in moeilijkheden of herstructurering.

(mr) 

Meer info over Tijdskrediet

30/08/2012