Kiezen voor grote broer of klein duimpje? Multinational vs. kmo

Arbeidssocioloog Geert Van Hootegem
"Er wordt al lang gesproken over het einde van de grote werkgevers, maar ik stel toch vast dat ook jongeren nog altijd voor een groot bedrijf kiezen" (Prof. Geert Van Hootegem, K.U.Leuven)

Kleine en grote bedrijven. Een wereld van verschil. Ook op de werkvloer, zo blijkt. In kleine bedrijven is het respect voor wat je doet groter, zeggen werknemers. En in grote ondernemingen is het vertrouwen in het management nét iets vaker zoek. "Logisch", vindt arbeidssocioloog Geert Van Hootegem. "Wie nauw samenwerkt, beslist vaker op basis van redelijkheid."

De werkvloer lijkt wel eens op Absurdistan. Het mag dan liefde op het eerste gezicht zijn met je job, dat is het niet altijd met het bedrijf. Het management speelt daar een niet onbelangrijke rol in. Over het algemeen vindt twee derde van de bevraagde werknemers dat het management voldoende vertrouwen heeft in het personeel, al verschilt dat van onderneming tot onderneming. Of beter gezegd: van kmo tot multinational. In kleinere bedrijven blijkt dat vertrouwen groter te zijn dan in grote ondernemingen.

Groter respect

Ook op respect scoren kleine werkgevers beter. 8 op de 10 werknemers van bedrijven met maximaal 100 medewerkers vinden dat men in de organisatie respectvol met elkaar omgaat. In grote bedrijven (vanaf 500 werknemers) is dat iets minder: 7 op de 10. “In kleine bedrijven worden beslissingen meer genomen op basis van argumenten, van redelijkheid. Zodat men elkaar in de ogen kan blijven kijken, want men moet nauw kunnen samenwerken. Vandaar dat er vaak meer respect heerst”, zegt Geert Van Hootegem, hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de K.U.Leuven.

Veertig procent vindt dat er onvoldoende vertrouwen is in het management. Meer dan 10 procent zegt zelfs dat alle vertrouwen weg is. Zeker in grote ondernemingen tiert het wantrouwen. In bedrijven met minstens 500 werknemers zegt 42 procent dat het vertrouwen in het management onder nul zit. Dat is 10 procent meer dan in bedrijven met minder dan 100 werknemers.

Familiecultuur

In kmo’s heerst er volgens 52 procent van de werknemers een familiecultuur: een vriendelijke werkomgeving waar mensen veel met elkaar gemeen hebben. België blijft trouwens een land van familiebedrijven. 30 procent van de respodenten werkt in een familiebedrijf. In grote bedrijven ligt de nadruk meer op de hiërarchie. Bijna 7 op de 10 bestempelen de cultuur daar als zeer geformaliseerd en gestructureerd.

“Cultuur is vaak een afgeleide van structuur. In een opstartend bedrijf met weinig werknemers is de werkgever de centrale spil en bepaalt zijn persoonlijkheid grotendeels de werkcultuur. Zodra een organisatie groeit tot 10 à 15 medewerkers ontstaan er gespecialiseerde diensten. Daardoor wordt de afstand tot de grote baas steeds groter”, legt Van Hootegem uit.

Meer chaos

Ook al heerst er vaak iets meer chaos in kleine bedrijven, knopen worden er wel sneller doorgehakt. De informele sfeer zorgt ook voor meer aandacht voor het welzijn van de werknemer. Zo ervaren de bevraagde werknemers dat toch. In organisaties met 500 werknemers of meer, zegt 36 procent van de werknemers dat er geen aandacht wordt geschonken aan hun welzijn. In kleinere organisaties meent minder dan 30 procent dat hun welzijn uit het oog verloren wordt.

Op het vlak van ‘softe’ arbeidsomstandigheden lijken kleine bedrijven het pleit te winnen. En hechten niet vooral jongeren veel belang aan die waarden? “Er wordt al lang gesproken over het einde van de grote werkgevers, maar ik stel toch vast dat ook jongeren nog altijd eerder voor een groot bedrijf kiezen. Er zijn daar ook meer carrièremogelijkheden. Ook de werkzekerheid speelt daar in mee. En dus neemt men er de hiërarchische cultuur bij”, weet Van Hootegem.

“Een grote organisatie kan je nochtans zo ontwerpen dat je een netwerk van kmo’s hebt, kleine bedrijfjes die het spiegelbeeld zijn van elkaar. Op die manier profiteer je van de schaalgrootte van een groot bedrijf, terwijl je de werksfeer van een kleine onderneming behoudt. Grote ondernemingen denken vaak dat ze goed bezig zijn omdat ze veel hr-systemen hebben ingebouwd, functionerings- en evaluatiegesprekken houden enzovoort. Hoewel dat goed bedoeld is, is het installeren van een hr-beleid meestal een bekentenis dat ze er niet in slagen om de zachte waarden te bewerkstellingen waar kmo’s goed op scoren.”

Reputatie

Met het imago van de Belgische bedrijven zit het best goed. Acht op de tien werknemers vinden dat hun kmo een goede reputatie geniet. Ook in grote ondernemingen meent driekwart van het personeel dat zijn werkgever hoog aangeschreven staat. Toch is er een verschil. “In kleine ondernemingen is de afstand met de klant, de eindgebruiker van het product, korter. Werknemers merken sneller of hun werk geapprecieerd wordt”, vertelt Van Hootegem. “In een multinational hebben de meeste medewerkers helemaal geen contact met de eindgebruiker.”

In een tijd waarin bedrijven vechten voor elke job, is het echter belangrijk dat een succesvol imago ook een succesvolle toekomst garandeert. Een basis lijkt er alvast te zijn. Meer dan 6 op de 10 werknemers vinden hun organisatie innovatief en menen dat hun werkgever de concurrentie steeds een stap voor is. “Toch gaan de grote vernieuwingen vooral uit van de echt grote bedrijven. In een kleine organisatie is het voor een medewerker wel makkelijker om initiatief te nemen en daar resultaat van te zien. Vandaar dat ook zij hun werkgever wellicht vaak als innovatief beschouwen”, aldus Van Hootegem.

Ook goed nieuws is dat 60 procent zegt dat het bedrijf waarvoor hij werkt, groeit. Al denkt slechts 44 procent dat zijn werkgever de voorbije maanden winst geboekt heeft.

(ks) 

11/06/2010

  • 11 juni 2010